Ga naar de hoofdinhoud Ga naar de onderkant van de pagina
WTCB Home

Wetenschappelijk en Technisch Centrum voor het Bouwbedrijf

21/07/2018

WTCB Home

Bouwdetail binnenvloer-doorvoering

Afdichting van doorvoeringen van luchtkanalen in massieve brandwerende vloeren met vlinderkleppen

Referentie: 3086

Publicatiedatum:

3086_DET1_1.svg
Afb. 120 Afdichting van een doorvoering van een luchtkanaal in een brandwerende massieve vloer met een vlinderklep.
 
1. Massieve vloer
2. Luchtkanaal
3. Uitsparing en speling rond het kanaal
4. Afdichting rond het kanaal
5. Vlinderklep
1. Massieve vloer
Het gaat hier om een massieve vloer die ofwel in overeenstemming is met de gestandaardiseerde massieve vloer, ofwel met een gelijkaardige massieve vloer. Andere massieve vloeren zijn toegelaten, op voorwaarde dat het gebruik ervan toegestaan is door het proefverslag van de brandwerende voorziening die in de vloer aangebracht wordt of door een gelijkaardig attest.
 
2. Luchtkanaal
De karakteristieken van de luchtkanalen moeten in overeenstemming zijn met het proefverslag. Zo moet in het proefverslag aangegeven zijn uit welk materiaal de luchtkanalen opgebouwd mogen zijn en hoeveel hun minimale en maximale diameter bedraagt.
 
3. Uitsparing en speling
Het verschil tussen de diameter van de uitsparing en de diameter van het kanaal moet vermeld worden in het proefverslag. De diameter van de uitsparing is doorgaans 50 mm groter dan de diameter van het kanaal.
 
4. Afdichting
De afdichting van de ruimte tussen het kanaal en de massieve vloer wordt gerealiseerd zoals aangegeven in het proefverslag. Tenzij het proefverslag andere bepalingen bevat, moet deze ruimte in principe altijd afgedicht worden. Dit gebeurt meestal met gipsmortel.
 
5. Plaatsing van de vlinderklep
De vlinderklep wordt in het luchtkanalen geschoven tot een diepte van circa 40 mm van de zichtzijde van de massieve brandwerende vloer. Het spreekt voor zich dat men er bij de plaatsing voor dient te zorgen dat de vlinderklep in het vlak van de brandwerende massieve vloer gelegen is. Tevens dient men na te gaan in welke richting (luchtstroming) de vlinderklep geplaatst dient te worden. De afstand tussen twee vlinderkleppen bedraagt minimaal 200 mm (zie afbeelding 121, p. 181), tenzij een brandproefverslag anders aantoont. Bovendien dienen brandwerende vlinderkleppen op minimaal 75 mm van muren aangebracht te worden.
 
Enkele bijzondere aandachtspunten:
* een vervorming (doorbuiging) van de vloer mag de goede werking van de vlinderklep niet verhinderen
* een vlinderklep zorgt voor een bijkomend ladingverlies van de luchtkanalen. Hiermee dient dan ook bij de dimensionering van de installatie rekening gehouden te worden
* eventueel een flexibele mouw aanbrengen aan beide zijden van het kanaal dat doorheen de vloer voert teneinde in geval van brand de thermische vervorming op te vangen zonder dat daarbij de stabiliteit van de klep in het gedrang komt. In desbetreffend geval kunnen deze mouwen ook gebruikt worden voor een mogelijke inspectie van de vlinderklep. Hiervoor verwijzen we naar het proefverslag en de richtlijnen van de fabrikant.
 
6. Ophangconstructie van de luchtkanalen (niet zichtbaar op afbeelding 120, p. 180)
De luchtkanalen dienen ondersteund en bevestigd te worden volgens de regels van goed vakmanschap.
3086_DET2_1.svg
Afb. 121 Te respecteren minimale afstanden tussen vlinderkleppen en tussen de vlinderklep en een bouwelement.

Gerelateerde publicaties

  1. Diensten
  2. Normalisatie
  3. NA Bouwdetails
  4. Databank bouwdetails