Naar hoofdinhoud

Inleiding

Wat zijn de Eurocodes ?

De Eurocodes vormen een geïntegreerd geheel van Europese normen voor het ontwerp en de dimensionering van gebouwen en kunstwerken, inclusief hun funderingen en bestandheid tegen aardbevingen. Het doel van het programma van de Eurocodes is de opstelling van een geheel van gemeenschappelijke technische regels voor het ontwerp van gebouwen en kunstwerken die bestemd zijn om de regels die van kracht zijn in de verschillende lidstaten van de Europese Unie te vervangen.

Er zijn in totaal 10 Eurocodes (die elk uit aparte delen bestaan) :

  • Eurocode 0 bepaalt de algemene rekenregels volgens de methode van de grenstoestanden (d.i. de basisfilosfie van de Eurocodes)
  • Eurocode 1 geeft rekenwaarden voor de belastingen, zoals eigen gewicht en andere vaste lasten, overlast (d.i. gebruiksbelasting), belastingen ten gevolge van brand, sneeuw, wind, temperatuur, verkeer,...

Daarnaast bestaan er Eurocodes voor de verschillende bouwmaterialen :

  • Eurocode 2 voor betonconstructies
  • Eurocode 3 voor staalconstructies
  • Eurocode 4 voor gemengde staal-betonconstructies
  • Eurocode 5 voor houtconstructies
  • Eurocode 6 voor metselwerkconstructies
  • Eurocode 9 voor aluminiumconstructies

Ten slotte zijn er nog twee aparte Eurocodes :

  • Eurocode 7 voor de geotechnische berekening;
  • Eurocode 8 voor het ontwerp en de dimensionering van structuren die blootgesteld worden aan aardbevingen - ook seismische belastingen genoemd. In België is deze laatste Eurocode vanzelfsprekend minder belangrijk dan in landen als bv. Italië, Griekenland, Portugal,...

De brandweerstand is eveneens een specifieke materie die voor de verschillende bouwmaterialen wordt behandeld in iedere Eurocode (Deel 1.2 van iedere Eurocode behalve de Eurocode 7 en de Eurocode 8).

Iedere Eurocode is op haar beurt samengesteld uit meerdere delen. Zo  wordt de Eurocode 2 (beton) bijvoorbeeld onderverdeeld in afzonderlijke delen voor gebouwen, prefabricage, licht beton, spanbeton, bruggen, enz.

Berekening van brandweerstand

Om te vermijden dat voor ieder bouwproduct een proef ter bepaling van de brandweerstand nodig is, heeft het Technisch Comité CEN TC 250 (het CEN Comité dat verantwoordelijk is voor de Eurocodes) methoden ontwikkeld voor de berekening van de brandweerstand van structuren van beton, staal, staal-beton, hout, metselwerk en aluminium. Deze rekenmethoden staan vermeld in de Eurocodes delen «Brand».

Voor verdere details omtrent de stand van zaken van de Eurocodes, zie op de website van NA Eurocodes.

EC1 actions on structures exposed to fire NBN EN 1991-1-2 + ANB
EC2 structural fire design of concrete structures NBN EN 1992-1-2 + ANB
EC3 structural fire design of steel structures NBN EN 1993-1-2 + ANB
EC4 structural fire design of composite steel concrete structures NBN EN 1994-1-2 + ANB
EC5 structural fire design of timber structures NBN EN 1995-1-2 + ANB
EC6 structural fire design of masonry structures NBN EN 1996-1-2 + ANB
EC9 structural fire design of aluminium structures NBN EN 1999-1-2 + ANB


In de Eurocodes delen "Brand" bestaan er 3 structuurschema’s :

  • Het eenvoudigste schema bestaat uit de beoordeling van individuele elementen. Hier wordt niet automatisch rekening gehouden met de interactie tussen het beschouwde element en de rest van de structuur.
  • Het is ook mogelijk een deel van de volledige structuur te berekenen. De interacties tussen de verschillende elementen worden daarbij in beschouwing genomen.
  • Ten slotte vormt de berekening van de volledige structuur de meest correcte benadering, die echter ook de meest complexe is en onmogelijk uit te voeren zonder computer.

Bovendien bestaan er voor de bepaling van de brandweerstand 3 beoordelingsniveaus :

  • Niveau 1 : diagrammen en tabelwaarden. De tabellen volgen uit empirische bestanden en uit de beoordeling van proefresultaten. Ze volgen uit de standaardbrandcurve en bevatten extrapolaties van de klassieke standaardbenadering. Het toepassingsdomein blijft beperkt.
  • Niveau 2 : eenvoudige rekenmethoden. Ze zijn gebaseerd op conventionele modellen en gebruiken meestal de standaardbrandcurve.
  • Niveau 3 : geavanceerde rekenmethoden. Die methoden laten een volledige thermische en mechanische analyse van de structuur toe. Men moet daarbij rekening houden met de continue wijzigingen van de thermische en mechanische eigenschappen van de materialen en hun invloed op de volledige structuur. Die geavanceerde methoden laten toe rekening te houden met de randvoorwaarden en de niet-homogene verdeling van de temperatuur in de elementen. Men moet hierbij zeer gesofistikeerde rekenprogramma’s gebruiken die gespecialiseerde kennis en vaak ook veel tijd vergen.


Er werden ook artikels opgesteld (publicatie in 2001 en 2002) m.b.t. de berekeningsmethoden die de brandweerstand bepalen volgens de Eurocodes (ENV-versies). Zie WTCB-Publicaties.

Door de Minister goedgekeurde berekeningsmethode

De goedgekeurde berekeningsmethoden zijn opgenomen in het Ministerieel besluit van 17 mei 2013 betreffende het gebruik van de Eurocodes als berekeningsmethode voor de brandweerstand van bouwelementen (Belgisch Staatsblad van 11 juni 2013).