Naar hoofdinhoud

De fundamentele eisen zijn de eisen waaraan de bouwwerken moeten voldoen om geschikt te zijn voor het beoogde gebruik ervan gedurende een redelijke economische levensduur en bij normaal onderhoud. Deze eisen houden rekening met de gezondheid en de veiligheid van de personen die er tijdens de hele levenscyclus van het bouwwerk bij betrokken zijn.

De meeste geharmoniseerde technische specificaties houden niet steeds rekening met het geheel aan fundamentele eisen.

Er zijn zeven fundamentele eisen:

Mechanische weerstand en stabiliteit

Het bouwwerk moet zo ontworpen en uitgevoerd worden dat de krachten die er tijdens de bouw en het gebruik op kunnen inwerken, geen van de volgende effecten veroorzaakt:

  • gehele of gedeeltelijke instorting
  • aanzienlijke, ontoelaatbare vervormingen
  • schade aan andere delen van het bouwwerk of aan inrichtingen of installaties als gevolg van een aanzienlijke vervorming van de dragende constructie
  • schade door een gebeurtenis die niet in verhouding staat tot de oorspronkelijke oorzaak

Brandveiligheid

Het bouwwerk moet zo ontworpen en uitgevoerd worden dat in het geval van brand:

  • het draagvermogen van de constructie gedurende een bepaalde tijd behouden blijft
  • het ontstaan en de verspreiding van vuur en rook binnen het bouwwerk zelf beperkt blijven
  • de uitbreiding van de brand naar aanliggende bouwwerken beperkt blijft
  • de bewoners het bouwwerk ongedeerd kunnen verlaten of anderszins in veiligheid gebracht kunnen worden
  • de veiligheid van reddingsploegen in acht genomen wordt.

Hygiëne, gezondheid en milieu

Het bouwwerk moet zo ontworpen en uitgevoerd worden dat het gedurende de hele levenscyclus geen risico vormt voor de hygiëne, gezondheid en veiligheid van arbeiders, bewoners en omwonenden. Het mag tijdens zijn volledige levensduur geen buitengewoon grote invloed uitoefenen op de milieukwaliteit of op het klimaat, noch tijdens de bouw, het gebruik of de sloop ervan, in het bijzonder als gevolg van:

  • het vrijkomen van toxische gassen
  • de emissie van gevaarlijke stoffen, vluchtige organische verbindingen, broeikasgassen of gevaarlijke deeltjes in de binnen- of buitenlucht
  • de emissie van gevaarlijke straling
  • het lozen van gevaarlijke stoffen in grondwater, zeewater, oppervlaktewater of in de bodem
  • het lozen van gevaarlijke stoffen in het drinkwater of stoffen die het drinkwater op enige wijze nadelig beïnvloeden
  • gebrekkige afvoer van afvalwater, emissie van verbrandingsgassen of onjuiste verwijdering van vaste of vloeibare afvalstoffen
  • vochtophoping in delen of op binnenoppervlakken van het bouwwerk.

Veiligheid bij gebruik en toegankelijkheid

Het bouwwerk moet zo ontworpen en uitgevoerd worden dat het gebruik ervan of de daarin verrichte activiteiten geen onaanvaardbare ongevallen- of schaderisico's meebrengen, zoals uitglijden, vallen, botsen, brandwonden, elektrocutie, verwondingen door explosie of inbraken. Met name bij het ontwerp en de uitvoering van het bouwwerk moet er rekening gehouden worden met de toegankelijkheid voor en het gebruik door gehandicapten.

Bescherming tegen geluidshinder

Het bouwwerk moet zo ontworpen en uitgevoerd worden dat het geluid dat de gebruikers en omwonenden waarnemen op een zodanig niveau gehandhaafd blijft dat het hun gezondheid niet bedreigt en dat hun slaap, hun rust en hun werk er geen nadeel van ondervinden.

Energiebesparing en warmtebehoud

Het bouwwerk en de verwarmings-, koel-, verlichtings- en ventilatie-installaties ervan moeten zodanig ontworpen en uitgevoerd worden dat, rekening houdend met de gebruikers en de lokale klimaatomstandigheden, het energieverbruik beperkt wordt. Het bouwwerk moet voorts energie-efficiënt zijn. Tijdens de volledige duur van de bouw en ook bij de sloop moet bovendien zo weinig mogelijk energie gebruikt worden.

Duurzaam gebruik van natuurlijke hulpbronnen

Het bouwwerk moet zo ontworpen, uitgevoerd en gesloopt worden dat duurzaam gebruikgemaakt wordt van natuurlijke hulpbronnen en met name het volgende gewaarborgd wordt:

  • het hergebruik of de recycleerbaarheid van het bouwwerk en de materialen en delen ervan na de sloop
  • de duurzaamheid van het bouwwerk
  • het gebruik van milieuvriendelijke grondstoffen en secundaire materialen in het bouwwerk.