Ga naar de hoofdinhoud Ga naar de onderkant van de pagina
WTCB Home

Wetenschappelijk en Technisch Centrum voor het Bouwbedrijf

23/07/2018

WTCB Home

Bouwdetail binnenmuur-doorvoering

Afdichting van doorvoeringen van brandbare leidingen in brandwerende massieve muren met brandwerende soepele stroken

Referentie: 3039

Publicatiedatum:

3039_DET1_1.svg
Afb. 63 Afdichting van een doorvoering van een brandbare leiding in een brandwerende massieve muur met behulp van een brandwerende soepele strook.
 
1. Massieve muur
2. Brandbare leiding
3. Uitsparing en speling rond de leiding
4. Afdichting rond de leiding
5. Brandwerende soepele strook
6. Ophangconstructie van de leiding
1. Massieve muur
Het gaat hier om een massieve muur die ofwel in overeenstemming is met de gestandaardiseerde massieve muur, ofwel met een gelijkaardige massieve muur. Andere massieve muren zijn toegelaten, op voorwaarde dat het gebruik ervan toegestaan is door het proefverslag van de brandwerende voorziening die in de muur aangebracht wordt of door een gelijkaardig attest.
 
2. Brandbare leidingen
De karakteristieken van de brandbare leidingen moeten in overeenstemming zijn met het proefverslag. Zo moet in het proefverslag aangegeven zijn uit welk materiaal de leidingen opgebouwd zijn (PVC, PE, PP ...) en wat hun minimale en maximale diameter is (gewoonlijk 25 tot 250 mm). Verder moet het proefverslag de nodige informatie bevatten met betrekking tot de minimale en maximale wanddikte van de leidingen (gewoonlijk 1 tot 15 mm).
 
3. Uitsparing en speling
Het verschil tussen de diameter van de uitsparing en de diameter van de leiding moet vermeld worden in het proefverslag. De speling tussen de uitsparing en de leiding mag echter niet te groot zijn.
 
4. Afdichting
De afdichting van de ruimte tussen de leiding, de brandwerende soepele stroken en de uitsparing in de muur wordt gerealiseerd zoals aangegeven in het proefverslag (afdichten met mortel, dichtpleisteren, opstoppen met rotswol, een brandwerende kit aanbrengen ...). De te voorziene afdichting is ook afhankelijk van de speling tussen de leiding en de uitsparing. Voor een kleine speling (bv. max. 10 mm) kan, in sommige gevallen, de ruimte met een brandwerende kit opgevuld worden. Tenzij het proefverslag andere bepalingen bevat (bv. speling kleiner dan x mm), moet deze ruimte in principe altijd afgedicht worden.
 
5. Brandwerende voorziening
De brandwerende strook moet aangepast zijn aan de diameter van de leiding (zie de voorschriften van de fabrikant). Brandwerende soepele stroken worden in de uitsparing van de muur geplaatst en worden rond de leidingen gewikkeld. Het aantal wikkelingen is onder andere afhankelijk van de diameter (hoe groter de diameter van de leiding, hoe groter de vereiste laagdikte). De soepele stroken worden door middel van plakstrips of zelfklevende stroken op de brandbare leiding bevestigd.
De soepele stroken worden centraal in de uitsparing aangebracht of aan weerszijden van de muur geplaatst (afhankelijk van de diameter van de leiding en de dikte van de muur - zie de voorschriften van de fabrikant) (zie afbeelding 64).
 
6. Ophangconstructie van de leidingen
De leidingen dienen ondersteund en bevestigd te worden volgens de regels van goed vakmanschap. De ophangingen moeten zo dicht mogelijk bij de massieve muur gelegen zijn (in principe op een maximale afstand van 500 mm - zie proefverslag).
3039_DET2_1.svg
Afb. 64 Positionering van de brandwerende soepele stroken.

Gerelateerde publicaties

  1. Diensten
  2. Normalisatie
  3. NA Bouwdetails
  4. Databank bouwdetails