Ga naar de hoofdinhoud Ga naar de onderkant van de pagina
WTCB Home

Wetenschappelijk en Technisch Centrum voor het Bouwbedrijf

19/08/2018

WTCB Home

Bouwdetail plat dak-dakrand

Dakrand bij hellingen tussen 2 en 5 %. Geïsoleerde opstand. Bitumineuze afdichting

Referentie: 1075

1075_DET2_2.svg
  1. Dragend metselwerk
  2. Gevelmetselwerk
  3. Spouwisolatie door gedeeltelijke vulling (waarvan de dikte afgestemd dient te worden op de geldende thermische regelgeving)
  4. Dakvloer
  5. Opstand uit metselwerk
  6. Hellingslaag
  7. Dampscherm (zie TV 215, hoofdstuk 6)
  8. Thermische isolatie (waarvan de dikte afgestemd dient te worden op de geldende thermische regelgeving)
  9. Hoeklat of versterkte hoek
  10. In de dakopstand bevestigde houten kepers
  11. Tussenafstand ter bevestiging van de spouwafdekking (± 330 mm)
  12. Spouwafdekking
  13. Afdichtingsmembraan
  14. Randstrook
  15. Dakrandprofiel
  16. Bitumenpasta
  17. Binnenbepleistering (luchtdichtheid)
1075_DET2_2.svg
  1. Dragend metselwerk
  2. Gevelmetselwerk
  3. Spouwisolatie door gedeeltelijke vulling (waarvan de dikte afgestemd dient te worden op de geldende thermische regelgeving)
  4. Dakvloer
  5. Opstand uit metselwerk
  6. Hellingslaag
  7. Dampscherm (zie TV 215, hoofdstuk 6)
  8. Thermische isolatie (waarvan de dikte afgestemd dient te worden op de geldende thermische regelgeving)
  9. Hoeklat of versterkte hoek
  10. In de dakopstand bevestigde houten kepers
  11. Tussenafstand ter bevestiging van de spouwafdekking (± 330 mm)
  12. Spouwafdekking
  13. Afdichtingsmembraan
  14. Randstrook (afdichting van de opstand)
  15. Dakrandprofiel
  16. Bitumenpasta
  17. Binnenbepleistering (luchtdichtheid)
Men kan ervoor opteren om ofwel een strook bitumenafdichting (minimale dikte 3 mm) ofwel de onderlaag van een meerlaagse afdichting onder het dakrandprofiel te voorzien waarop vervolgens de dakafdichting gelast kan worden (tot op het profiel).
Men kan ook kiezen om eerst de dakafdichting te plaatsen (die aanvullend mechanisch bevestigd wordt door het dakrandprofiel) en daarna een afdichtingsstrook op het profiel aan te brengen (zie uitvoeringsdetail 78-1 van de TV 244).
Bij een meerlaagse bitumineuze afdichting kan het dakrandprofiel eveneens tussen de onderlaag en de toplaag aangebracht worden.
De opening tussen de bovenzijde van het profiel en de bitumineuze afdichting moet opgevuld worden met een bitumenpasta. Het is in de praktijk immers niet mogelijk om het membraan tot tegen het einde van het profiel te lassen (vervuiling van de bovenrand).
Voor meer informatie omtrent de plaatsing van dakrandprofielen verwijzen we naar TV 244, § 6.4.1.2.
 
Bij meerlaagse bitumineuze afdichtingen kan men er ook voor opteren om eerst de dakisolatie te plaatsen en af te dichten met een bitumineuze onderlaag en vervolgens de verticale dakopstandisolatie aan te brengen en af te dichten.
 
In deze fiche wordt de uitvoering van een eenlaagse bitumineuze afdichting weergegeven. Voor de uitvoeringsprincipes voor meerlaagse bitumineuze afdichtingen aan de opstanden verwijzen we naar § 5.4.1 in het algemene deel van de TV244.
Bij eenlaagse bitumineuze afdichtingen die afgewerkt zijn met leischilfers, wordt de overlapverbinding idealiter op de fabrieksmatig voorziene neutrale zone (zonder leischilfers) uitgevoerd. Wanneer dit om uitvoeringstechnische redenen niet mogelijk is, dient men in zones waar er een zeker risico op plasvorming bestaat veiligheidshalve een bijkomende strook onderlaag onder de overlapverbinding te voorzien.

Gerelateerde publicaties

  1. Diensten
  2. Normalisatie
  3. NA Bouwdetails
  4. Databank bouwdetails