Ga naar de hoofdinhoud Ga naar de onderkant van de pagina
WTCB Home

Wetenschappelijk en Technisch Centrum voor het Bouwbedrijf

27/05/2018

WTCB Home

Bouwdetail binnenmuur-doorvoering

Afdichting van doorvoeringen van onbrandbare leidingen met brandbare isolatie in brandwerende lichte scheidingswanden met brandwerende manchetten

Referentie: 3015
Publicatiedatum: 01-03-2015

3015_DET1_1.svg
Afb. 32 Afdichting van doorvoeringen van onbrandbare leidingen met brandbare isolatie in brandwerende lichte scheidingswanden met brandwerende manchetten
 
A.Opbouwmanchet
 
1. Lichte scheidingswand
2. Onbrandbare leidingen met brandbare isolatie
3. Uitsparing en speling
4. Afdichting
5. Brandwerende manchetten en de bevestiging ervan
6. Ophangconstructie van de leidingen
3015_DET2_1.svg
Afb. 32 Afdichting van doorvoeringen van onbrandbare leidingen met brandbare isolatie in brandwerende lichte scheidingswanden met brandwerende manchetten
 
B. Inbouwmanchet
 
1. Lichte scheidingswand
2. Onbrandbare leidingen met brandbare isolatie
3. Uitsparing en speling
4. Afdichting
5. Brandwerende manchetten en de bevestiging ervan
6. Ophangconstructie van de leidingen
1. Lichte scheidingswand
Het gaat hier om een lichte scheidingswand die ofwel in overeenstemming is met de gestandaardiseerde lichte scheidingswand ofwel met een gelijkaardige lichte scheidingswand. Ook andere lichte scheidingswanden zijn toegelaten, voor zover dit bevestigd werd door een proefverslag of een gelijkaardige beoordeling van de brandwerende voorziening in dit type scheidingswand.
 
2. Onbrandbare leidingen met brandbare isolatie
De karakteristieken van de onbrandbare leidingen met brandbare isolatie moeten in overeenstemming zijn met het proefverslag. Zo moet in de voorschriften van de fabrikant, gebaseerd op classificatierapport(en) of proefverslag(en), het volgende aangegeven worden:
• onbrandbare leiding:
   o het materiaal (bv. staal of koper)
   o de maximale diameter (bv. 60 mm)
   o de minimale en maximale wanddikte (gewoonlijk 0,5 tot 5 mm)
• brandbare isolatie:
   o het type
   o de maximale dikte.
 
3. Uitsparing en speling
De grootte van de uitsparing en de overmaat van de uitsparing ten opzichte van de leiding mogen niet groter zijn dan de waarden die vermeld staan in de voorschriften van de fabrikant, die gebaseerd zijn op de classificatierapporten en proefverslagen.
 
4. Afdichting
De afdichting van de ruimte tussen de geïsoleerde leiding en de uitsparing in de lichte scheidingswand wordt gerealiseerd zoals aangegeven in het proefverslag: dichtpleisteren, opstoppen met rotswol ... (zie afbeelding 32 A). De te voorziene afdichting is afhankelijk van de speling tussen de geïsoleerde leiding en de uitsparing. Tenzij het proefverslag andere bepalingen bevat (bv. speling is kleiner dan een bepaalde waarde), moet deze ruimte in principe altijd afgedicht worden.
 
5. Brandwerende manchetten en de bevestiging ervan
 
A. Opbouwmanchetten
Een opbouwmanchet moet altijd aan de rechtstreeks verhitte zijde(n) van de lichte scheidingswand geplaatst worden. Tenzij het tegendeel bewezen wordt, wordt er normaal gesproken uitgegaan van de veronderstelling dat de brand kan aangrijpen aan elke zijde van de wand. In principe zou er dus aan de twee zijden van de lichte scheidingswand een brandwerende manchet voorzien moeten worden. Indien één manchet voldoende zou zijn, moet dit door het proefverslag bevestigd worden. Hiertoe wordt een eerste proef uitgevoerd waarbij de manchet zich aan de vuurzijde bevindt en een tweede proef waarbij de manchet geïnstalleerd wordt aan de zijde die niet rechtstreeks blootgesteld wordt aan de brand. Voor het toepassingsgebied van deze proeven (leidingdiameter, muurtype, minimale en maximale wanddikte ...) dient men het proefverslag en de voorschriften van de fabrikant te raadplegen. Tenzij het proefverslag andere bepalingen bevat, wordt de brandwerende manchet niet afgewerkt met een cement- of pleisterlaag.
De brandwerende manchet wordt rond de geïsoleerde leiding aangebracht en moet goed aansluiten op de diameter van de leiding. De juiste speling is terug te vinden in het proefverslag. Tijdens de brand is het noodzakelijk dat de opbouwmanchet op zijn plaats blijft (d.w.z. tegen de scheidingswand). De bevestigingsmiddelen die gebruikt worden voor de montage van opbouwmanchetten moeten in overeenstemming zijn met het proefverslag. Dit impliceert gewoonlijk dat ze bestand moeten zijn tegen hoge temperaturen en dat ze bij brand niet mogen smelten. Daarom worden ze bij voorkeur uitgevoerd in staal (bv. schroeven, doorgaande draadstangen ...). Ook kunststof pluggen kunnen toegelaten worden voor zover dit bevestigd werd door een brandproefverslag.
 
B. Inbouwmanchetten
Inbouwmanchetten worden in de uitsparing aangebracht en hebben als voordeel dat er geen twee manchetten, aan elke zijde van de scheidingswand geplaatst moeten worden. Ze worden meestal in het midden geplaatst. In bepaalde gevallen en wanneer het classificatierapport en/of proefverslag het bevestigen, kunnen de inbouwmanchetten ook in de scheidingswand geplaatst worden, maar dan niet in het midden, maar dicht bij een rand. Het nadeel van dit type manchetten is dat men de uitsparing groter dient te maken dan bij opbouwmanchetten.
 
6. Ophangconstructie van de leidingen
De leidingen dienen ondersteund en bevestigd te worden volgens de regels van goed vakmanschap. De ophangingen moeten zo dicht mogelijk bij de lichte scheidingswand gelegen zijn (in principe op een maximale afstand van 500 mm).
  1. Diensten
  2. Normalisatie
  3. NA Bouwdetails
  4. Databank bouwdetails