Ga naar de hoofdinhoud Ga naar de onderkant van de pagina
WTCB Home

Wetenschappelijk en Technisch Centrum voor het Bouwbedrijf

23/05/2018

WTCB Home

Bouwdetail binnenmuur-doorvoering

Afdichting van doorvoeringen van kabelgoten in brandwerende massieve muren met brandwerende manchetten op rol

Referentie: 3050
Publicatiedatum: 01-03-2015

3050_DET1_1.svg
Afb. 76 Afdichting van een doorvoering met een kabelgoot in een brandwerende massieve muur met behulp van een brandwerende manchet op rol.
 
1. Massieve muur
2. Kabelgoot
3. Uitsparing en speling rond de kabelgoot
4. Afdichting rond de kabelgoot
5. Manchetten op rol
6. Ophangconstructie van de kabelgoot
Manchetten op rol kunnen gebruikt worden voor het afdichten van kabels en kabelbundels maar meestal zal men deze toepassen voor het brandwerend afdichten van kabelgoten.
 
1. Massieve muur
Het gaat hier om een massieve muur die ofwel in overeenstemming is met de gestandaardiseerde massieve muur, ofwel met een gelijkaardige massieve muur. Andere massieve muren zijn toegelaten, op voorwaarde dat het gebruik ervan toegestaan is door het proefverslag van de brandwerende voorziening die in de muur aangebracht wordt of door een gelijkaardig attest.
 
2. Kabels, kabelbundels of kabelgoten
De karakteristieken van de kabels, kabelbundels of kabelgoten moeten in overeenstemming zijn met de voorschriften van de fabrikanten, gebaseerd op classificatierapporten en proefverslagen. De voorschriften van de fabrikanten moeten volgende informatie bevatten:
 - het kabeltype (op basis van de uitgevoerde testen op koperen of aluminium kabels kunnen de resultaten van de proeven naar alle courante kabels geëxtrapoleerd worden)
 - de maximaal toegelaten diameter (buitendiameter en diameter van de geleider). Voor kabelbundels wordt het maximaal aantal kabels aangegeven alsook de maximale diameter van de kabels
 - de afmetingen (b x l x h) en de dikte van de kabelgoot (bv. 60 x 500 x 60 - 1,5 mm) (7).
 
(7): In de standaardconfiguratie van de norm NBN EN 1366-3 worden (geperforeerde en niet-geperforeerde) kabelgoten met afmetingen 60 x 500 x 60 - 1,5 mm gebruikt.
 
3. Uitsparing en speling
Het verschil tussen de diameter van de uitsparing en de diameter van de kabels, kabelbundels of kabelgoten moet vermeld worden in de voorschriften van de fabrikanten, gebaseerd op classificatierapporten en proefverslagen. De afmeting van de uitsparing in de massieve muur moet kleiner zijn dan de geteste afmetingen van de uitsparing tijdens de brandproef. Bovendien moet de afstand tussen de kabels, kabelbundels en kabelgoten en de randen van de uitsparing groter zijn dan de geteste afstand, teneinde een correcte en voldoende opvulling te kunnen uitvoeren.
 
4. Afdichting
De afdichting van de ruimte tussen de kabels, kabelbundels of kabelgoten en de uitsparing in de muur wordt gerealiseerd zoals aangegeven in het proefverslag (opstoppen met rotswol, afdichten met schuim ...). Het is ook mogelijk dat er geen afdichting vereist is.
 
5. Manchet op rol
 
Plaatsing
Een manchet op rol moet altijd aan de rechtstreeks verhitte zijde(n) van de massieve muur geplaatst worden. Tenzij het tegendeel bewezen werd, wordt er normaal gesproken uitgegaan van de veronderstelling dat de brand kan aangrijpen aan de twee zijden van de massieve muur. In principe zou er dus aan beide zijden van de massieve muur een brandwerende manchet voorzien moeten worden. Indien er slechts één enkele manchet gebruikt wordt, die geplaatst wordt aan de niet rechtstreeks verhitte zijde van de muur, zal deze minder snel opwarmen dan de kabel, kabelbundel of kabelgoot aan de vuurzijde. Hierdoor zou deze laatste kunnen beginnen smelten voordat de manchet in werking treedt, zodat er een opening ontstaat waarlangs een eventuele branddoorslag kan optreden. Indien één manchet toch kan volstaan, moet dit door het proefverslag bevestigd worden. Vandaar dat er een eerste proef uitgevoerd wordt waarbij de manchet zich aan de vuurzijde bevindt en een tweede proef waarbij de manchet geïnstalleerd wordt aan de niet rechtstreeks aan de brand blootgestelde zijde.
Tenzij het proefverslag andere bepalingen bevat, wordt de brandwerende manchet niet afgewerkt met een cement- of pleisterlaag.
De brandwerende manchet wordt rond de kabel, kabelbundel of kabelgoot aangebracht en moet goed aansluiten op de buitendiameter van de kabel en kabelbundel of buitenafmetingen van de kabelgoot (voor de exacte speling verwijzen we naar het proefverslag). Bij kabelgoten wordt de speling tussen de manchet op rol en de kabels soms nog opgevuld met rotswol of wordt bijkomend een afdichtingsplaat (uit rotswol) voorzien.
 
Bevestiging
Tijdens de brand moet de manchet op rol op zijn plaats blijven.
De bevestigingsmiddelen die gebruikt worden voor de montage van manchetten op rol moeten in overeenstemming zijn met het proefverslag. Dit impliceert dat ze bestand moeten zijn tegen hoge temperaturen en dat ze bij brand niet mogen smelten. Daarom worden ze bij voorkeur uitgevoerd in staal (bv. schroeven, doorgaande draadstangen ...). Ook kunststof pluggen kunnen toegelaten worden, voor zover dit bevestigd werd door een brandproefverslag.
 
6. Ophangconstructie van de kabels, kabelbundels of kabelgoten
De kabels, kabelbundels of kabelgoten dienen ondersteund en bevestigd te worden volgens de regels van goed vakmanschap. De ophangingen moeten zo dicht mogelijk bij de massieve muur gelegen zijn (in principe op een maximale afstand van 500 mm - zie proefverslag).

Gerelateerde publicaties

  1. Diensten
  2. Normalisatie
  3. NA Bouwdetails
  4. Databank bouwdetails