Naar hoofdinhoud

Richtlijnen en normen met betrekking tot de binnenluchtkwaliteit

Binnenmilieubesluit

In Vlaanderen legt het binnenmilieubesluit een aantal richt- en interventiewaarden vast voor enkele biologische, fysische en chemische parameters die van toepassing zijn op de beoordeling van het binnenmilieu in woningen en publiek toegankelijke gebouwen.

Het binnenmilieubesluit beschrijft ook de opdracht en bevoegdheden van de medische milieudeskundigen (mmk’s) van de Vlaamse Logo’s (Lokaal Gezondheidsoverleg) op het gebied van:

  • voorlichting en informatieverstrekking rond het belang van een goede binnenluchtkwaliteit
  • het voeren van een onderzoek naar de potentiële gezondheidsrisico’s.
Overzicht Van De Richt En Interventiewaarden Uit Het Binnenmilieubesluit Van 13 Juli 2018

Regionale wooncodes

In de drie gewesten legt een regionale wooncode (Vlaamse wooncodeWaalse wooncode en Brusselse huisvestingscode) minimale kwaliteitsnormen op aan de hand van elementaire veiligheids-, gezondheids- en woonkwaliteitsvereisten voor woningen. Een aantal van die voorschriften hebben betrekking op de binnenluchtkwaliteit. Het gaat voornamelijk om minimale verluchtingsvereisten en eisen met betrekking tot vochtschade en schimmelontwikkeling. Op basis van deze normen kunnen woningcontroleurs van de lokale of regionale overheid een conformiteitsonderzoek in een woning uitvoeren en eventueel de woning ongeschikt of onbewoonbaar verklaren.

Overzicht Minimale Vereisten Regionale Wooncodes

Regionale huurwetten

Als men een woning wil huren of verhuren, moet deze voldoen aan de vereisten uit de huurwet. Sinds de 6e staatshervorming zijn de regionale overheden bevoegd om de regelgeving voor woninghuur op te stellen:

Voor huurovereenkomsten die vóór deze data afgesloten werden, blijft de federale huurwet van kracht die de elementaire vereisten voor huurwoningen overneemt uit het Koninklijk Besluit van 8 juli 1997.

Naast de wooncodes voorzien ook de verschillende regionale huurdecreten een aantal minimale kwaliteitseisen op het vlak van veiligheid, gezondheid en woningkwaliteit, in het bijzonder met betrekking tot de binnenluchtkwaliteit. Op technisch vlak lijken deze normen zeer sterk op elkaar. In het Brussels Hoofdstedelijk Gewest zijn ze zelfs identiek.

Energieprestatieregelgeving (EPB)

De Europese richtlijn 2010/31/EU verplicht alle lidstaten om een lokale regelgeving voor de energieprestaties van gebouwen (EPB) in te voeren die ook vereisten omvat voor de ventilatievoorzieningen en de binnenluchtkwaliteit. In België is elk van de gewesten verantwoordelijk voor de opstelling van een EPB-regelgeving. Deze regelgeving is van toepassing op alle gebouwen (behalve voor uitzonderingen die uitdrukkelijk in de regels opgenomen zijn) voor alle bouw- en verbouwingswerken waarvoor een stedenbouwkundige vergunning nodig is.

De normalisatie en regelgeving met betrekking tot de ventilatievoorzieningen worden hier in detail toegelicht.

De Codex welzijn op het werk.

Federale wetgeving - De luchtkwaliteit in arbeidsplaatsen

De binnenluchtkwaliteit in arbeidsplaatsen valt onder federale bevoegdheid. De Codex over het welzijn op het werk bevat een aantal uitvoeringsbesluiten die het welzijn van de werknemers tijdens de uitvoering van hun werk moeten garanderen. Deze Codex vervangt het vroegere Algemeen reglement voor de arbeidsbescherming (ARAB) en omvat een aantal passages met betrekking tot de binnenluchtkwaliteit in arbeidsplaatsen.

Overzicht Van De Titels Uit De Codex Over Het Welzijn Op Het Werk Met Betrekking Tot De Binnenluchtkwaliteit In Arbeidsplaatsen