Ga naar de hoofdinhoud Ga naar de onderkant van de pagina
WTCB Home

Wetenschappelijk en Technisch Centrum voor het Bouwbedrijf

22/05/2018

WTCB Home

Bouwdetail binnenvloer-doorvoering

Afdichting van doorvoeringen van onbrandbare leidingen met een brandbare isolatie in brandwerende massieve vloeren met brandwerende manchetten

Referentie: 3075
Publicatiedatum: 01-03-2015

3075_DET1_1.svg
Afb. 106 Afdichting van doorvoeringen van onbrandbare leidingen met brandbare isolatie in brandwerende massieve vloeren met brandwerende manchetten.
 
A. Opbouwmanchet
 
1. Massieve vloer
2. Onbrandbare leiding met een brandbare isolatie
3. Uitsparing en speling rond de leiding
4. Afdichting rond de leiding
5. Brandwerende manchet
 
3075_DET2_1.svg
Afb. 106 Afdichting van doorvoeringen van onbrandbare leidingen met brandbare isolatie in brandwerende massieve vloeren met brandwerende manchetten.
 
B. Inbouwmanchet
 
1. Massieve vloer
2. Onbrandbare leiding met een brandbare isolatie
3. Uitsparing en speling rond de leiding
4. Afdichting rond de leiding
5. Brandwerende manchet
 
1. Massieve vloer
Het gaat hier om een massieve vloer die ofwel in overeenstemming is met de gestandaardiseerde massieve vloer, ofwel met een gelijkaardige massieve vloer. Andere massieve vloeren zijn toegelaten, op voorwaarde dat het gebruik ervan toegestaan is door het proefverslag van de brandwerende voorziening die in de vloer aangebracht wordt of door een gelijkaardig attest.
2. Onbrandbare leidingen met brandbare isolatie
De karakteristieken van de onbrandbare leidingen met brandbare isolatie moeten in overeenstemming zijn met het proefverslag. Zo moet in de voorschriften van de fabrikant, gebaseerd op classificatierapport(en) of proefverslag(en), het volgende aangegeven worden:
* onbrandbare leiding:
o het materiaal (bv. staal of koper)
o de maximale diameter (bv. 60 mm)
o de minimale en maximale wanddikte (gewoonlijk 0,5 tot 5 mm)
* brandbare isolatie:
o het type
o de maximale dikte.
3. Uitsparing en speling
De grootte van de uitsparing en de overmaat van de uitsparing ten opzichte van de geïsoleerde leiding mogen niet groter zijn dan de waarden die vermeld staan in de voorschriften van de fabrikant, die gebaseerd zijn op classificatierapporten en proefverslagen.
4. Afdichting
De afdichting van de ruimte tussen de leiding en de uitsparing in de massieve vloer wordt gerealiseerd zoals aangegeven in het proefverslag: dichtpleisteren, opstoppen met rotswol ... (zie afbeelding 106 A). De te voorziene afdichting is afhankelijk van de speling tussen de geïsoleerde leiding en de uitsparing. Tenzij het proefverslag andere bepalingen bevat (bv. speling < x mm), moet deze ruimte in principe altijd afgedicht worden.
5. Brandwerende manchetten en de bevestiging ervan
A. Opbouwmanchetten
De brandweerstand van een vloer wordt beoordeeld aan de hand van een brand onder de vloer ('brand van onder naar boven'). Langs de onderzijde van de vloer dient dan ook steeds een opbouwmanchet geplaatst te worden. In sommige gevallen kan een opbouwmanchet ook langs de bovenzijde of langs beide zijden voorzien worden, hiervoor verwijzen we naar het proefverslag van de fabrikant.
Voor het toepassingsgebied van deze proeven (leidingdiameter, vloertype ...) dient men het proefverslag en de voorschriften van de fabrikant te raadplegen.
Tenzij het proefverslag andere bepalingen bevat, wordt de brandwerende manchet niet afgewerkt met een cement- of pleisterlaag. De brandwerende manchet wordt rond de leiding aangebracht en moet goed aansluiten op de diameter van de leiding. De exacte speling is terug te vinden in het proefverslag.
De bevestigingsmiddelen die gebruikt worden voor de montage van opbouwmanchetten moeten in overeenstemming zijn met het proefverslag. Dit impliceert dat ze bestand moeten zijn tegen hoge temperaturen en dat ze bij brand niet mogen smelten. Daarom worden ze bij voorkeur uitgevoerd in staal (bv. schroeven, doorgaande draadstangen ...). Ook kunststof pluggen kunnen toegelaten worden voor zover dit bevestigd werd door een brandproefverslag. Tijdens de brand is het noodzakelijk dat de opbouwmanchet op zijn plaats blijft.
B. Inbouwmanchetten
Inbouwmanchetten worden in de uitsparing van de vloer aangebracht. Ze worden gewoonlijk in het midden van de vloer geplaatst. In sommige gevallen kunnen deze ook langsheen de randen van de vloer voorzien worden, dit dient door het classificatierapport en/of proefverslag aangetoond te worden.
6. Ophangconstructie van de leidingen (niet zichtbaar op afbeelding 106, p. 158)
De leidingen dienen ondersteund en bevestigd te worden volgens de regels van goed vakmanschap.

Gerelateerde publicaties

  1. Diensten
  2. Normalisatie
  3. NA Bouwdetails
  4. Databank bouwdetails