Ga naar de hoofdinhoud Ga naar de onderkant van de pagina
WTCB Home

Wetenschappelijk en Technisch Centrum voor het Bouwbedrijf

19/07/2018

WTCB Home

Bouwdetail plat dak-dakrand

Dakrand bij dakhellingen tussen 2 en 5 % met een geïsoleerde opstand (omkeerdak). Bitumineuze afdichting

Referentie: 1081

1081_DET1_2.svg
  1. Dragend metselwerk
  2. Gevelmetselwerk
  3. Spouwisolatie door gedeeltelijke vulling (waarvan de dikte afgestemd dient te worden op de geldende thermische regelgeving)
  4. Dakvloer
  5. Opstand uit metselwerk
  6. Hellingslaag
  7. Dakafdichting
  8. Thermische isolatie in XPS (waarvan de dikte afgestemd dient te worden op de geldende thermische regelgeving)
  9. In de dakopstand bevestigde houten kepers
  10. Tussenafstand ter bevestiging van de spouwafdekking (± 330 mm)
  11. Spouwafdekking
  12. Ballastlaag
  13. Dakrandprofiel
  14. Randstrook
  15. Bitumenpasta
  16. Thermische isolatie (warm dak isolatie)
  17. Versterkte hoek
  18. Dampscherm (zie TV 215, hoofdstuk 6)
Men kan ervoor opteren om ofwel een strook bitumenafdichting (min. dikte 3 mm) ofwel de onderlaag van een meerlaagse afdichting onder het dakrandprofiel te voorzien waarop vervolgens de dakafdichting gelast kan worden (tot op het profiel).
Men kan ook kiezen om eerst de dakafdichting te plaatsen (die aanvullend mechanisch bevestigd wordt door het dakrandprofiel) en daarna een afdichtingsstrook op het profiel aan te brengen.
Bij een meerlaagse bitumineuze afdichting kan het dakrandprofiel eveneens tussen de onder- en toplaag aangebracht worden.
De opening tussen de bovenzijde van het profiel en de bitumineuze afdichting wordt met een bitumenpasta opgevuld. Het is in de praktijk immers niet mogelijk om het membraan tot tegen het einde van het profiel te lassen (vervuiling van de bovenrand).
We verwijzen voor meer info omtrent de plaatsing van de dakrandprofielen naar TV 244, § 6.4.1.2
 
In deze fiche wordt de uitvoering van een eenlaagse bitumineuze afdichting weergegeven. Voor de uitvoeringsprincipes voor meerlaagse bitumineuze afdichtingen aan de opstanden verwijzen we naar § 5.4.1 in het algemene deel van de TV244.
Bij eenlaagse bitumineuze afdichtingen die afgewerkt zijn met leischilfers, wordt de overlapverbinding idealiter op de fabrieksmatig voorziene neutrale zone (zonder leischilfers) uitgevoerd. Wanneer dit om uitvoeringstechnische redenen niet mogelijk is, dient men in zones waar er een zeker risico op plasvorming bestaat veiligheidshalve een bijkomende strook onderlaag onder de overlapverbinding te voorzien.
 
 

Gerelateerde publicaties

  1. Diensten
  2. Normalisatie
  3. NA Bouwdetails
  4. Databank bouwdetails