Ga naar de hoofdinhoud Ga naar de onderkant van de pagina
WTCB Home

Wetenschappelijk en Technisch Centrum voor het Bouwbedrijf

22/05/2018

WTCB Home

Vochtgehalte van dekvloeren 2010/03.13

TC schilderwerk, soepele muur- en vloerbekledingenDe alsmaar strikter wordende bouwkalenders leiden niet zelden tot een inperking van de uitvoeringstermijnen voor de afwerkingen en bijgevolg ook van de droogtijd voor de dekvloeren (en voor beton in het algemeen). Een te grote hoeveelheid restwater in de dekvloer kan echter aanleiding geven tot schade aan de afwerkingsmaterialen (bv. soepele vloerbekledingen, parket, harsgebonden bedekkingen, ...).

In het kader van een prenormatief onderzoek werden er verschillende vochtmetingstechnieken onderzocht en vergeleken. Hoewel de doeltreffendheid en de betrouwbaarheid van een aantal van deze technieken nog moeten bevestigd worden, geven we hierna een overzicht van de kennis die opgedaan werd tijdens de eerste onderzoeksfase.

De gravimetrische meting (droogstoofmethode) vormt een betrouwbare en precieze methode ter bepaling van het vochtgehalte van een dekvloer (of een beton), voor zover men kan beschikken over een representatief proefstaal. Deze methode werd vergeleken met een aantal andere kwantitatieve methoden voor gebruik op de bouwplaats. Hierna volgt een korte beschrijving van elk van deze methoden, aangevuld met de conclusies die konden getrokken worden uit het onderzoek :
Overzicht van de gehanteerde proefmethoden.
Meetmethode Referenties Resultaat Duur Waarnemingen
Gravimetrische methode (destructief) TV 189
NF DTU 53.2
NF DTU 51.2
NF DTU 59.3
Watergehalte Enkele dagen of enkele minuten bij gebruik van een microgolfoven Referentiemethode. Het watergehalte is afhankelijk van de droogtemperatuur. De wijze waarop het proefstaal genomen wordt, kan de resultaten beïnvloeden. De waarden, opgemeten in de droogstoof bij 105 °C en opgemeten in de microgolfoven, zijn gelijkaardig (in dit laatste geval is er wel een grotere spreiding).
Hygrometrische sonde (weinig of niet-destructief) NF DTU 53.2
ASTM F 2170 02
BS 8203
Relatieve vochtigheid Enkele uren Mogelijkheid om meerdere metingen uit te voeren met het oog op de opvolging van de droging in de tijd en op verschillende plaatsen.
Carbidefles (destructief) NF DTU 53.2
TV 210, TV 165, TV 189
Watergehalte Een kwartier Correlatie met de gravimetrische metingen (de waarden liggen wel lager dan bij metingen uitgevoerd bij 45 °C). De wijze waarop het proefstaal genomen wordt, kan de resultaten beïnvloeden.
Calciumchloride (niet-destructief) ASTM F 1869 Waterdamp­emissie 2 tot 3 dagen Correlatie met de metingen met een hygrometrische sonde.
Mogelijkheid om de droging in de tijd op te volgen.
Capacitieve methode (niet-destructief) TV 210 Watergehalte Meteen Correlatie met de gravimetrische metingen na calibratie. Mogelijkheid om snel een grote oppervlakte te onderzoeken. Gevoelig voor diverse parameters. Opvolging van de droging in de tijd. Beperking van het aantal destructieve metingen.



Volledig artikel


E. Cailleux, dr., projectleider, E. Coppens, ir., onderzoeker, E. Noirfalisse, ir., projectleider, en V. Pollet, ir., adjunct-departementshoofd, departement 'Mate­rialen, Technologie en Omhulsel', WTCB


 
  1. Publicaties
  2. WTCB-Contact
  3. WTCB-Contact nr. 27 (3-2010)
  4. Vochtgehalte van dekvloeren