Ga naar de hoofdinhoud Ga naar de onderkant van de pagina
WTCB Home

Wetenschappelijk en Technisch Centrum voor het Bouwbedrijf

22/08/2018

WTCB Home


Bouwdetail plat dak-buitenschrijnwerk

Aansluiting terras/dorpel voor een betere toegankelijkheid van woningen met verzonken buitenschrijnwerk. Plastomere afdichting

Referentie: 1117

1117_DET1_2.svg
  1. Dakvloer
  2. Hellingslaag
  3. Dampscherm (zie TV 215, hoofdstuk 6)
  4. Betegeling
  5. Thermische isolatie (waarvan de dikte afgestemd dient te worden op de geldende thermische regelgeving)
  6. Tegeldrager
  7. Dakafdichting
  8. Rooster
  9. Metalen dorpel
  10. Metalen schrijnwerk (schuifraam)
  11. Thermische onderbreking
  12. Dakafdichting
  13. Kimfixatie (indien nodig, zie TV 244, § 5.4)
  14. Mechanische bescherming
De detailleringen in deze Technische Voorlichting zijn geldig voor de binnenklimaatklassen I tot en met III. Voor de binnenklimaatklasse IV is er doorgaans een bijkomende studie vereist, teneinde na te gaan of er geen inwendige condensatieproblemen kunnen ontstaan. Dit is voornamelijk het geval wanneer er, zoal hier, gebruikgemaakt wordt van een thermische onderbreking of isolerend metselwerk in de dakopstand.
 
Dit detail kan worden toegepast wanneer een nuttige opstandhoogte van 150 mm niet haalbaar is omwille van de toegankelijkheid ter hoogte van de dorpels (men eist dan immers een maximaal niveauverschil van 20 mm tussen binnen en buiten).
 Men dient zich desgevallend terdege bewust te zijn van de risico's voor waterinfiltraties via deuren, schuiframen of deurvensters.
Om deze risico's zoveel als mogelijk te beperken, dient men enerzijds de dimensionering van de waterafvoer van het dak hierop af te stemmen (beperkte waterhoogte toelaten op het dak, zie TV 244, hoofdstuk 3) en zo nodig bijkomende waterafvoeren en spuwers te voorzien. Anderzijds moeten deze waterafvoeren en overlopen maandelijks op verstoppingen gecontroleerd worden.
 
De noodzaak van een kimfixatie bij plastomere afdichtingen is afhankelijk van de plaatsingswijze van de afdichting, de afwerking van de dakopstanden en het feit of de afdichting al dan niet gewapend is. Dit wordt uitgebreid behandeld in TV 244, hoofdstuk 5 "Opstanden".
 
Voor bepaalde soorten plastomeren is een scheidingslaag vereist tussen de afdichting en een niet-gecacheerde EPS- of PUR-dakisolatie teneinde een migratie van weekmakers uit de dakafdichting te vermijden (zie technische specificaties van de fabrikanten).
 
Als de dakopstand een ruwe ondergrond heeft, dient een scheidingslaag (niet-geweven polyester) voorzien te worden.
 
Men dient er zich van bewust te zijn dat het thermisch onderbroken en verzonken schrijnwerkprofiel (nr. 10) langdurig vochtig kan blijven, waardoor niet alle soorten profielen hiervoor in aanmerking komen.
 
Het membraan onder de dorpel wordt uitgevoerd door de afdichter en is waterdicht verbindbaar met de dakafdichting. Voor de afwerking van de aansluiting van de plastomere afdichting met de wanden aangrenzend aan de dorpels: zie uitvoeringsdetails fiche 52.3 (metselwerk) en fiche 54.3 (beton).
 Om de continuïteit van het spouwmembraan aangrenzend aan de dorpels, waar wel opnieuw een minimale opstandhoogte van 150 mm wordt nagestreefd, te kunnen garanderen verwijzen we naar Infofiche nr. 20. Het spouwmembraan bevindt zich hoger dan de terrasbetegeling.

Gerelateerde publicaties

  1. Diensten
  2. Normalisatie
  3. NA Bouwdetails
  4. Databank bouwdetails