Ga naar de hoofdinhoud Ga naar de onderkant van de pagina
WTCB Home

Wetenschappelijk en Technisch Centrum voor het Bouwbedrijf

22/05/2018

WTCB Home

Bouwdetail binnenmuur-doorvoering

Afdichting van doorvoeringen van brandbare leidingen in brandwerende massieve muren met brandwerende inbouwmanchetten

Referentie: 3037
Publicatiedatum: 01-03-2015

3037_DET1_1.svg
Afb. 60 Afdichting van een doorvoering van een brandbare leiding in een brandwerende massieve muur met behulp van een brandwerende inbouwmanchet.
 
1. Massieve muur
2. Brandbare leiding
3. Uitsparing en speling rond de leiding
4. Afdichting rond de leiding
5. Brandwerende manchet
6. Ophangconstructie van de leiding
1. Massieve muur
Het gaat hier om een massieve muur die ofwel in overeenstemming is met de gestandaardiseerde massieve muur, ofwel met een gelijkaardige massieve muur. Andere massieve muren zijn toegelaten, op voorwaarde dat het gebruik ervan toegestaan is door het proefverslag van de brandwerende voorziening die in de muur aangebracht wordt of door een gelijkaardig attest.
 
2. Brandbare leidingen
De karakteristieken van de brandbare leidingen moeten in overeenstemming zijn met het proefverslag. Zo moet in het proefverslag aangegeven worden uit welk materiaal de leidingen opgebouwd zijn (PVC, PE, PP ...) en wat hun minimale en maximale diameter is (gewoonlijk 25 tot 250 mm). Verder moet het proefverslag de nodige aanduidingen bevatten met betrekking tot de minimale en maximale wanddikte van de leidingen (gewoonlijk 1 tot 15 mm). Indien de leidingen een aanzienlijke wanddikte vertonen, zal het noodzakelijk zijn een brandwerende manchet met een groter drukopbouwend vermogen te gebruiken.
 
3. Uitsparing en speling
De uitsparing in de massieve muur mag rechthoekig zijn en hoeft dus niet noodzakelijk geboord te worden. Het verschil tussen de diameter van de uitsparing en de diameter van de leiding moet vermeld worden in het proefverslag. In principe mag de speling tussen de uitsparing en de leiding niet groter zijn dan ± 30 mm. Bovendien is het de diameter van de manchet die bepalend is voor de diameter van de uitsparing. Voor meer informatie hieromtrent dient men het proefverslag en de voorschriften van de fabrikant te raadplegen.
 
4. Afdichting
De afdichting van de ruimte tussen de leiding, de brandwerende manchet en de uitsparing in de muur wordt gerealiseerd zoals aangegeven in het proefverslag.
 
5. Brandwerende voorziening
Plaatsing
Inbouwmanchetten worden in de uitsparing van de massieve muur geplaatst en hebben als voordeel dat één manchet meestal volstaat. Het nadeel van inbouwmanchetten is dat men de uitsparing groter dient te maken dan bij opbouwmanchetten. Ze worden immers niet aan weerszijden van de muur geplaatst, maar gewoonlijk in het midden van de muur. In sommige gevallen kunnen de inbouwmanchetten ook langsheen de randen van de muur voorzien worden, dit dient aangetoond te worden door het classificatierapport en/of proefverslag.
 
Eventuele bevestiging
De bevestigingsmiddelen die gebruikt worden voor de montage van inbouwmanchetten moeten in overeenstemming zijn met het proefverslag.
 
6. Ophangconstructie van de leidingen
De leidingen dienen ondersteund en bevestigd te worden volgens de regels van goed vakmanschap. De ophangingen moeten zo dicht mogelijk bij de massieve muur gelegen zijn (in principe op een maximale afstand van 500 mm – zie proefverslag).
Opmerking: de plaatsingsvoorschriften voor inbouwmanchetten gelden eveneens voor manchetten op rol.

Gerelateerde publicaties

  1. Diensten
  2. Normalisatie
  3. NA Bouwdetails
  4. Databank bouwdetails