Ga naar de hoofdinhoud Ga naar de onderkant van de pagina
WTCB Home

Wetenschappelijk en Technisch Centrum voor het Bouwbedrijf

23/05/2018

WTCB Home

Bouwdetail binnenmuur-doorvoering

Afdichting met gips- of cementmortel in brandwerende lichte scheidingswanden

Referentie: 3001
Publicatiedatum: 01-03-2015

3001_DET1_1.svg
Afb. 17 Afdichting met gips- of cementmortel van een leiding of kabel in een brandwerende lichte scheidingswand.
 
A. Opbouw om te beantwoorden aan de criteria E30 en E60
 
  1. Lichte scheidingswand
  2. Leiding of kabel
  3. Uitsparing en speling rond de leiding of kabel
  4. Afdichting rond de leiding of kabel
  5. Ophangconstructie van de leiding of kabel
3001_DET2_1.svg
Afb. 17 Afdichting met gips- of cementmortel van een leiding of kabel in een brandwerende lichte scheidingswand.
 
B. Opbouw om te beantwoorden aan het criterium E120
 
  1. Lichte scheidingswand
  2. Leiding of kabel
  3. Uitsparing en speling rond de leiding of kabel
  4. Afdichting rond de leiding of kabel
  5. Ophangconstructie van de leiding of kabel
Afbeelding 17 geeft een schematische voorstelling van de plaatsingsvoorschriften voor de afdichting met gips- of cementmortel van een doorvoering van een kabel, een brandbare of onbrandbare leiding doorheen een brandwerende lichte scheidingswand. Volgens bijlage 7 van het KB 'Basisnormen' volstaat de afdichting die weergegeven wordt in afbeelding 17 A, voor een vereiste brandweerstand van E 30 of E 60, terwijl de afdichting in afbeelding 17 B volstaat voor een eis van E 120.
 
1. Lichte scheidingswand
Het gaat ofwel om een gestandaardiseerde lichte scheidingswand, ofwel een gelijkaardige lichte scheidingswand.
 
2. Leidingen of kabels
Het betreft de enkelvoudige doorvoering van alle mogelijke types brandbare (PVC, PE, PP …) en onbrandbare leidingen voor fluïda en vaste stoffen evenals om elektrische of gelijkaardige kabels. Tabel 6 uit TV 254 (p. 27) bevat de maximale toegelaten diameter voor elektrische leidingen en kabels. Deze afdichtingsoplossing is niet van toepassing op meervoudige doorvoeringen en lucht- en rookkanalen.
Hoewel meerlagige buizen (die bestaan uit een kunststof laag met daarop een aluminium laag met geringe laagdikte en opnieuw een kunststof laag) niet expliciet onder het toepassingsgebied van bijlage 7 van het KB 'Basisnormen' vallen, kunnen deze beschouwd worden als brandbare leidingen door de geringe dikte van de aluminium laag en het smeltpunt van aluminium (rond 660 °C).
 
3. Uitsparing en speling
Bijlage 7 van het KB 'Basisnormen' geeft geen specifieke informatie omtrent de toegelaten speling rondom de leiding. We raden aan dat het verschil tussen de diameter van de uitsparing en de diameter van de leiding niet groter mag zijn dan 50 mm. De speling tussen de leiding en de wand zou ten minste 10 mm moeten bedragen om een correcte afdichting te waarborgen.
 
4. Afdichting met gips- of cementmortel
De afdichting van de speling tussen de leiding en de uitsparing in de wand wordt gerealiseerd door middel van mortel. Dit moet gebeuren over de volledige omtrek van de leiding, tot op een diepte van minstens 25 mm langs weerszijden van de lichte scheidingswand. Indien men wenst te beantwoorden aan de criteria E 30 of E 60, moet de totale diepte minstens 50 mm bedragen. Om te voldoen aan het criterium E 120 is een totale diepte van 70 mm vereist (dit is 35 mm langs elke zijde).
Het is aan te raden om isolatie te voorzien in de ruimte van de lichte scheidingswand ter hoogte van de doorvoering teneinde een gepaste afdichting te kunnen uitvoeren.
 
5. Ophangconstructie
Om in geval van brand de brandweerstand van de lichte scheidingswand te garanderen, dienen de leidingen ondersteund en bevestigd te worden volgens de regels van goed vakmanschap. De ophangingen moeten zo dicht mogelijk bij de wand gelegen zijn (d.w.z. op een maximale afstand van 500 mm).

Gerelateerde publicaties

  1. Diensten
  2. Normalisatie
  3. NA Bouwdetails
  4. Databank bouwdetails