Skip to main content
WTCB Home

Wetenschappelijk en Technisch Centrum voor het Bouwbedrijf

24/02/2018

WTCB Home
  1. Publicaties
  2. WTCB-Contact
  3. WTCB-Contact nr. 39 (3-2013)
  4. Akoestische aspecten van mechanische ventilatie in eengezinswoningen

Akoestische aspecten van mechanische ventilatie in eengezinswoningen 2013/03.16

Recente WTCB-meetcampagnes in eengezinswoningen met een ventilatiesysteem van de types B, C en vooral D bevestigen dat er vaak geluidshinder teweeggebracht wordt door de mechanische luchttoevoer en/of -afvoer. Daar waar de Belgische norm NBN S 01-400-1 in badkamers en keukens omwille van het mechanische ventilatielawaai een maximaal geluidsniveau van 35 dB(A) aanbeveelt, bedraagt deze bovengrens voor slaapkamers en woonkamers respectievelijk slechts 27 en 30 dB(A). Het is dus duidelijk dat er praktijkrichtlijnen voor de ontwerper en de installateur noodzakelijk zijn om deze comforteisen te kunnen respecteren.

Het schema uit nevenstaande afbeelding illustreert de mogelijke bronnen van geluidshinder bij een ventilatiesysteem met mechanische luchttoevoer, maar is evenzeer geldig voor mechanische luchtafvoer, waarbij het ventilatielawaai zich stroomopwaarts voorplant in de kanalen.

Als belangrijkste lawaaibron kunnen we het zogenoemde ventilatorlawaai (§ 1) onderscheiden. De ventilator straalt niet alleen geluid af naar de ruimte waarin de ventilatiegroep opgesteld staat, maar ook naar de hoofdkanalen waarop deze laatste aangesloten is. Dit geluid plant zich vervolgens voort in de kanalen en wordt voornamelijk via de ventielen naar de ruimten afgestraald.

Er wordt eveneens geluid geproduceerd door de luchtstroming in de kanalen. Dit wordt aangeduid als het stromingslawaai (§ 2). Hoewel het stromingslawaai gewoonlijk minder uitgesproken is als het ventilatorlawaai, kan het wel uitgroeien tot een belangrijke stoorfactor wanneer het ventilatorlawaai op doeltreffende wijze gedempt wordt. Ook het stromingslawaai wordt voornamelijk via de ventielen naar de ruimten afgestraald.

Uit nevenstaande afbeelding blijkt dat het ventilatielawaai (d.i. de combinatie van het ventilator- en het stromingslawaai) eveneens afgestraald kan worden door de kanaalwanden en zodoende plaatselijk problemen van geluidsuitbraak (§ 3) kan veroorzaken.

Gelet op het feit dat een mechanisch ventilatiesysteem uit een groot aantal trillende onderdelen bestaat, kan dit structurele geluid (§ 4) bovendien via harde contacten overgedragen worden aan het gebouw en als hinderlijk lawaai afgestraald worden door de wanden en vloeren.

Ten slotte kan er via de lucht in de kanalen ook nog een geluidsoverdracht tussen de ruimten onderling ontstaan. Dit probleem van overspraak (§ 5) kan optreden tussen relatief ‘stille’ vertrekken die rechtstreeks door het leidingennet verbonden zijn.

1. Bestrijden van ventilatorlawaai

Mogelijke bronnen van geluidshinder bij een ventilatiesysteem met mechanische luchttoevoer en -afvoer
Het geluidsvermogenniveau (dB) van de ventilator wordt in de eerste plaats bepaald door het te leveren ventilatiedebiet Q (m³/s) en het totale drukverschil ∆p (Pa) over de ventilator. Daar waar het debiet een vast projectgegeven is, hangt het te leveren drukverschil af van het ontwerp van het kanalennet en de keuze van de ventilatiegroep. Ook het type ventilator, het toerental en het ventilatorrendement kunnen de geluidsproductie beïnvloeden. Zo kunnen verschillende ventilatoren voor hetzelfde werkingspunt (Q, ∆p) verschillende geluidsvermogenniveaus genereren.

Er dient een onderscheid gemaakt te worden tussen het geluidsvermogen dat afgestraald wordt naar de ruimte zelf (NBN EN ISO 3741) en het geluidsvermogen in het luchttoevoer- en luchtafvoerkanaal (NBN EN ISO 5136). Het is met andere woorden aan de fabrikant om duidelijk aan te geven om welk geluidsvermogenniveau het in de technische fiche gaat.

Het naar de ruimte afgestraalde A-gewogen geluidsvermogenniveau schommelt veelal tussen 50 en 60 dB(A). Voor wat betreft het geluidsvermogenniveau in de kanalen, wordt er voor ventilatiegroepen van systeem D in de regel een onderscheid gemaakt tussen het afvoerkanaal (tussen 50 en 65 dB(A)) en het toevoerkanaal (tussen 60 en 80 dB(A)) (*). Dit geluidsvermogen kan efficiënt gedempt worden door middel van een geluidsdemper in het hoofdkanaal, waarvan de doeltreffendheid afhangt van de positie in het leidingennet, de dikte van de geluidsabsorberende binnenbekleding en de lengte van de akoestisch geïsoleerde leidingomkasting. De nodige geluidsdemper wordt bepaald door het geluidsvermogen van de ventilator en het aanvaardbare geluidsniveau in de geluidsgevoelige vertrekken. Een exacte berekening kan enkel uitgevoerd worden op basis van gegevens per frequentieband. Verder dient men rekening te houden met de geldende debieteisen, het toelaatbare drukverlies in het netwerk en de beschikbare plaats.

2. Beperken van stromingslawaai

Richtings- en snelheidsveranderingen van de luchtstroming ter hoogte van bochten, kleppen, aftakkingen en ventielen kunnen aanleiding geven tot stromingsgeluid in de kanalen. Naarmate de stromingssnelheid hoger is, zal er meer geluid gegenereerd worden. De aard van de kanalen (vorm, materiaal) is in dit geval van ondergeschikt belang.

3. Voorkomen van geluidsuitbraak

De afstraling van het in de kanalen aanwezige ventilatielawaai doorheen de kanaalwanden kan eveneens geluidshinder veroorzaken in de omliggende geluidsgevoelige vertrekken.

4. Dempen van structureel geluid

Om de overdracht van trillingen naar het gebouw te vermijden, dient ieder star contact met de ventilatiegroep en de kanalen vermeden te worden.

5. Vermijden van overspraak

Deze vorm van geluidsoverdracht treedt niet enkel op tussen onmiddellijk naast elkaar gelegen ruimten. Voornamelijk tussen verder van elkaar verwijderde of boven elkaar gelegen geluidsgevoelige vertrekken kan overspraak via de ventielen als hinderlijk ervaren worden.

Aanbevelingen ter bestrijding van ventilatorlawaai 2013/03.16


Aanbevelingen ter beperking van stromingslawaai 2013/03.16


Aanbevelingen om geluidsuitbraak te voorkomen 2013/03.16


Aanbevelingen voor de demping van structureel geluid 2013/03.16


Aanbevelingen om overspraak te vermijden 2013/03.16


D. Wuyts, ir., adjunct-laboratoriumhoofd, laboratorium Akoestiek, WTCB
S. Caillou, dr. ir, adjunct-laboratoriumhoofd, laboratorium Luchtkwaliteit en ventilatie, WTCB

(*) Voor ventilatoren stroomafwaarts van de warmtewisselaars.

 
aanbeveling, akoestiek, akoestisch komfort, akoestische eigenschap, hygiene, hygienische ventilatie, lawaaibeperking, lawaaihinder, luchtstroom, mechanische ventilatie, straling, structuur, trilling, ventilator, wooneenheid