Ga naar de hoofdinhoud Ga naar de onderkant van de pagina
WTCB Home

Wetenschappelijk en Technisch Centrum voor het Bouwbedrijf

27/05/2018

WTCB Home

Bouwdetail binnenmuur-doorvoering

Afdichting van doorvoeringen van brandbare leidingen in brandwerende lichte scheidingswanden met brandwerende inbouwmanchetten

Referentie: 3009
Publicatiedatum: 01-03-2015

3009_DET1_1.svg
Afb. 26 Afdichting van een doorvoering van een brandbare leiding in een brandwerende lichte scheidingswand met behulp van een brandwerende inbouwmanchet.
 
  1. Lichte scheidingswand
  2. Brandbare leiding
  3. Uitsparing en speling rond de leiding
  4. Afdichting rond de leiding
  5. Brandwerende inbouwmanchet
  6. Ophangconstructie van de leiding
 1. Lichte scheidingswand
Het gaat hier om een lichte scheidingswand die ofwel in overeenstemming is met de gestandaardiseerde lichte scheidingswand, ofwel met een gelijkaardige lichte scheidingswand. Ook andere lichte scheidingswanden zijn toegelaten, voor zover dit bevestigd werd door een proefverslag of een gelijkaardige beoordeling van de brandwerende voorziening in dit type scheidingswand.
 
2. Brandbare leidingen
De karakteristieken van de brandbare leidingen moeten in overeenstemming zijn met het classificatierapport en/of proefverslag. Zo moet in het proefverslag aangegeven zijn uit welk materiaal de leidingen opgebouwd mogen zijn (PVC, PE, PP ...). Daarnaast moet ook aangegeven worden wat hun minimale en maximale diameter is (bv. 25 tot 160 mm). Verder moet het proefverslag de nodige aanduidingen bevatten met betrekking tot de minimale en maximale wanddikte van de leiding (bv. 1,5 tot 15 mm). Indien de leidingen een aanzienlijke wanddikte vertonen, zal het noodzakelijk zijn een brandwerende manchet met een groter drukopbouwend vermogen te gebruiken.
 
3. Uitsparing en speling
De uitsparing in de wand mag rechthoekig zijn en hoeft dus niet noodzakelijk geboord te worden. Het verschil tussen de diameter van de uitsparing en de diameter van de leiding moet vermeld worden in het proefverslag. In principe mag de speling tussen de uitsparing en de inbouwmanchet niet groter zijn dan ± 15 mm. Bovendien is het de diameter van de manchet die bepalend is voor de diameter van de uitsparing. Voor meer informatie hieromtrent dient men het proefverslag en de voorschriften van de fabrikanten te raadplegen.
 
4. Afdichting
De afdichting van de ruimte tussen de leiding, de brandwerende manchet en de uitsparing in de wand wordt gerealiseerd zoals aangegeven in het proefverslag (dichtpleisteren, opstoppen met rotswol ...).
 
5. Brandwerende voorziening
Plaatsing :
Inbouwmanchetten worden in de uitsparing aangebracht en hebben als voordeel dat er geen twee manchetten, aan elke zijde van de scheidingswand geplaatst moeten worden. Ze worden meestal in het midden van de wand geplaatst. In bepaalde gevallen en wanneer het classificatierapport en/of proefverslag het bevestigen, kunnen de inbouwmanchetten ook in de scheidingswand geplaatst worden, maar dan niet in het midden, maar dicht bij een rand. Het nadeel van dit type manchetten is dat men de uitsparing groter dient te maken dan bij opbouwmanchetten.
 
Eventuele bevestiging :
De bevestigingsmiddelen die gebruikt worden voor de montage van inbouwmanchetten moeten in overeenstemming zijn met het proefverslag.
 
6. Ophangconstructie van de leidingen
De leidingen dienen ondersteund en bevestigd te worden volgens de regels van goed vakmanschap. De ophangingen moeten zo dicht mogelijk bij de lichte scheidingswand gelegen zijn (in principe op een maximale afstand van 500 mm - zie proefverslag).
 
Opmerking: de plaatsingsvoorschriften voor inbouwmanchetten gelden eveneens voor manchetten op rol.

Gerelateerde publicaties

  1. Diensten
  2. Normalisatie
  3. NA Bouwdetails
  4. Databank bouwdetails