Ga naar de hoofdinhoud Ga naar de onderkant van de pagina
WTCB Home

Wetenschappelijk en Technisch Centrum voor het Bouwbedrijf

23/07/2018

WTCB Home

Bouwdetail binnenvloer-doorvoering

Afdichting van doorvoeringen van onbrandbare leidingen in brandwerende massieve vloeren Met isolatieschalen en eventueel een brandwerende coating

Referentie: 3072

Publicatiedatum:

3072_DET1_1_NL.svg
Afb. 103 Afdichting van doorvoeringen van onbrandbare leidingen in brandwerende massieve vloeren met isolatieschalen en eventueel een brandwerende coating.
 
1. Massieve vloer
2. Onbrandbare leiding
3. Uitsparing en speling rond de leiding of de isolatieschaal
4. Afdichting rond de leiding of de isolatieschaal
5. Isolatieschaal
6. Bevestiging van de isolatieschaal
7. Eventuele coating (op de vloer/leiding/isolatieschaal)
1. Massieve vloer
Het gaat hier om een massieve vloer die ofwel in overeenstemming is met de gestandaardiseerde massieve vloer, ofwel met een gelijkaardige massieve vloer. Andere massieve vloeren zijn toegelaten, op voorwaarde dat het gebruik ervan toegestaan is door het proefverslag van de brandwerende voorziening die in de vloer aangebracht wordt of door een gelijkaardig attest.
 
2. Onbrandbare leidingen
De karakteristieken van de onbrandbare leidingen moeten in overeenstemming zijn met het proefverslag. Zo moet in het proefverslag aangegeven zijn uit welk materiaal de leidingen opgebouwd zijn (staal, koper ...) en wat hun minimale en maximale diameter is (gewoonlijk 50 tot 250 mm). Verder moet het proefverslag de nodige informatie bevatten met betrekking tot hun minimale en maximale wanddikte (gewoonlijk 0,5 tot 5 mm).
 
3. Uitsparing en speling
Het verschil tussen de diameter van de uitsparing en de diameter van de leiding (of van de isolatieschaal indien deze doorloopt doorheen de vloer) mag niet groter zijn dan de waarde die vermeld staat in het proefverslag.
 
4. Afdichting
De afdichting van de ruimte tussen de leiding of de isolatieschaal (indien deze doorloopt doorheen de vloer) en de uitsparing in de massieve vloer wordt gerealiseerd zoals aangegeven in het proefverslag (dichtpleisteren, opstoppen met rotswol ...).
De te voorziene afdichting is afhankelijk van de speling tussen de leiding of de isolatieschaal en de uitsparing. Tenzij het proefverslag andere bepalingen bevat (bv. speling < x mm), moet deze ruimte in principe altijd afgedicht worden.
 
5. Isolatieschaal
De karakteristieken van de - al dan niet van een brandwerende coating voorziene - isolatieschaal moeten in overeenstemming zijn met het proefverslag. Zo moet in het proefverslag aangegeven zijn wat de minimale densiteit (kg/m³), de minimale dikte (mm) en de brandreactieklasse (A1, A2-s1, d0 ... F volgens NBN EN 13501-1 ) van de isolatieschaal is en over welke lengte (lengte 'x' uit afbeelding 103, p. 152, in mm) deze minstens rondom de onbrandbare leiding aangebracht moet worden (al dan niet aan weerszijden van de vloer). De lengte ('x' uit afbeelding 103) moet ongeveer 500 mm bedragen bij stalen leidingen en ongeveer 800 mm bij koperen leidingen vanaf de geïsoleerde vloer (langs weerszijden), tenzij anders getest.
 
6. Bevestiging van de isolatieschaal
De isolatieschaal moet ter plaatse gehouden worden zoals beschreven in het proefverslag.
 
7. Brandwerende coating
De isolatieschaal, de massieve vloer en/of de leiding kunnen eventueel ingesmeerd worden met een brandwerende coating. In voorkomend geval dient het proefverslag de nodige indicaties te bevatten met betrekking tot het te gebruiken coatingtype, de dikte (mm) en de lengte (zie lengten 'y' en 'z' uit afbeelding 103, in mm) waarover deze aangebracht dient te worden.
 
8. Ophangconstructie van de leidingen (niet zichtbaar op afbeelding 103)
De leidingen dienen ondersteund en bevestigd te worden volgens de regels van goed vakmanschap. Indien de isolatieschaal beproefd werd met een ophanging, dient deze laatste in de praktijk op een equivalente manier uitgevoerd te worden.

Gerelateerde publicaties

  1. Diensten
  2. Normalisatie
  3. NA Bouwdetails
  4. Databank bouwdetails