Ga naar de hoofdinhoud Ga naar de onderkant van de pagina
WTCB Home

Wetenschappelijk en Technisch Centrum voor het Bouwbedrijf

22/05/2018

WTCB Home

Bouwdetail binnenmuur-doorvoering

Afdichting van doorvoeringen van kabels, kabelbundels of kabelgoten in brandwerende lichte scheidingswanden met een brandwerende coating (en een afdichtingsplaat)

Referentie: 3021
Publicatiedatum: 01-03-2015

3021_DET1_1.svg
Afb.38 Afdichting van doorvoeringen van kabels, kabelbundels of kabelgoten in brandwerende lichte scheidingswanden met een brandwerende coating (en een afdichtingsplaat)
 
1. Lichte scheidingswand
2. Kabels, kabelbundels of kabelgoten
3. Uitsparing en speling
4. Afdichting
5. Brandwerende coating
6. Ophangconstructie van kabels, kabelbundels of kabelgoten
1. Lichte scheidingswand
Het gaat hier om een lichte scheidingswand die ofwel in overeenstemming is met de gestandaardiseerde lichte scheidingswand ofwel met een gelijkaardige lichte scheidingswand. Ook andere lichte scheidingswanden zijn toegelaten, voor zover dit bevestigd werd door een proefverslag of een gelijkaardige beoordeling van de brandwerende voorziening in dit type scheidingswand.
 
2. Kabels, kabelbundels of kabelgoten
De karakteristieken van de kabels, kabelbundels of kabelgoten moeten in overeenstemming zijn met de voorschriften van de fabrikanten, die gebaseerd zijn op classificatierapporten en proefverslagen. Zo moet in de voorschriften van de fabrikanten het volgende aangegeven zijn:
  • het kabeltype (op basis van de uitgevoerde testen op koperen of aluminium kabels kunnen de resultaten van de proeven naar alle courante kabels geëxtrapoleerd worden)
  • de maximaal toegelaten diameter (buitendiameter en diameter van de geleider). Voor kabelbundels wordt het maximaal aantal kabels aangegeven alsook de maximale diameter van de kabels
  • de afmetingen (b x l x h) en de dikte van de kabelgoot (bv. 60 x 500 x 60 - 1,5 mm).
 
3. Uitsparing en speling
De grootte van de uitsparing en de overmaat van de uitsparing ten opzichte van de kabels, kabelbundels of kabelgoten mogen niet groter zijn dan de waarden die vermeld staan in het proefverslag. De grootte van de uitsparing is maximaal zo groot als de geteste uitsparing (bv. 1.200 x 600 mm of 1.600 x 800 mm) - zie de voorschriften van de fabrikanten.
 
4. Afdichting
De afdichting van de ruimte tussen de kabels, kabelbundels of kabelgoot en de uitsparing in de lichte scheidingswand wordt gerealiseerd zoals aangegeven in het proefverslag (dichtpleisteren, opstoppen met rotswol ...). Het is ook mogelijk dat er geen afdichting vereist is.
De afdichting van de ruimte tussen de kabels, kabelbundels of kabelgoot en de uitsparing in de lichte scheidingswand kan ook gerealiseerd worden met een afdichtingsplaat indien de opening te groot is. Meestal wordt er een afdichtingplaat uit rotswol gebruikt, maar andere types werden ook voor deze toepassing getest (zie de voorschriften van de fabrikanten). Als de (rotswol-)afdichtingsplaat met twee lagen aangebracht moet worden, dienen de naden te verspringen. Bovendien moet de afstand tussen de kabels, kabelbundels of kabelgoten en de randen van de uitsparing groter zijn dan de geteste afstand, teneinde een correcte en voldoende opvulling te kunnen uitvoeren. Voor meer informatie hieromtrent dient men het proefverslag en de voorschriften van de fabrikanten te raadplegen.
 
5. Brandwerende coating
De brandwerende coating wordt over een voldoende lengte uitgesmeerd op de kabels, kabelbundel of kabelgoot. De lengte is vooral afhankelijk van het type coating en ligt meestal tussen 50 mm tot 150 mm aan weerszijden van de lichte scheidingswand (zie de voorschriften van de fabrikant). De brandwerende coating wordt ook aangebracht op:
  • de afdichtingsplaat (uit rotswol), ook op zijn kopse kanten
  • de naden tussen de (rotswol-)afdichtingsplaat en de lichte scheidingswand en op de lichte scheidingswand zelf (over een voldoende afstand, bv. 100 mm - zie de voorschriften van de fabrikant).
De brandwerende coating wordt aangebracht met een voldoende minimale dikte (zie voorschriften van de fabrikanten, bv. onder vorm van verbruik (liter/m²) en/of via de droge/natte laagdikte).
 
6. Ophangconstructie van kabels, kabelbundels of kabelgoten
De kabels, kabelbundels en/of kabelgoten dienen ondersteund en bevestigd te worden volgens de regels van goed vakmanschap. De ophangingen moeten zo dicht mogelijk bij de lichte scheidingswand gelegen zijn (in principe op een maximale afstand van 500 mm).

Gerelateerde publicaties

  1. Diensten
  2. Normalisatie
  3. NA Bouwdetails
  4. Databank bouwdetails