Ga naar de hoofdinhoud Ga naar de onderkant van de pagina
WTCB Home

Wetenschappelijk en Technisch Centrum voor het Bouwbedrijf

23/05/2018

WTCB Home

Bouwdetail binnenmuur-doorvoering

Afdichting van doorvoeringen van kabels of kabelbundels in brandwerende massieve muren met brandwerende opbouwmanchetten

Referentie: 3048
Publicatiedatum: 01-03-2015

3048_DET1_1.svg
Afb. 74 Afdichting van een doorvoering van kabels of kabelbundels in een brandwerende massieve muur met behulp van brandwerende opbouwmanchetten.
 
1. Massieve muur
2. Kabel of kabelbundel
3. Uitsparing en speling rond de kabel of kabelbundel
4. Afdichting rond de kabel of kabelbundel
5. Brandwerende opbouwmanchet
6. Ophangconstructie van de kabel of kabelbundel
1. Massieve muur
Het gaat hier om een massieve muur die ofwel in overeenstemming is met de gestandaardiseerde massieve muur, ofwel met een gelijkaardige massieve muur. Andere massieve muren zijn toegelaten, op voorwaarde dat het gebruik ervan toegestaan is door het proefverslag van de brandwerende voorziening die in de muur aangebracht wordt of door een gelijkaardig attest.
 
2. Kabels of kabelbundels
De karakteristieken van de kabels of kabelbundels moeten in overeenstemming zijn met de voorschriften van de fabrikanten, die gebaseerd zijn op classificatierapporten en proefverslagen. De voorschriften van de fabrikanten moeten de volgende informatie bevatten:
 - het kabeltype (op basis van de uitgevoerde testen op koperen of aluminium kabels kunnen de proefresultaten naar alle courante kabels geëxtrapoleerd worden)
 - de maximaal toegelaten diameter (buitendiameter, diameter van de geleider). Voor kabelbundels wordt het maximaal aantal kabels aangegeven alsook de maximale diameter van de kabels.
 
3. Uitsparing en speling
Het verschil tussen de diameter van de uitsparing en de diameter van de kabels of kabelbundels moet vermeld worden in de voorschriften van de fabrikanten, gebaseerd op classificatierapporten en proefverslagen. De afmeting van de uitsparing in de massieve muur moet kleiner zijn dan de geteste afmetingen van de uitsparing tijdens de brandproef. Bovendien moet de afstand tussen de kabels of kabelbundels en de randen van de uitsparing groter zijn dan de geteste afstand, teneinde een correcte opvulling te kunnen uitvoeren.
 
4. Afdichting
De afdichting van de ruimte tussen de kabels kabelbundel s en de uitsparing in de muur wordt gerealiseerd zoals aangegeven in het proefverslag (opstoppen met rotswol, afdichten met schuim ...). Het is ook mogelijk dat er geen afdichting vereist is.
 
5. Brandwerende voorziening
 
Plaatsing
Een opbouwmanchet moet altijd aan de rechtstreeks verhitte zijde(n) van de massieve muur geplaatst worden. Tenzij het tegendeel bewezen werd, wordt er uitgegaan van de veronderstelling dat de brand kan aangrijpen aan de twee zijden van de massieve muur. In principe zou er dus aan beide zijden van de massieve muur een brandwerende manchet voorzien moeten worden. Indien er slechts één enkele manchet gebruikt wordt, die geplaatst wordt aan de niet rechtstreeks verhitte zijde van de muur, zal deze minder snel opwarmen dan de leiding aan de vuurzijde. Hierdoor zou deze laatste kunnen beginnen smelten voordat de manchet in werking treedt, zodat er een opening ontstaat waarlangs een eventuele branddoorslag kan optreden. Indien één manchet voldoende zou zijn, moet dit door het proefverslag bevestigd worden. Vandaar dat er een eerste proef uitgevoerd wordt waarbij de manchet zich aan de vuurzijde bevindt en een tweede proef waarbij de manchet geïnstalleerd wordt aan de niet rechtstreeks aan de brand blootgestelde zijde.
Tenzij het proefverslag andere bepalingen bevat, wordt de brandwerende manchet niet afgewerkt met een cement- of pleisterlaag. De brandwerende manchet wordt rond de kabel of kabelbundel aangebracht en moet goed aansluiten op de buitendiameter van de kabel of kabelbundel (de exacte speling staat vermeld in het proefverslag).
 
Bevestiging
Tijdens de brand moet de opbouwmanchet op zijn plaats blijven.
De bevestigingsmiddelen die gebruikt worden voor de montage van opbouwmanchetten moeten in overeenstemming zijn met het proefverslag. Dit impliceert dat ze bestand moeten zijn tegen hoge temperaturen en dat ze bij brand niet mogen smelten. Daarom worden ze bij voorkeur uitgevoerd in staal (bv. schroeven, doorgaande draadstangen ...).
Ook kunststof pluggen kunnen toegelaten worden, voor zover dit bevestigd werd door een brandproefverslag.
 
6. Ophangconstructie van de kabels of kabelbundels
De kabel of kabelbundel dient ondersteund en bevestigd te worden volgens de regels van goed vakmanschap. De ophangingen moeten zo dicht mogelijk bij de massieve muur gelegen zijn (in principe op een maximale afstand van 500 mm - zie proefverslag).

Gerelateerde publicaties

  1. Diensten
  2. Normalisatie
  3. NA Bouwdetails
  4. Databank bouwdetails