Ga naar de hoofdinhoud Ga naar de onderkant van de pagina
WTCB Home

Wetenschappelijk en Technisch Centrum voor het Bouwbedrijf

23/07/2018

WTCB Home

Bouwdetail plat dak-doorvoering

Dakwaterafvoer doorheen een buitenmuur. Bitumineuze afdichting

Referentie: 1155

1155_DET1_2.svg
  1. Thermische onderbreking om de koude brug te vermijden
  2. Dampscherm (zie TV 215, hoofdstuk 6)
  3. Thermische isolatie (waarvan de dikte afgestemd dient te worden op de geldende thermische regelgeving)
  4. Extra strook (of onderlaag bij een meerlaagse afdichting) om de plakplaat in te kleven
  5. Plakplaat
  6. Dakafdichting
  7. Verlaagde thermische isolatie om de verzonken plaatsing van de tapbuis mogelijk te maken
  8. Dakwaterafvoer
  9. Helling
  10. Standleiding met vergaarbak
  11. Soepele voeg
  12. Afdichtingsstrook
  13. Hellingslaag
1155_DET2_2.svg
  1. Extra strook bij een eenlaagse afdichting of onderlaag bij een meerlaagse afdichting
  2. Tapbuis met een plakplaat
Indien de afdichting uit bitumen bestaat, worden de metalen hulpstukken voorafgaandelijk ingestreken met bitumenvernis of ondergedompeld in warm bitumen teneinde de hechting te verbeteren, de lasnaden te beschermen, rechtstreeks contact met het cement te voorkomen en corrosie uit te sluiten.
 
De combinatie van bitumineuze afdichtingen zonder UV-bescherming met onbeschermde loden of zinken toebehoren (standleidingen, grindvang …) kan soms aanleiding geven tot een snelle corrosie van het metaal (zie WTCB-Tijdschrift, nr. 3/4, katern nr. 3, 1989). Bij gebruik van dergelijke afdichtingen verdient het dus de aanbeveling om het metaal van een aangepaste coating te voorzien (periodiek onderhoud) of om de afdichting te beschermen tegen een directe bezonning (leislag, ballast …, zie TV 215 ).
 
De plakplaat dient steeds tussen twee afdichtingslagen aangebracht te worden. Dit kan zowel gebeuren door lassen, met warm bitumen als met koudlijm. Bij meerlaagse afdichtingen wordt er hiertoe een onderlaag geplaatst (waarvan de naden buiten de zone van de plakplaat moeten vallen), terwijl men bij eenlaagse afdichtingen een extra strook aanbrengt.
Bij niet-luchtdichte dakvloeren of opstanden dient men de plakplaat mechanisch te bevestigen.
 
Zoals eerder vermeld, zou de dakwaterafvoer zich op het laagste punt van de afschotlijn moeten bevinden en dit, liefst in een speciaal hiertoe voorziene uitsparing of verdieping in de dakvloer. De aansluiting gebeurt met een aparte afdichtingsstrook (nr. 12) die niet tot op de isolatie mag doorgetrokken worden om een meerdikte ten gevolge van de overlapverbinding te vermijden.
In deze fiche wordt de uitvoering van een eenlaagse bitumineuze afdichting weergegeven. Voor de uitvoeringsprincipes voor meerlaagse bitumineuze afdichtingen aan de opstanden verwijzen we naar § 5.4.1 in het algemene deel van de TV244.
 
Bij eenlaagse bitumineuze afdichtingen die afgewerkt zijn met leischilfers, wordt de overlapverbinding idealiter op de fabrieksmatig voorziene neutrale zone (zonder leischilfers) uitgevoerd. Wanneer dit om uitvoeringstechnische redenen niet mogelijk is, dient men in zones waar er een zeker risico op plasvorming bestaat veiligheidshalve een bijkomende strook onderlaag onder de overlapverbinding te voorzien.
 
Indien de plakplaat even hoog is als de muur, moet de extra strook hier volledig over doorgetrokken worden. Bij hogere muren moet de onderlaag of de extra strook hoger komen dan de plakplaat, zodanig dat deze laatste door de twee afdichtingslagen (onder- en bovenaan) zou ingesloten worden.
 
Uitvoering van de plakplaat van de tapbuis nabij de dakrand ter hoogte van een hoek.
1155_DET3_2.svg
  1. Extra strook bij een eenlaagse afdichting of onderlaag bij een meerlaagse afdichting
  2. Tapbuis met een plakplaat

Gerelateerde publicaties

  1. Diensten
  2. Normalisatie
  3. NA Bouwdetails
  4. Databank bouwdetails