Ga naar de hoofdinhoud Ga naar de onderkant van de pagina
WTCB Home

Wetenschappelijk en Technisch Centrum voor het Bouwbedrijf

19/07/2018

WTCB Home

Proeven

Proeven in het laboratorium

BELAC kende het laboratorium Akoestiek een accreditatie volgens de norm NBN EN ISO/IEC 17025 toe voor twee soorten proeven:

Er worden ook andere, niet-geaccrediteerde en minder frequente metingen uitgevoerd: de meting van het geluidsvermogen- en geluidsenergieniveau van een bron (zie de norm NBN EN ISO 3741) en de meting in de buis van Kundt, waarmee de geluidsabsorptiecoëfficiënt van een proefstuk bepaald kan worden (zie de norm NBN EN ISO 10534-2).

Geaccrediteerde laboratoriummetingen

Meting van de luchtgeluidsisolatie van bouwelementen

De bedoeling van deze meting, uitgevoerd volgens de norm NBN EN ISO 10140-2, is om de geluidsverzwakkingsindex, aangeduid als R en uitgedrukt in decibel, te bepalen van verschillende bouwelementen, zoals wanden (muren, scheidingswanden, gevelelementen ...), vloeren (zware of lichte), deuren, vensters, beglazingen, kleine technische elementen (buitenventilatieroosters, rolluikkasten ...) of andere bouwelementen die gemonteerd kunnen worden in de akoestische cellen.

Proefopening 125 x 150 cm, bestemd voor kleine beglazingen, ramen en platen.
Proefopening 125 x 150 cm, bestemd voor kleine beglazingen, ramen en platen.

Op voorwaarde dat de geluidsverzwakkingsindex in het laboratorium gemeten werd, is dit een zeer belangrijke parameter. Dankzij deze index is het immers mogelijk om de luchtgeluidsisolatieprestaties van een bouwelement of -systeem te bepalen. Hoe hoger de R-waarde van een element, hoe beter zijn isolatieprestaties. Aan de hand van deze parameter kunnen de akoestische eigenschappen van de elementen onderling vergeleken worden, kunnen de elementen ingedeeld worden volgens hun prestaties en kan de uiteindelijke isolatie van een volledig gebouw, ten slotte, in situ geraamd worden.

Proefopening 395 x 242, bestemd voor muren, volle of beglaasde wanden en grote ramen.
Proefopening 395 x 242, bestemd voor muren, volle of beglaasde wanden en grote ramen.

Meting van de verbetering van de luchtgeluidsisolatie van bouwelementen door toevoeging van een akoestische voorzetwand

De bedoeling van deze meting, uitgevoerd volgens de norm EN ISO 10140-2, is om de verbetering van de geluidsverzwakkingsindex te bepalen die tot stand komt door de toevoeging van een akoestische voorzetwand die op een muur of vloer gemonteerd dient te worden. De geluidsverzwakkingsindex, aangeduid als ΔR en uitgedrukt in decibel, is het verschil tussen de geluidsverzwakkingsindex van een basismuur of -vloer ‘met ontdubbeling’, aangeduid als Rwith, en ‘zonder ontdubbeling’, aangeduid als Rwithout.

Hoe hoger de ΔR-waarde, hoe doeltreffender de gekozen voorzetwand zal zijn en hoe gemakkelijker deze de geluidstransmissie doorheen de basiswand zal kunnen dempen, mits deze voorzetwand correct uitgevoerd wordt.

Meting van de contactgeluidsisolatie van bouwelementen

De bedoeling van deze meting, uitgevoerd volgens de norm EN ISO 10140-3, is om het genormaliseerde contactgeluidsniveau, aangeduid als Ln en uitgedrukt in decibel, te bepalen van verschillende bouwelementen, zoals vloeren (zware of lichte), vloerbedekkingen, combinaties van elementen (bv. zwevende systemen of verlaagde plafonds), maar ook andere bouwelementen die gemonteerd kunnen worden in de akoestische cellen.

Ook het contactgeluidsniveau Ln is een uiterst belangrijke parameter, aangezien deze het mogelijk maakt om het geluidsniveau te bepalen dat een gebruiker van een ruimte waarneemt wanneer iemand zich verplaatst, een object (bv. een stoel of meubel) van plaats verandert of iets op de grond laat vallen in de bovenliggende ruimte. Hoe lager de in het laboratorium gemeten Ln-waarde, hoe beter de contactgeluidsisolatieprestaties van het geteste element of, met andere woorden, hoe minder de contactgeluiden waargenomen zullen worden, van welke aard ze ook zijn.

Om de contactgeluidsisolatie van een bouwelement of -systeem te evalueren, gebruiken we een klopmachine, die bestaat uit hamers die de oppervlakte van het te testen element raken. De eigenschappen en vereisten van deze machine worden beschreven in bijlage E van de norm NBN EN ISO 10140-5.

Meting van de reductie van het contactgeluidsniveau van een vloerbedekking of een zwevend systeem

De bedoeling van deze meting, uitgevoerd volgens de norm EN ISO 10140-3, is om de reductie van het contactgeluidsniveau te bepalen van een vloerbedekking of een combinatie van elementen, zoals zwevende systemen of verlaagde plafonds die op of onder een vloer gemonteerd dienen te worden. Het contactgeluidsniveau, aangeduid als L en uitgedrukt in decibel, is het verschil tussen het genormaliseerde contactgeluidsniveau van een basisvloer ‘zonder vloerbedekking’, aangeduid als Ln0, en ‘met vloerbedekking’, aangeduid als Ln.

Met deze parameter is het met andere woorden mogelijk om de verbetering van de initiële isolatie van een bestaande vloer te bepalen, dankzij een systeem zoals een zwevende dekvloer of een verlaagd plafond. Hoe hoger de ΔL-waarde, hoe doeltreffender het gekozen systeem zal zijn en hoe gemakkelijker dit de contactgeluidsoverdracht doorheen de basisvloer zal kunnen dempen, mits het systeem correct uitgevoerd wordt.

Meting van de reductie van het contactgeluidsniveau (ΔL) van een vloerbedekking die op een referentievloer gemonteerd is in een proefopening van 440 x 260 cm.
Meting van de reductie van het contactgeluidsniveau (ΔL) van een vloerbedekking die op een referentievloer gemonteerd is in een proefopening van 440 x 260 cm.

Meting van de geluidsabsorptiecoëfficiënt in een nagalmkamer

De bedoeling van deze meting, uitgevoerd volgens de norm EN ISO 354, is om de geluidsabsorptiecoëfficiënt, aangeduid als αs en zonder eenheid, te bepalen van verschillende bouwelementen, zoals verlaagde plafonds, (klassieke, natuurlijke, gespoten ...) isolatiematerialen, discrete elementen voor de akoestische correctie (geluidsabsorberende platen (‘baffles’), opgespannen doeken ...), vloer- of muurbedekkingen (vaste tapijten, schilderijen, wandtapijten ...), maar ook verschillende interieurelementen met geluidsabsorptieprestaties (gordijnen, tapijten, siervoorwerpen ...).

Dankzij deze waarde, die schommelt tussen 0 en 1, kunnen de geluidsabsorptieprestaties van een materiaal bepaald worden. Indien deze waarde 1 benadert, is het element in kwestie in staat om bijna alle akoestische energie op te vangen die inwerkt op zijn oppervlakte. Omgekeerd geldt dat als de waarde 0 benadert, het element in kwestie niet in staat is de akoestische energie op te vangen, waardoor deze weerkaatst wordt naar de omgeving.

In bepaalde ruimten (klaslokalen, inkomhallen, eetzalen, sporthallen, zwembaden, auditoria ...) is overdreven galm heel onaangenaam en hinderlijk, bijvoorbeeld omdat sprekers slecht verstaanbaar zijn. Het akoestische comfort in ruimten verzekeren, is dus essentieel. Om die reden is het uiterst belangrijk om de waarde van de parameter αs van verschillende materialen of systemen te kennen.

Meting van de akoestische prestaties van verkeersgeluidsbeperkende schermen

De bedoeling van deze meting is om de intrinsieke akoestische prestaties te bepalen van (spoorweg)verkeersgeluidsbeperkende constructies. Deze prestaties behoren tot een van deze twee types:

Niet-geaccrediteerde laboratoriummetingen

Meting van de geluidsabsorptiecoëfficiënt met behulp van de impedantiebuis

De bedoeling van deze meting, uitgevoerd volgens de norm NBN EN ISO 10534-2, is om de geluidsabsorptiecoëfficiënt, aangeduid als α en zonder eenheid, te bepalen van geluiddempende materialen onder een normale akoestische invalshoek in een impedantiebuis, ook buis van Kundt genoemd. De gehanteerde proefmethode is gebaseerd op de berekening van complexe geluidsoverdrachtsfuncties en laat toe om de akoestische impedantie aan de oppervlakte, aangeduid als Z en uitgedrukt in Pa.s/m, of de admittantie aan de oppervlakte, aangeduid als G en uitgedrukt in m/Pa.s, te bepalen van geluiddempende materialen.

Met deze methode kan de geluidsabsorptiecoëfficiënt van geluiddempende materialen bepaald worden, maar er zijn een aantal sterke verschillen ten opzichte van de meting in de nagalmkamer. Met deze laatste kan de geluidsabsorptiecoëfficiënt van geluiddempende materialen in ideale omstandigheden immers bepaald worden onder een diffuse invalshoek en voor grote proefstukken met duidelijk bepaalde structuren, zowel in de zijdelingse als in de normale richting. De impedantiebuismethode beperkt zich daarentegen tot parameteronderzoeken onder een normale invalshoek op proefstukken die niet groter zijn dan het eindgedeelte van de buis. Dergelijke metingen zijn dus eerder geschikt in het kader van onderzoek en ontwikkeling, waarbij er maar een kleine hoeveelheid van het geluiddempende materiaal beschikbaar is als proefstuk.

Meting van de geluidsvermogenniveaus en geluidsenergieniveaus afkomstig van geluidsbronnen in een nagalmkamer

De bedoeling van deze meting, uitgevoerd volgens de norm NBN EN ISO 3741, is het bepalen van de geluidsvermogenniveaus, aangeduid als Lw en uitgedrukt in decibel, afkomstig van geluidsbronnen, zoals machines, uitrustingen en/of hun subgehelen (ventilatiesystemen, stookketels, warmtepompen ...), op basis van de geluidsdrukniveaus die gemeten werden in een nagalmkamer. In het geval van geluidsimpulsen en fluctuerende geluidsbronnen, is het mogelijk om de geluidsenergieniveaus, aangeduid als LJ en uitgedrukt in decibel, op een gelijkaardige manier te bepalen. De nieuwe meetnorm waarvan sprake behoort tot de normenreeks ISO 3740 tot en met ISO 3747, waarin alle normen verenigd worden die de verschillende meetmethoden van de voorvermelde niveaus weergeven. De keuze van een van deze methoden voor een welbepaalde toepassing is enerzijds afhankelijk van het doel dat men voor ogen heeft bij de bepaling van deze niveaus en anderzijds van de beschikbare installaties.

Proeven in situ

Naast de metingen die uitgevoerd worden in het laboratorium Akoestiek, gaan de leden van dit labo ook ter plaatse om de akoestische prestaties van bestaande gebouwen in situ te bepalen. Hiertoe beschikt de afdeling Akoestiek over geschikt materiaal dat probleemloos getransporteerd kan worden en waarmee verschillende soorten proeven uitgevoerd kunnen worden, bijvoorbeeld degene die hierboven vermeld werden.

Meting in situ van de luchtgeluidsoverdracht door de geveldelen en gevels.
Meting in situ van de luchtgeluidsoverdracht door de geveldelen en gevels (Dls,2m,nT,w).

Deze metingen zijn zeer belangrijk, aangezien ze het mogelijk maken om een gebouw in zijn geheel te bestuderen en de reële prestaties ervan te bepalen, alsook het comfort van de bewoners. Ze worden georganiseerd in het kader van een controle na afloop van de werken of het zijn oriënterende metingen waarmee nieuwe producten of bouwconcepten in situ gekarakteriseerd kunnen worden. In geval van trillings- of geluidshinder die ongemakken teweegbrengt bij de bewoners, kunnen metingen in situ ook uitgevoerd worden om het probleem vast te stellen en oplossingen te bieden.

De volgende metingen worden door het labo Akoestiek in situ uitgevoerd:

Numerieke simulaties en software

Het gebruik van programma’s om voorspellingen te doen met betrekking tot de akoestische prestaties van afgewerkte bouw- of gebouwelementen is zeer nuttig en levert tamelijk precieze resultaten op.

Ze kunnen de ondernemingen en fabrikanten die de prestaties van deze producten/systemen willen verbeteren onder andere bijstaan bij de ontwikkeling van producten en/of innovatieve systemen. Door met één of meerdere parameters te variëren, krijgt de gebruiker immers een idee van de invloed die ze uitoefenen op het eindresultaat. Zo kan hij de projectbeheerder beter informeren en adviseren.

De simulatieprogramma’s waarover de afdeling Akoestiek beschikt, kunnen onderverdeeld worden in verschillende categorieën:

Meer informatie binnen dit domein is eveneens terug te vinden bij het laboratorium Modellisatie en Analyses.

  1. Diensten
  2. Laboratoria
  3. Laboratorium Akoestiek
  4. Proeven - Laboratorium Akoestiek