Ga naar de hoofdinhoud Ga naar de onderkant van de pagina
WTCB Home

Wetenschappelijk en Technisch Centrum voor het Bouwbedrijf

23/05/2018

WTCB Home

Bouwdetail binnenmuur-doorvoering

Afdichting van doorvoeringen van onbrandbare leidingen met brandbare isolatie in brandwerende massieve muren met brandwerende soepele stroken

Referentie: 3046
Publicatiedatum: 01-03-2015

3046_DET1_1.svg
Afb. 71 Afdichting van een doorvoering van een onbrandbare leiding met brandbare isolatie in een brandwerende massieve muur met behulp van een brandwerende soepele strook.
 
1. Massieve muur
2. Onbrandbare leiding met brandbare isolatie
3. Uitsparing en speling rond de leiding
4. Afdichting rond de leiding
5. Brandwerende soepele strook
6. Ophangconstructie van de leiding
1. Massieve muur
Het gaat hier om een massieve muur die ofwel in overeenstemming is met de gestandaardiseerde massieve muur, ofwel met een gelijkaardige massieve muur. Andere massieve muren zijn toegelaten, op voorwaarde dat het gebruik ervan toegestaan is door het proefverslag van de brandwerende voorziening die in de muur aangebracht wordt of door een gelijkaardig attest.
 
2. Onbrandbare leidingen met brandbare isolatie
De karakteristieken van de onbrandbare leidingen met brandbare isolatie moeten in overeenstemming zijn met het proefverslag. Zo moet in de voorschriften van de fabrikant, die gebaseerd zijn op classificatierapport(en) of proefverslag(en), het volgende aangegeven worden:
 - onbrandbare leiding:
    - het materiaal (bv. staal of koper)
    - de maximale diameter (bv. 60 mm)
    - de minimale en maximale wanddikte (gewoonlijk 0,5 tot 5 mm)
 - brandbare isolatie:
    - het type
    - de maximale dikte.
 
3. Uitsparing en speling
Het verschil tussen de diameter van de uitsparing en de diameter van de geïsoleerde leiding moet vermeld worden in het proefverslag. De speling tussen de uitsparing en de geïsoleerde leiding mag echter niet te groot zijn.
 
4. Afdichting
De afdichting van de ruimte tussen de leiding, de brandwerende soepele stroken en de uitsparing in de muur wordt gerealiseerd zoals aangegeven in het proefverslag (afdichten met mortel, dichtpleisteren, opstoppen met rotswol, een brandwerende kit aanbrengen ...). De te voorziene afdichting is ook afhankelijk van de speling tussen de leiding en de uitsparing. Voor een kleine speling (bv. max. 10 mm) kan, in sommige gevallen, de ruimte met een brandwerende kit opgevuld worden. Tenzij het proefverslag andere bepalingen bevat (bv. speling = x mm), moet deze ruimte in principe altijd afgedicht worden.
 
5. Brandwerende voorziening
De brandwerende strook moet aangepast zijn aan de diameter van de leiding (zie de voorschriften van de fabrikant). Brandwerende soepele stroken worden in de uitsparing van de muur aangebracht en worden rond de leidingen gewikkeld. Het aantal wikkelingen is onder andere afhankelijk van de diameter (hoe groter de diameter van de leiding, hoe groter de vereiste laagdikte). De soepele stroken worden door middel van plakstrips of zelfklevende stroken op de onbrandbare leiding bevestigd. De soepele stroken worden centraal in de uitsparing aangebracht of aan weerszijden van de muur geplaatst (afhankelijk van de diameter van de leiding en de dikte van de muur - zie de voorschriften van de fabrikant) (zie afbeelding 72).
 
6. Ophangconstructie van de leidingen
De leidingen dienen ondersteund en bevestigd te worden volgens de regels van goed vakmanschap. De ophangingen moeten zo dicht mogelijk bij de massieve muur gelegen zijn (in principe op een maximale afstand van 500 mm –-zie proefverslag).
3046_DET2_1.svg
Afb. 72 Positionering van de brandwerende soepele stroken.

Gerelateerde publicaties

  1. Diensten
  2. Normalisatie
  3. NA Bouwdetails
  4. Databank bouwdetails