Ga naar de hoofdinhoud Ga naar de onderkant van de pagina
WTCB Home

Wetenschappelijk en Technisch Centrum voor het Bouwbedrijf

21/07/2018

WTCB Home

Bouwdetail binnenmuur-doorvoering

Afdichting van doorvoeringen van luchtkanalen in brandwerende lichte scheidingswanden met brandwerende inbouwkleppen

Referentie: 3023

Publicatiedatum:

3023_DET1_1.svg
Afb.40 Afdichting van doorvoeringen van luchtkanalen in brandwerende lichte scheidingswanden met brandwerende inbouwkleppen
 
1. Lichte scheidingswand
2. Luchtkanaal
3. Uitsparing en speling
4. Afdichting
5. Brandwerende voorziening
6. Ophangconstructie
In deze fiche worden de plaatsingsvoorschriften opgenomen voor de afdichting van luchtkanalen doorheen een brandwerende lichte scheidingswand met behulp van brandwerende kleppen met het mobiele klepblad geplaatst in de as van de brandwerende lichte scheidingswand (inbouwkleppen).
 
1. Lichte scheidingswand
Het gaat hier om een lichte scheidingswand die ofwel in overeenstemming is met de gestandaardiseerde lichte scheidingswand, ofwel met een gelijkaardige lichte scheidingswand. Ook andere lichte scheidingswanden zijn toegelaten, voor zover dit bevestigd werd door een brandproefverslag of een gelijkwaardige beoordeling.
 
2. Luchtkanaal
Er bestaan brandwerende kleppen voor ronde luchtkanalen met een diameter van 100 tot circa 630 mm en rechthoekige brandwerende kleppen die meestal gebruikt worden voor kanalen tot 1.500 x 1.000 mm (b x h). Een in het laboratorium geteste batterijopstelling (met meerdere kleppen) kan afmetingen tot 2.600 x 2.600 mm bereiken. De afmetingen van de klep mogen de afmetingen van de geteste klep niet overstijgen.
 
3. Uitsparing en speling
Het verschil tussen de diameter van de uitsparing en de diameter van de brandwerende klep moet vermeld worden in de plaatsingsrichtlijnen van de fabrikant die gebaseerd zijn op het proefverslag of het classificatie- of extrapolatierapport van de proefresultaten.
Voor ronde brandwerende kleppen wordt in de lichte scheidingswand doorgaans een vierkante opening voorzien die 50 mm groter is dan de diameter van de brandwerende klep. Bij rechthoekige brandwerende kleppen wordt in de lichte scheidingswand een opening voorzien die minimaal 65 mm breder en 80 mm hoger is dan brandwerende klep. Ter hoogte van de opening worden er horizontale verstevigingen in de lichte scheidingswand voorzien. Vervolgens worden er afdekplaten aangebracht op de lichte scheidingswand.
 
4. Afdichting
De afdichting rond de brandwerende klep en de lichte scheidingswand wordt meestal afgedicht met rotswol of gipsmortel, waarna de opening langs de achterzijde gesloten wordt met twee afdekplaten, tenzij anders gespecificeerd in het proefverslag. Bij rechthoekige kanalen kan er een specifieke inbouwkit voorzien worden.
 
5. Brandwerende voorziening
De brandwerende klep kan op de lichte scheidingswand geplaatst worden met behulp van positionneringsaanduidingen (stroken) en de eventuele bijhorende positioneringspootjes. De brandwerende klep wordt bevestigd conform het proefverslag en de richtlijnen van de fabrikant.
Meestal worden brandkleppen met een horizontale klepas geplaatst. Niettemin kunnen brandkleppen - indien in deze configuratie getest - eveneens met een verticale klepas geplaatst worden. Deze informatie is in principe opgenomen in het classificatierapport.
Bij de plaatsing dient men ervoor te zorgen dat het mobiele klepblad in de as van de brandwerende lichte scheidingswand gelegen is. De afstand tussen twee brandwerende kleppen bedraagt minimaal 200 mm (zie afbeelding 41), tenzij een brandproefverslag anders aantoont. Bovendien dienen brandwerende kleppen op minimaal 75 mm van wanden en plafonds aangebracht te worden. Dit is onder meer uit praktische overweging om de opvulling rondom de brandwerende klep te kunnen verzekeren. Tevens moet het bedieningsmechanisme voor het onderhoud bereikbaar en demonteerbaar blijven.
Bij op de wand bevestigde brandwerende kleppen is een bevestigingskader voorzien waarin de nodige openingen gemaakt zijn om de klep aan de lichte scheidingswand te bevestigen. Het kader van de opgebouwde brandwerende klep wordt bevestigd conform het proefverslag en de richtlijnen van de fabrikant. Hiervoor worden doorgaans spaanplaatschroeven gebruikt met een minimale diameter van 6 mm.
 
Enkele bijzondere aandachtspunten:
  o een vervorming (doorbuiging) van de bovenliggende draagvloer mag de goede werking van de brandwerende klep niet verhinderen
  o een brandwerende klep zorgt voor een bijkomend ladingsverlies van de luchtkanalen. Hiermee dient bij de dimensionering van de installatie rekening gehouden te worden
  o eventueel een flexibele mouw voorzien tussen de brandwerende klep en het luchtkanaal teneinde in geval van brand de thermische vervorming op te vangen zonder dat daarbij de stabiliteit van de klep en de lichte wand in het gedrang komt. Hiervoor verwijzen we naar het proefverslag en de richtlijnen van de fabrikant.
 
6. Ophangconstructie
De luchtkanalen dienen ondersteund en bevestigd te worden volgens de regels van goed vakmanschap.
3023_DET2_1.svg
Afb.41 Te respecteren minimale afstanden rondom het bedieningsmechanisme en tussen de klep en een bouwelement.

Gerelateerde publicaties

  1. Diensten
  2. Normalisatie
  3. NA Bouwdetails
  4. Databank bouwdetails