Naar hoofdinhoud
OPTIDIM -

OPTIDIM -

Het metier
Start: 1 september 2020 Eind: 31 augustus 2022

Momenteel bestaat er geen eenduidige, door de sector unaniem erkende methode voor het bepalen van de thermische belasting van warmwaterinstallaties voor huishoudelijk gebruik. De recente norm NBN EN 12831-3 zou een antwoord kunnen zijn op dit tekort, maar om deze te kunnen gebruiken, is het nodig om te kunnen beschikken over van de waarden van de bijlage waarin de standaardwaarden op nationaal niveau worden voorgesteld (bijlage A - normatief). Als deze waarden in de nationale bijlage ontbreken, beveelt de norm het gebruik aan van de waarden die in bijlage B staan (informatieve bijlage). Helaas lijken deze waarden niet geschikt voor alle mogelijke gebouwconfiguraties en lijken ze ook aan precisie te ontbreken. Er is dan ook een reële vraag naar de ontwikkeling van een erkende en betrouwbare methode op Belgisch niveau. Deze vraag wordt regelmatig geformuleerd door het "Technisch Comité Sanitaire en Industriële loodgieterij & Gasinstallaties". Dit is vandaag de dag des te belangrijker omdat in goed geïsoleerde gebouwen de energie die nodig is voor sanitair warm water groter kan zijn dan de energie die nodig is voor verwarming. Normatieve doelstellingen De eerste normatieve doelstelling van dit project is het ontwikkelen van een methode waarmee de thermische belasting van warmwaterinstallaties (SWW) kan worden bepaald. Deze methode zal de nodige gegevens opleveren om bijlage A van de norm NBN EN 12831-3:2017 te vervolledigen. De tweede normatieve doelstelling van dit project is de herziening van bijlage B van norm EN 12831-3: 2017.

Onderzoeksprojecten

Heb je vragen over dit onderzoeksproject ?

Bel ons dan

Contacteer ons :

Stuur ons een e-mail

Beschrijving

Momenteel bestaat er geen eenduidige methode die door de sector unaniem wordt erkend voor de dimensionering van de thermische belasting van installaties voor de productie van warm water voor huishoudelijk gebruik. Het OptiDim-project heeft tot doel een unieke methode te ontwikkelen voor het dimensioneren van de thermische belasting van warmwaterinstallaties voor huishoudelijk gebruik.
Het heeft twee doelstellingen. De eerste normatieve doelstelling van het OptiDim-project is het uitwerken van gegevens ter aanvulling van de norm NBN EN 12831-3 Annex A (standaardwaarden op nationaal niveau). De tweede normatieve doelstelling van dit onderzoek zou op Europees niveau liggen. Het zou gaan om een herziening van bijlage B van de norm NBN EN 12831-3 (herziening van het innameprofiel van een individuele woning, uitdrukken van het innameprofiel van een appartementsgebouw naar gelang het aantal appartementen, herziening van de tijdstap).

Reikwijdte van de studie

De studie zal zich richten op:

  • systemen met directe verwarming en gebruik van water (de zogenaamde “doorstroomsystemen”),
  • zuivere opslagsystemen (systemen die met grote opslagvolumes werken),
  • alle systemen met mogelijke stroom- en opslagconfiguraties die tussen de twee bovengenoemde gevallen in liggen (semi-initantiële/ semi-accumulatieve systemen).

Aangezien het onderwerp zeer omvangrijk is en de werklast die nodig is om het gestelde doel te bereiken groot is, is het raadzaam om de omvang van de bestudeerde gevallen te beperken om ervoor te zorgen dat het tijdschema wordt gerespecteerd en dat het onderzoek serieus wordt genomen. Derhalve worden onderstaande limieten vastgesteld.

Benadering

De methode wordt gebouwd met behulp van:

  • het bestuderen van de reeds ontwikkelde methoden in België en in de buurlanden;
  • gegevens over verbruiksmetingen die door het WTCB, ADEME (FR) en andere documentatiebronnen die in de literatuur beschikbaar zijn;
  • een computermodel waarmee dynamische numerieke simulaties kunnen worden gegenereerd. Deze tool zal in staat zijn om de werking van de warmteproductie te simuleren voor sanitair warm water, de kringloop, aftappunten en alle apparatuur verbonden aan het systeem (pompen, regelaars, enz.…).

Beperkingen van de studie

In eerste instantie is deze methode bewust beperkt tot de residentiële sector. Onder residentiële sector worden individuele woningen, meergezinswoningen (appartementsgebouwen), rusthuizen en hotels verstaan.

Doelstellingen

De eerste normatieve doelstelling van deze studie is het ontwikkelen van gegevens ter aanvulling van de norm NBN EN 12831-3 Bijlage A (standaardwaarden op nationaal niveau). Met deze waarden zal de norm de sector een robuuste en nauwkeurige methode kunnen bieden om de thermische belasting te bepalen die nodig is voor de bereiding van sanitair warm water en zo de juiste dimensionering van de installaties te garanderen.

De tweede normatieve doelstelling van dit onderzoek zou op Europees niveau liggen. Het doel zou zijn om bijlage B van de genoemde norm te herzien omwille van volgende redenen:

  • het voor afzonderlijke woningen aangegeven verbruiksprofiel komt in het geheel niet overeen met hetgeen wordt gemeten (het waterverbruik in bijlage B is te gespreid over de ganse dag);
  • het voor meergezinswoningen aangegeven onttrekkingsprofiel is niet voldoende gedocumenteerd: in het gunstigste geval zou het aangegeven profiel geschikt kunnen zijn voor grote meergezinswoningen (bijvoorbeeld meer dan 200 appartementen), maar is niet geschikt voor middelgrote appartementsgebouwen (bijvoorbeeld een gebouw met 30 appartementen). Het WTCB beveelt aan om het aftapprofiel minstens aan te passen in functie van het aantal appartementen;
  • De tijdstap per uur die wordt gebruikt om de tapprofielen te beschrijven is te beperkt en is onbetrouwbaar, vooral in het geval van beperkte warmwateropslag.

 

In eerste instantie is deze methode bewust beperkt tot de residentiële sector. Onder residentiële sector worden individuele woningen, meergezinswoningen (appartementsgebouwen), rusthuizen en hotels verstaan.

Bovendien zal deze studie zich beperken tot het evalueren van de optimale configuraties tussen opslagvolume en thermisch vermogen voor de meest voorkomende warmwaterbereidingssystemen.

Resultaten en publicaties

De eerste resultaten betreffen de vergelijking van de verschillende dimensioneringsmethoden die door de Belgische sector en zijn buurlanden worden gebruikt.

Uit de vergelijking van de verschillende dimensioneringsmethoden blijkt dat de methoden in het algemeen zeer verschillende resultaten opleveren (met een iets kleinere spreiding van de resultaten voor het geval van een gebouw met 12 appartementen). Concreet, wetende dat elk ontwerpbureau zijn eigen methode kan kiezen, kan de dimensionering van de warmwaterproductie van eenzelfde gebouw zeer verschillend zijn naar gelang de ontwerper. In dit verband dient te worden opgemerkt dat de hier bestudeerde methoden daadwerkelijk worden gebruikt door ontwerpbureaus in België. Bovendien moet aan deze kwantitatieve vergelijking van de dimensioneringsmethoden een zekere relativiteit worden toegeschreven. Dit komt omdat elk van deze methoden verschillende invoergegevens vereist.

Het begrip comfort verschilt sterk van methode tot methode. Bij sommige methoden wordt rekening gehouden met de mogelijkheid om ​​gelijktijdig twee douches te gebruiken, terwijl dit bij andere methoden niet mogelijk is. Om een ​​nauwkeurigere vergelijking te kunnen maken, moeten de comfortniveaus vooraf worden vastgesteld zoals in VDI 6003.

Sommige methoden houden rekening met een reële bezettingsgraad, terwijl het andere het aantal personen evalueren op basis van het type accommodatie. Sommige methoden houden rekening met lus- en/of ballonverliezen (bijvoorbeeld Baeckeroot, EN 12831-3, ISSO), andere niet (DIN 4708, DIN 1988).

Sommige methoden evalueren de dimensionering volgens de technische benadering voor de bereiding van sanitair warm water (bijvoorbeeld ISSO, EN12831-3, Baeckeroot, AICVF), terwijl andere dat niet doen (DIN 4708). In dit verband dient er rekening mee gehouden te worden dat de definitie van een technische benadering voor de warmwaterproductie  per methode kan verschillen. De definitie van "semi-geaccumuleerd" in de Baeckroot-methode komt bijvoorbeeld niet direct overeen met de begrippen “gemengde ballon” of “geladen ballon” in norm EN 12831-3.

Het is ook interessant om op te merken dat bepaalde methoden beperkingen hebben wat betreft de grootte van het vermogen en/ of het beschikbare volume. Meestal is dit het geval bij de Costic-methode, waarbij duidelijk wordt aangegeven welke reeksen beschikbare opslagvolumes beschikbaar zijn om rekening te houden met de beschikbare formules.

De resultaten van de kwantitatieve analyse van de Belgische sector gebruikte methodes zijn interessant en zullen de ontwikkeling mogelijk maken van een meetmethode die informeel door de Belgische sector gebruikt wordt.

Met de steun van

FOD Economie NBN