Ga naar de hoofdinhoud Ga naar de onderkant van de pagina
WTCB Home

Wetenschappelijk en Technisch Centrum voor het Bouwbedrijf

23/05/2018

WTCB Home

Bouwdetail binnenmuur-doorvoering

Afdichting van doorvoeringen van luchtkanalen in massieve brandwerende muren met vlinderkleppen

Referentie: 3055
Publicatiedatum: 01-03-2015

3055_DET1_1.svg
Afb. 83 Afdichting van een doorvoering van een luchtkanaal in een brandwerende massieve muur met een vlinderklep.
 
1. Massieve muur
2. Luchtkanaal
3. Uitsparing en speling rond het kanaal
4. Afdichting rond het kanaal
5. Vlinderklep
6. Ophangconstructie
1. Massieve muur
Het gaat hier om een massieve muur die ofwel in overeenstemming is met de gestandaardiseerde massieve muur, ofwel met een gelijkaardige massieve muur. Andere massieve muren zijn toegelaten, op voorwaarde dat het gebruik ervan toegestaan is door het proefverslag van de brandwerende voorziening die in de muur aangebracht wordt of door een gelijkaardig attest.
 
2. Luchtkanaal
De karakteristieken van de luchtkanalen moeten in overeenstemming zijn met het proefverslag. Zo moet aangegeven zijn uit welk materiaal de luchtkanalen opgebouwd mogen zijn en hoeveel hun minimale en maximale diameter bedragen.
 
3. Uitsparing en speling
Het verschil tussen de diameter van de uitsparing en de diameter van het kanaal moet vermeld worden in het proefverslag. Voor vlinderkleppen is de diameter van de uitsparing doorgaans 50 mm groter dan de diameter van het kanaal.
 
4. Afdichting
De afdichting van de ruimte tussen het kanaal en de massieve muur wordt gerealiseerd zoals aangegeven in het proefverslag. Hiervoor wordt meestal gipsmortel gebruikt. Tenzij het proefverslag andere bepalingen zou bevatten, moet deze ruimte in principe altijd afgedicht worden.
 
5. Plaatsing van de vlinderkleppen
Vlinderkleppen worden meestal geplaatst met een horizontale of verticale klepas. De vlinderklep wordt in het luchtkanaal geschoven tot circa 40 mm van de zichtzijde van de brandwerende massieve muur. Het spreekt voor zich dat men er bij de plaatsing voor dient te zorgen dat de vlinderklep in het vlak van de brandwerende massieve muur gelegen is. Tevens dient men na te gaan in welke richting (luchtstroming) de vlinderklep geplaatst dient te worden. De afstand tussen twee vlinderkleppen bedraagt minimaal 200 mm (zie afbeelding 84), tenzij een brandproefverslag anders aantoont. Bovendien dienen vlinderkleppen op minimaal 75 mm van muren en plafonds aangebracht worden.
Enkele bijzondere aandachtspunten:
 - een vervorming (doorbuiging) van de bovenliggende draagvloer mag de goede werking van de vlinderklep niet verhinderen
 - een vlinderklep zorgt voor een bijkomend ladingverlies van de luchtkanalen. Hiermee dient bij de dimensionering van de installatie rekening gehouden te worden
 - eventueel een flexibele mouw voorzien aan beide zijden van het kanaal dat doorheen de massieve muur voert teneinde in geval van brand de thermische vervorming op te vangen zonder dat daarbij de stabiliteit van de klep in het gedrang komt. In desbetreffend geval kunnen deze mouwen ook gebruikt worden voor een mogelijke inspectie van de vlinderklep. Hiervoor verwijzen we naar het proefverslag en de richtlijnen van de fabrikant.
 
6. Ophangconstructie
De luchtkanalen dienen ondersteund en bevestigd te worden volgens de regels van goed vakmanschap.
3055_DET2_1.svg
Afb. 84 Te respecteren minimale afstanden tussen vlinderkleppen en tussen de vlinderklep en een bouwelement.

Gerelateerde publicaties

  1. Diensten
  2. Normalisatie
  3. NA Bouwdetails
  4. Databank bouwdetails