Ga naar de hoofdinhoud Ga naar de onderkant van de pagina
WTCB Home

Wetenschappelijk en Technisch Centrum voor het Bouwbedrijf

19/07/2018

WTCB Home

Referentie: 2002

Publicatiedatum:

2002_DET1_1.svg
  1. Vloerafwerking
  2. Dekvloer
  3. Akoestisch isolatiemateriaal
  4. Werkvloer uit mager beton
  5. Soepele bekuiping (gelaste naden)
  6. Vloerplaat uit ter plaatse gestort gewapend beton
  7. Cementering
2002_DET2_1.svg
  1. Vloerafwerking
  2. Dekvloer
  3. Akoestisch isolatiemateriaal
  4. Werkvloer uit mager beton
  5. Soepele bekuiping (gelaste naden)
  6. Vloerplaat uit ter plaatse gestort gewapend beton
  7. Cementering
Indien de ingegraven delen van de constructie met vochtgevoelige materialen afgewerkt worden of als er vochtgevoelige materialen in opgeslagen worden, zal er vaak gekozen worden voor een soepele bekuiping. Wanneer de ingegraven delen bovendien deel uitmaken van het beschermde volume van het gebouw, moet men ook de nodige aandacht besteden aan de continuïteit van de thermische isolatie.
 
Bij de keuze van het isolatiemateriaal en bij de berekening van de benodigde isolatiedikte moet men rekening houden met het feit dat het isolatiemateriaal in contact staat met de vochtige ondergrond. De thermische isolatie van de muren kan eveneens dienst doen als een mechanische bescherming voor de soepele bekuiping als deze zich aan de grondzijde bevindt.
 
Omwille van uitvoeringstechnische redenen is het aanbrengen van een ononderbroken soepele bekuiping vaak enkel haalbaar voor constructies die dragen op een algemene funderingsplaat.
 
Het dragende metselwerk en de draagvloer moeten op een dusdanige manier gedimensioneerd worden zodat ze ook de hydrostatische druk kunnen opnemen.
 
Wanneer er isolatie aangebracht wordt onder de draagvloer, moet men ervoor zorgen dat het isolatiemateriaal zich niet kan verplaatsen of niet kan opdrijven tijdens het storten van de draagvloer. De vereiste drukvastheid is een belangrijk aandachtspunt, vooral bij punt- of lijnlasten op de vloer, en moet door het studiebureau opgegeven worden.
 
Omwille van uitvoeringstechnische redenen wordt het thermische isolatiemateriaal in het vloercomplex aangebracht aan de binnenzijde van de soepele bekuiping. Op deze plaats ontstaat er hierdoor in principe een verhoogd risico op inwendige condensatie. Dit risico op condensatie kan geëvalueerd worden aan de hand van een controleberekening.
 
Het isolatiemateriaal mag niet mechanisch tegen de keldermuur bevestigd worden om doorboringen van de afdichtingen van de wanden te voorkomen. De bouwput moet laagsgewijs opgevuld en verdicht worden (bv. elke 300 mm) om te vermijden dat het isolatiemateriaal meegetrokken wordt ten gevolge van een latere consolidatie van de grond. Het aanbrengen van een ontkoppelingsmateriaal (bv. een kunststof­folie of een noppenplaat) kan dit risico beperken.

Gerelateerde publicaties

  1. Diensten
  2. Normalisatie
  3. NA Bouwdetails
  4. Databank bouwdetails