Naar hoofdinhoud

Inbraakwerendheid

Doorgaans is het de beperkte (mechanische) weerstand van een deur of een venster die het de inbreker mogelijk maakt in het gebouw binnen te dringen.  Indien een poging om een gebouw binnen te dringen niet lukt binnen de vijf minuten, zal de inbreker zijn geluk meestal elders trachtten te beproeven.

Deze vaststellingen hebben geleid tot het inzicht dat ‘maatregelen’ aan een gevelelement tegen inbraak gericht dienen te zijn op het “vertragen” van de inbraakpoging.  Men spreekt van de Inbraakwerendheid ofwel het inbraakvertagend karakter van gevelelementen.

Inbraakwerendheid van gevelelementenInbraakwerendheid van gevelelementen.

Normen

De Europese normenreeks NBN EN1627 t.e.m. NBN EN 1630 beschrijven een éénduidige manier om de inbraakwerendheid van een gevelelement te bepalen. In onderstaand document vind je een korte uiteenzetting over Europese normenreeks NBN EN1627 t.e.m. NBN EN 1630.

De Europese normenreeks NBN EN1627 t.e.m. NBN EN 1630 bevatten geen informatie betreffende aanbevelingen over het gewenste niveau van inbraakwerendheid van een gevelelement in een bepaald type gebouw.

Prestatie-eisen

Het WTCB heeft in samenwerking met SECO een referentiesysteem voor “inbraakveiligheid” opgesteld welke toelaat een niveau van inbraakwerendheid voor gevelelementen aan te bevelen voor 4 types gebouwen op basis van checklists.

In onderstaand document vind je de uiteenzetting over de werking van het referentiesysteem voor “inbraakveiligheid”.

Hieronder kan met de verschillende checklists downloaden.

Typebestek

De prestatie “inbraakwerendheid” van een gevelelement kan aangetoond worden aan de hand van een proefverslag conform de EN1627. In gevallen waar een proefverslag ontbreekt voor de klasse inbraakwerendheid RC2 conform de NBN EN 1627 heeft het WTCB een typebestek opgesteld voor vensters en deuren. Dit typebestek bieden ‘niet’ dezelfde zekerheid als een proefverslag conform de NBN EN 1627.