Naar hoofdinhoud
GRANISEC Methode voor de evaluatie van de gebruiksgeschiktheid van secundaire inerte granulaten in beton

GRANISEC Methode voor de evaluatie van de gebruiksgeschiktheid van secundaire inerte granulaten in beton

Het GRANISEC-project richt zich op de ontwikkeling van een methode om de gebruiksgeschiktheid in beton aan te tonen van secundaire inerte materialen afkomstig uit verschillende sectoren.

Heb je vragen over dit onderzoeksproject?

Bel dan ons.

Contacteer ons

Bram Dooms, Julie Piérard

Stuur ons een e-mail

Er bestaat een zeer grote keuze aan mogelijke materialen en korrelfracties, elk met hun specifiek gedrag, die een zekere invloed kunnen hebben op vers en verhard beton, ook op lange termijn. Afhankelijk van het type materiaal zal het daarom nodig zijn om bepaalde specifieke kenmerken te controleren, die mogelijk niet relevant zijn voor andere materialensoorten.

Een werkgroep waarvan het WTCB lid is, werkt momenteel aan de ontwikkeling van een norm over dit onderwerp (met de voorlopige titel "NBN B 15-101 - Beton - Methodologie voor de evaluatie en attestering van de gebruiksgeschiktheid van inerte grondstoffen bestemd voor beton"). Hiervoor vertrouwen we op de kennis en expertise van de leden van de werkgroep en worden er externe experts ingeschakeld. Bij de totstandkoming van deze norm is echter gebleken dat op verschillende vragen geen bevredigend en wetenschappelijk onderbouwd antwoord kwam. Daarom kwam het GRANISEC-project tot stand, dat onder het goedkeurend oog van deze werkgroep en in constant overleg met haar zal worden uitgevoerd.

Bij de evaluatie van de gebruiksgeschiktheid van secundaire inerte granulaten in beton, zal eerst de algemene gebruiksgeschiktheid worden gecontroleerd. Zo zal men de identificering van het granulaat, de bestendigheid van zijn kenmerken en zijn prestaties in standaard betonsamenstellingen evalueren. De norm in voorbereiding bevat een lijst met de kenmerken van de granulaten die, indien nodig, moeten worden bepaald. Bovendien moet men, afhankelijk van de aard van het granulaat, de toepasbaarheid van elke vermelde proefmethode beoordelen.

Tijdens het GRANISEC-onderzoek zal men de relevante secundaire granulaten die beschikbaar zijn op de Belgische markt opdelen in subgroepen met dezelfde relevante te controleren kenmerken. Op basis van een bibliografisch onderzoek, een variabiliteitsonderzoek naar de kenmerken van de granulaten (monsters van verschillende productiebatches) en laboratoriumproeven op standaard betonsamenstellingen inclusief de granulaten, zal de relevantie van elk kenmerk worden bevestigd en zal men, indien nodig, criteria definiëren en alternatieve proefmethoden voorstellen (indien de bestaande proefmethoden niet geschikt zouden zijn voor de aard en/of grootte van de granulaten).

Naast de algemene gebruiksgeschiktheid zal men ook de specifieke gebruiksgeschiktheid van secundaire inerte granulaten in beton onderzoeken. Afhankelijk van de beoogde toepassing zullen de fysische en mechanische eigenschappen, de duurzaamheidskenmerken en de milieu-impact (uitloging) indien nodig worden gecontroleerd. Dit kan zowel op een reële betonsamenstelling (~ niveau 1 beoordeling ), als op verschillende betonsamenstellingen die samen als representatief worden beschouwd voor het beoogde toepassingsgebied (~ niveau 2 beoordeling).

Afhankelijk van de resultaten die in het eerste deel van het onderzoek worden verkregen, zullen er bepaalde soorten secundaire granulaten worden geselecteerd, waarop de evaluatieprocedure voor de specifieke gebruiksgeschiktheid zal worden toegepast.

Doelstellingen

Het GRANISEC-project heeft tot doel een normatief kader te scheppen voor het gebruik van secundaire inerte granulaten (vulstoffen, zand en grind) in beton, en meer specifiek:

  • Het ontwikkelen van een methode om (groepen van) secundaire gerecycleerde stromen en hun variabiliteit te karakteriseren en, indien nodig, het ontwikkelen van geschikte proefmethoden;
  • Het ontwikkelen van een methode voor de evaluatie van de mechanische prestaties, duurzaamheid en milieuprestaties van mortels en beton gemaakt van deze (groepen van) granulaten;
  • Het opstellen van herhaalbaarheids- en reproduceerbaarheidscriteria voor nieuwe proefmethoden;
  • Het relateren van de kenmerken van secundaire aggregaten aan de prestaties van beton en het opstellen van aanvaardingscriteria en technologische regels voor het gebruik ervan.

Met de steun van

In samenwerking met