Naar hoofdinhoud
Code van goede praktijk voor de koeling van gebouwen op basis van hydronische systemen - KOELING 2.0

Code van goede praktijk voor de koeling van gebouwen op basis van hydronische systemen - KOELING 2.0

Concrete handvaten voor de selectie en de dimensionering van hydronische koelsystemen.

De afgelopen jaren zijn er steeds meer en langere hittegolven. Dit in combinatie met doorgedreven isolatie, woningen met minder gebouwmassa en het streven naar compactere woonvormen zorgen ervoor dat het zomercomfort in gebouwen soms in gedrang komt. 

Koelsystemen worden nog vaak gemeden bij het ontwerp of in de startfase van een woning in België. De toenemende plaatsing van airco’s en de bijhorende koudemiddelen vormen een probleem met het oog op de bijhorende milieu- en/of veiligheidsrisico's. De koudemiddelen zijn immers vaak sterke broeikasgassen of zijn licht ontvlambaar.  

Duurzame koeling is mogelijk als hier in het ontwerp van het gebouw reeds rekening mee gehouden wordt. Passieve maatregelen, zoals bijvoorbeeld zonwering, beplanting en nachtventilatie, kunnen reeds een groot verschil maken in het comfort van de woning.  

Door centrale koelsystemen met bijvoorbeeld indirecte (hydronische) afgiftesystemen kan nog extra comfort gecreëerd worden. Ze kunnen gebruik maken van duurzame koelbronnen zoals geothermie en hebben vaak het potentieel om de verwarming- en koelfunctie te combineren.   

Door hun flexibiliteit kunnen bovendien kosten gereduceerd worden.  

Maar om efficiënte en duurzame systemen voor gebouwkoeling te kunnen realiseren, heeft de installatiesector nood aan concrete handvaten om duurzame en correct ontworpen gebouwkoeling in de praktijk te brengen.​ 

Een code van goede praktijk biedt hier een antwoord op d.m.v. praktische richtlijnen en gebruiksvriendelijke hulpmiddelen voor  

  • de evaluatie van verschillende afgiftesystemen (vloerkoeling, ventilo-convectoren, koelbatterij)  
  • de evaluatie van verschillende verdeelsystemen met specifieke aandacht voor bijhorende afleversets en regelcomponenten  
  • de dimensionering van de afgifte-, de distributie-, en de opwekkingscomponenten van koelinstallaties waarbij ook rekening gehouden wordt met gelijktijdigheid. 

 

Aspecten die hierbij verder ook aan bod komen: flexibiliteit, de combinatie verwarming/koeling, vergelijking tussen actieve, passieve en hybride systemen, retrofitting van een verwarmingsinstallatie, … 

De focus ligt hierbij op systemen met een centrale opwekking en (ijs)water als distributiemedium.   

Het project stimuleert de bouwsector om op voorhand goede keuzes te maken in duurzame koelsystemen zodat in de toekomst veel kosten en suboptimale oplossingen worden vermeden.  

 

Met de steun van

VLAIO

In samenwerking met

Thomas More Universiteit Antwerpen

Hebt u vragen over dit project ?