Ga naar de hoofdinhoud Ga naar de onderkant van de pagina
WTCB Home

Wetenschappelijk en Technisch Centrum voor het Bouwbedrijf

25/05/2018

WTCB Home

Bouwdetail binnenmuur-doorvoering

Afdichting van doorvoeringen van kabelgoten in brandwerende lichte scheidingswanden met brandwerende manchetten op rol

Referentie: 3020
Publicatiedatum: 01-03-2015

3020_DET1_1.svg
Afb.37 Afdichting van doorvoeringen van kabelgoten in brandwerende lichte scheidingswanden met brandwerende manchetten op rol
 
1. Lichte scheidingswand
2. Kabels, kabelbundels of kabelgoten
3. Uitsparing en speling
4. Afdichting
5. Brandwerende voorziening
6. Ophangconstructie van kabels, kabelbundels of kabelgoten
1. Lichte scheidingswand
Het gaat hier om een lichte scheidingswand die ofwel in overeenstemming is met de gestandaardiseerde lichte scheidingswand ofwel met een gelijkaardige lichte scheidingswand. Ook andere lichte scheidingswanden zijn toegelaten, voor zover dit bevestigd werd door een proefverslag of een gelijkaardige beoordeling van de brandwerende voorziening in dit type scheidingswand.
 
2. Kabels, kabelbundels of kabelgoten
De karakteristieken van de kabels, kabelbundels of kabelgoten moeten in overeenstemming zijn met de voorschriften van de fabrikanten, die gebaseerd zijn op classificatierapporten en proefverslagen. De voorschriften van de fabrikanten moeten de volgende informatie bevatten:
  • het kabeltype (op basis van de uitgevoerde testen op koperen of aluminium kabels kunnen de proefresultaten naar alle courante kabels geëxtrapoleerd worden)
  • de maximaal toegelaten buitendiameter en diameter van de geleider. Voor kabelbundels wordt het maximaal aantal kabels aangegeven alsook de maximale diameter van de kabels
  • de afmetingen (b x l x h) en de dikte van de kabelgoot (60 x 500 x 60 - 1,5 mm).
 
3. Uitsparing en speling
Het verschil tussen de diameter van de uitsparing en de diameter van de kabels, kabelbundels of kabelgoten moet vermeld worden in de voorschriften van de fabrikanten, die gebaseerd zijn op classificatierapporten en proefverslagen:
  • de afmetingen van de uitsparing in de lichte scheidingswand moeten kleiner dan of gelijk aan de afmetingen van de geteste uitsparing in de lichte scheidingswand zijn
  • de afstand tussen de kabel, kabelbundel of kabelgoot en de randen van de uitsparing moet groter dan of gelijk aan de geteste afstand zijn teneinde een correcte en voldoende opvulling te kunnen uitvoeren.
 
4. Afdichting
De afdichting van de ruimte tussen de kabel, kabelbundel en/of kabelgoot en de uitsparing in de lichte scheidingswand wordt gerealiseerd zoals aangegeven in het proefverslag (opstoppen met rotswol, afdichten met schuim ...). Het is ook mogelijk dat er geen afdichting vereist is.
 
5. Brandwerende voorziening
 
Plaatsing
Een manchet op rol moet altijd aan de rechtstreeks verhitte zijde(n) van de lichte scheidingswand geplaatst worden. Tenzij het tegendeel bewezen werd, wordt er normaal gesproken uitgegaan van de veronderstelling dat de brand kan aangrijpen aan elke zijde van de wand. In principe zou er dus aan beide zijden van de lichte scheidingswand een brandwerende manchet op rol voorzien moeten worden. Indien er slechts één enkele manchet gebruikt wordt, die geplaatst wordt aan de niet rechtstreeks verhitte zijde van de wand, zal deze minder snel opwarmen dan de kabel, kabelbundel of kabelgoot aan de vuurzijde. Hierdoor zou deze laatste kunnen beginnen smelten voordat de manchet in werking treedt, zodat er een opening ontstaat waarlangs een eventuele branddoorslag kan optreden. Indien één manchet voldoende zou zijn, moet dit door het proefverslag bevestigd worden. Vandaar dat er een eerste proef uitgevoerd wordt waarbij de manchet zich aan de vuurzijde bevindt en een tweede waarbij de manchet geïnstalleerd wordt aan de niet rechtstreeks aan de brand blootgestelde zijde.
Tenzij het proefverslag andere bepalingen bevat, wordt de brandwerende manchet niet afgewerkt met een cement- of pleisterlaag.
De brandwerende manchet wordt rond de kabel, kabelbundel of kabelgoot aangebracht en moet goed aansluiten op de buitendiameter van de kabel en kabelbundel of op de buitenafmetingen van de kabelgoot (de exacte speling staat vermeld in het proefverslag). Bij kabelgoten wordt de speling tussen de manchet op rol en de kabels soms nog opgevuld met rotswol of wordt er bijkomend een afdichtingsplaat (uit rotswol) voorzien.
 
Bevestiging
Tijdens de brand moet de manchet op rol op zijn plaats blijven (d.w.z. tegen de scheidingswand).
De bevestigingsmiddelen die gebruikt worden voor de montage van manchetten op rol moeten in overeenstemming zijn met het proefverslag. Dit impliceert gewoonlijk dat ze bestand moeten zijn tegen hoge temperaturen en dat ze bij brand niet mogen smelten. Daarom worden ze bij voorkeur uitgevoerd in staal (bv. schroeven, doorgaande draadstangen ...). Ook kunststof pluggen kunnen toegelaten worden, voor zover dit bevestigd werd door een brandproefverslag.
 
6. Ophangconstructie van kabels, kabelbundels of kabelgoten
De kabel, kabelbundel of kabelgoot dient ondersteund en bevestigd te worden volgens de regels van goed vakmanschap. De ophangingen moeten zo dicht mogelijk bij de lichte scheidingswand gelegen zijn (in principe op een maximale afstand van 500 mm - zie proefverslag).

Gerelateerde publicaties

  1. Diensten
  2. Normalisatie
  3. NA Bouwdetails
  4. Databank bouwdetails