Ga naar de hoofdinhoud Ga naar de onderkant van de pagina
WTCB Home

Wetenschappelijk en Technisch Centrum voor het Bouwbedrijf

23/07/2018

WTCB Home

Bouwdetail binnenvloer-doorvoering

Afdichting van doorvoeringen van onbrandbare leidingen met brandbare isolatie in brandwerende massieve vloeren met isolatieschalen en eventueel een brandwerende coating

Referentie: 3076

Publicatiedatum:

3076_DET1_1.svg
Afb. 107 Afdichting van een doorvoering van een onbrandbare leiding met brandbare isolatie in een brandwerende massieve vloer met isolatieschalen en eventueel een brandwerende coating.
 
1. Massieve vloer
2. Onbrandbare leiding met een brandbare isolatie
3. Uitsparing en speling rond de leiding
4. Afdichting rond de leiding
5. Isolatieschaal
6. Eventuele coating
1. Massieve vloer
Het gaat hier om een massieve vloer die ofwel in overeenstemming is met de gestandaardiseerde massieve vloer, ofwel met een gelijkaardige massieve vloer. Andere massieve vloeren zijn toegelaten, op voorwaarde dat het gebruik ervan toegestaan is door het proefverslag van de brandwerende voorziening die in de vloer aangebracht wordt of door een gelijkaardig attest.
 
2. Onbrandbare leidingen met brandbare isolatie
De karakteristieken van de onbrandbare leidingen met brandbare isolatie moeten in overeenstemming zijn met het proefverslag. Zo moet in de voorschriften van de fabrikant, die gebaseerd zijn op classificatierapport(en) of proefverslag(en), het volgende aangegeven worden:
* onbrandbare leiding:
o materiaal (bv. staal of koper)
o de maximale diameter (bv. 60 mm)
o de minimale en maximale wanddikte (gewoonlijk 0,5 tot 5 mm)
* brandbare isolatie:
o het type
o de maximale dikte.
 
3. Uitsparing en speling
Het verschil tussen de diameter van de uitsparing en de diameter van de geïsoleerde leiding of de isolatieschaal (indien deze doorloopt doorheen de vloer) mag niet groter zijn dan de waarde die vermeld staat in het proefverslag.
 
4. Afdichting
De afdichting van de ruimte tussen de leiding (of de isolatieschaal indien deze doorloopt doorheen de vloer) en de uitsparing in de massieve vloer wordt gerealiseerd zoals aangegeven in het proefverslag (dichtpleisteren, opstoppen met rotswol ...).De te voorziene afdichting is afhankelijk van de speling tussen de geïsoleerde leiding (of isolatieschaal) en de uitsparing. Tenzij het proefverslag andere bepalingen bevat (bv. speling < x mm), moet deze ruimte in principe altijd afgedicht worden.
 
5. Bevestiging van de isolatieschaal
De karakteristieken van de - al dan niet van een brandwerende coating voorziene - isolatieschaal moeten in overeenstemming zijn met het proefverslag. Zo moet in het proefverslag aangegeven zijn wat de minimale densiteit (kg/m³), de minimale dikte (mm) en de brandreactieklasse (A1, A2-s1, d0 ... F volgens NBN EN 13501-1) van de isolatieschaal is. Er moet eveneens vermeld worden over welke minimumlengte (lengte 'x' in mm uit afbeelding 107, p. 160) de isolatieschaal aangebracht moet worden rondom de onbrandbare leiding met een brandbare isolatie (al dan niet aan weerszijden van de vloer). De lengte 'x' bedraagt ongeveer 1.000 mm aan beide kanten (zie proefverslag). Het is aan te bevelen om de isolatieschaal te bevestigen om deze op zijn plaats te houden. Ze wordt geplaatst zoals beschreven in het proefverslag.
 
6. Brandwerende coating
De isolatieschaal, de massieve vloer en/of de geïsoleerde leiding kunnen eventueel ingesmeerd worden met een brandwerende coating. In voorkomend geval dient het proefverslag de nodige informatie te bevatten met betrekking tot het te gebruiken coatingtype, de dikte (mm) en de lengte (zie lengten 'y' en 'z' uit afbeelding 107 in mm) waarover deze aangebracht dient te worden.
 
7. Ophangconstructie van de leidingen (niet zichtbaar op afbeelding 107)
De leidingen dienen ondersteund en bevestigd te worden volgens de regels van goed vakmanschap.

Gerelateerde publicaties

  1. Diensten
  2. Normalisatie
  3. NA Bouwdetails
  4. Databank bouwdetails