Ga naar de hoofdinhoud Ga naar de onderkant van de pagina
WTCB Home

Wetenschappelijk en Technisch Centrum voor het Bouwbedrijf

23/05/2018

WTCB Home

Bouwdetail binnenvloer-doorvoering

Afdichting van doorvoeringen van brandbare leidingen in brandwerende massieve vloeren met brandwerende opbouwmanchetten

Referentie: 3068
Publicatiedatum: 01-03-2015

3068_DET1_1.svg
Afb. 99 Afdichting van een doorvoering van een brandbare leiding in een brandwerende massieve vloer met behulp van een brandwerende opbouwmanchet.
 
1. Massieve vloer
2. Brandbare leiding
3. Uitsparing en speling rond de leiding
4. Afdichting rond de leiding
5. Bevestiging van de brandwerende manchet
6. Brandwerende manchet
1. Massieve vloer
Het gaat hier om een massieve vloer die ofwel in overeenstemming is met de gestandaardiseerde massieve vloer, ofwel met een gelijkaardige massieve vloer. Andere massieve vloeren zijn toegelaten, op voorwaarde dat het gebruik ervan toegestaan is door het proefverslag van de brandwerende voorziening die in de vloer aangebracht wordt of door een gelijkaardig attest.
 
2. Brandbare leidingen
De karakteristieken van de brandbare leidingen moeten in overeenstemming zijn met het proefverslag. Zo moet in het proefverslag aangegeven worden uit welk materiaal de leidingen opgebouwd zijn (PVC, PE, PP ...) en wat hun minimale en maximale diameter is (gewoonlijk 25 tot 250 mm). Verder moet het proefverslag de nodige informatie bevatten met betrekking tot de minimale en maximale wanddikte van de leiding (gewoonlijk 1 tot 15 mm). Indien de leidingen een aanzienlijke wanddikte vertonen, zal het noodzakelijk zijn een brandwerende manchet met een groter drukopbouwend vermogen te gebruiken.
 
3. Uitsparing en speling
Het verschil tussen de diameter van de uitsparing en de diameter van de leiding moet vermeld worden in het proefverslag. In principe is de speling tussen de uitsparing en de leiding niet groter dan 40 mm. Indien door omstandigheden de leiding van zijn oorspronkelijke plaats zou afwijken, kan de speling variëren tussen 0 en 40 mm. Voor meer informatie hieromtrent dient men het proefverslag en de voorschriften van de fabrikant te raadplegen.
 
4. Afdichting
De afdichting van de ruimte tussen de leiding en de uitsparing in de vloer wordt gerealiseerd zoals aangegeven in het proefverslag (afdichten met mortel, dichtpleisteren, opstoppen met rotswol ...). De te voorziene afdichting is afhankelijk van de speling tussen de leiding en de uitsparing. Tenzij het proefverslag andere bepalingen bevat (bv. speling < x mm), moet deze ruimte in principe altijd afgedicht worden.
 
5. Bevestiging van de brandwerende voorziening
De opbouwmanchet moet tijdens de brand op zijn plaats blijven. De bevestigingsmiddelen die gebruikt worden voor de montage van opbouwmanchetten moeten in overeenstemming zijn met het proefverslag. Ze moeten m.a.w. bestand zijn tegen hoge temperaturen en ze mogen niet smelten bij brand. Daarom worden ze bij voorkeur uitgevoerd in staal (bv. schroeven, doorgaande draadstangen ...). Kunststof pluggen kunnen enkel toegelaten worden indien zulks bevestigd wordt door een classificatierapport en/of proefverslag.
 
6. Plaatsing van de brandwerende voorziening
De brandweerstand van een vloer wordt beoordeeld aan de hand van een brand onder de vloer ('brand van onder naar boven'). Langs de onderzijde van de vloer dient dan ook steeds een opbouwmanchet geplaatst te worden. In sommige gevallen kan een dergelijke manchet ook langs de bovenzijde of langs beide zijden voorzien worden (zie proefverslag van de fabrikant).
Voor het toepassingsgebied van deze proeven (leidingdiameter, vloertype ...) dient men het proefverslag en de voorschriften van de fabrikant te raadplegen.
Tenzij het proefverslag andere bepalingen bevat, wordt de brandwerende manchet niet afgewerkt met een cement- of pleisterlaag.
De brandwerende manchet wordt rond de leiding aangebracht en moet goed aansluiten op de diameter van de leiding. De juiste speling is terug te vinden in het proefverslag.
 
7. Ophangconstructie van de leidingen (niet zichtbaar op afbeelding 99, p. 144)
De leidingen dienen ondersteund en bevestigd te worden volgens de regels van goed vakmanschap.
Opmerking: de plaatsingsvoorschriften voor opbouwmanchetten gelden eveneens voor manchetten op rol.

Gerelateerde publicaties

  1. Diensten
  2. Normalisatie
  3. NA Bouwdetails
  4. Databank bouwdetails