Skip to main content
WTCB Home

Wetenschappelijk en Technisch Centrum voor het Bouwbedrijf

24/02/2018

WTCB Home
  1. Publicaties
  2. WTCB-Contact
  3. WTCB-Contact nr. 13 (1-2007)
  4. Doordacht duurzaam renoveren
Afb. 1 De duurzaamheid van een gevelreiniging hangt af van de gekozen reinigingstechniek.
Afb. 1 De duurzaamheid van een gevelreiniging hangt af van de gekozen reinigingstechniek.

Doordacht duurzaam renoveren 2007/01.07

Renovatie en vernieuwbouw beginnen een steeds groter deel van de bouwactiviteiten uit te maken. Dit kan men afleiden uit het feit dat het aantal afgeleverde bouwvergunningen voor renovaties volgens gegevens van het Nationaal Instituut voor de Statistiek in 2005 bijna gelijk was aan dat voor nieuwbouwwoningen. Bovendien houden deze cijfers enkel rekening met de renovatiewerken die uitgevoerd worden door bouwprofessionelen, zodat het werkelijke aandeel ervan nog hoger kan liggen. In dit inleidende artikel worden daarom enkele aanbevelingen gegeven om te komen tot een duurzaam renovatieproject.

Het huidige succes van renovatie en vernieuwbouw kan toegeschreven worden aan tal van factoren :

1. Renovatie : een duurzame bouwactiviteit

Renovatie
Afb. 2 Voorbeeld van een duurzame renovatie van een appartementsgebouw.
Afb. 2 Voorbeeld van een duurzame renovatie van een appartementsgebouw.
en vernieuwbouw kunnen met recht en reden bestempeld worden als een vorm van duurzaam bouwen. Zo wordt er maximaal gebruik gemaakt van reeds bestaande constructies, is de hoeveelheid afval beperkt en dient men minder nieuwe materialen aan te wenden.

Bovendien gaat de renovatie van de gebouwschil (dak, muren, ramen, …) dikwijls gepaard met een drastische verbetering van de bestaande thermische isolatie zodat de energiebehoefte daalt. Ook de vernieuwing van de installaties kan leiden tot een gevoelige beperking van het energieverbruik. Zo schommelt de verwarmingsbehoefte van oudere gebouwen gemiddeld rond 300 à 400 kWh/m² per jaar, terwijl deze bij lage-energiewoningen om en bij de 30 kWh/m² per jaar bedraagt. Hoewel het gewoonlijk niet mogelijk is om de lat bij een renovatie van een bestaand gebouw even hoog te leggen, tonen deze cijfers wel aan dat er een groot verbeteringspotentieel bestaat.

Daarnaast zijn er tal van verbeteringen mogelijk op het gebied van thermisch comfort, akoestiek, daglicht, de bestrijding van schimmels en ongedierte, …, wat dan weer een positieve invloed heeft op de gezondheid van de bewoners en de leefbaarheid van het gebouw.

De fundamentele aanpak van vochtproblemen komt op zijn beurt de hygrothermische kwaliteit, de gezondheid en de levensduur van de woning ten goede.

Ook voor personen met functionele beperkingen en ouderen kan een renovatie bepaalde voordelen bieden. Zo kan de woning beter toegankelijk gemaakt worden en aangepast aan hun (nieuwe) behoeften.

Dankzij een betere bescherming van de gebouwschil is er tevens een aanzienlijke daling van de onderhoudsfrequentie mogelijk.

Tot slot kan de renovatie van gebouwen (in het bijzonder in verstedelijkte en verloederde buurten) een belangrijke bijdrage leveren tot het veiligheidsgevoel en kunnen duurzame restauraties leiden tot een betere conservering van het (al dan niet beschermde) culturele erfgoed.

2. Enkele kanttekeningen

Hoewel uit het voorgaande blijkt dat renovatie en vernieuwbouw (in theorie) tal van voordelen te bieden hebben, dringen zich hierbij toch enkele kanttekeningen op.

Een renovatie, hoe grondig ze ook uitgevoerd wordt, kan niet altijd concurreren met een duurzaam ontworpen nieuwbouw. De oorzaak hiervan ligt gewoonlijk in een reeks randvoorwaarden van technische, administratieve en culturele aard die moeilijk te controleren of te beïnvloeden zijn : Toch zijn er ondanks deze beperkingen nog een lange reeks substantiële verbeteringen mogelijk.

3. Belang van een integrale benadering

Er
Afb. 3 Een goede pleisterrenovatie gaat hand in hand met de oplossing van eventuele vochtproblemen.
Afb. 3 Een goede pleisterrenovatie gaat hand in hand met de oplossing van eventuele vochtproblemen.
bestaan echter nog heel veel andere redenen waarom de duurzaamheid van de verbouwingen of renovaties te wensen overlaat. Zo worden niet altijd de juiste prioriteiten gesteld en geeft men niet zelden de voorkeur aan een esthetische ingreep, terwijl de nood aan beschermende of versterkende behandelingen om de aftakeling van het gebouw te vertragen en zijn levensduur te verlengen veel groter is.

Ook dient men rekening te houden met de (soms onverwachte) invloed van de geplande ingreep op de veroudering van de bestaande constructie. Zo kan een slecht geplaatste isolatie in een oud gebouw aanleiding geven tot inwendige of oppervlaktecondensatie.

De aspecten stabiliteit, temperatuur, vocht, luchtcirculatie, akoestiek, duurzaamheid van materialen, … zijn namelijk onlosmakelijk met elkaar verbonden en vereisen bijgevolg een integrale benadering.

Een integrale benadering van een renovatie betekent echter geenszins dat de uitvoering ervan in één keer dient te gebeuren. De renovatiewerken kunnen probleemloos in verschillende fasen verlopen, voor zover men enkele doordachte keuzes maakt om te waarborgen dat eerder uitgevoerde werken niet ongedaan gemaakt hoeven te worden en de voorziene renovatie-ingrepen onderling verenigbaar zijn (zie A).
A/ Voorbeeld van een integrale benadering
De plaatsing van een voorzetwand kan een perfect valabele oplossing vormen indien men een binnenruimte, waarvan het metselwerk aangetast is door opstijgend grondvocht en hygroscopische zouten, snel in gebruik wenst te nemen.

In voorkomend geval moet echter aan enkele belangrijke voorwaarden voldaan worden :
  • de droging van het binnenmetselwerk naar buiten toe mag niet verhinderd worden. Het moet met andere woorden mogelijk blijven het gebouw langs de buitenzijde te injecteren
  • het metselwerk moet een toereikende zout- en vorstbestendigheid vertonen
  • de eventuele buitenisolatie mag pas geplaatst worden nadat het metselwerk geïnjecteerd werd tegen opstijgend grondvocht.

4. Belang van een vooronderzoek

Het begrip vooronderzoek kan in deze context zowel betrekking hebben op een oordeelkundige visuele beoordeling, eventueel aangevuld met een aantal geschikte diagnosetechnieken, als op een grondige studie van de staat van het gebouw, waarbij een beroep gedaan wordt op een expert of studiebureau.

Het spreekt voor zich dat de bekwaamheid van de restaurateur verder moet reiken dan louter de correcte toepassing van materialen. Hij dient eveneens te weten waarom bepaalde materialen problemen vertonen en hoe de constructie zal reageren op de geplande renovatiewerken. Het advies van een specialist bij de beoordeling van de oorspronkelijke toestand en de inschatting van de gevolgen van een gekozen oplossing is daarom geen overbodige luxe.

Dit geldt vooral in gevallen waarbij de stabiliteit van de constructie in het gedrang kan komen. Men wordt immers niet zelden geconfronteerd met fenomenen die niet zichtbaar zijn met het blote oog (bv. carbonatatie bij betonconstructies) en dikwijls worden verwaarloosd, maar die op korte termijn ernstige gevolgen kunnen hebben.

5. Organisatie van een renovatieproject

Om te komen tot een renovatieproject met een minimaal gebruik van financiële middelen, materialen en tijd, maar met een maximaal effect, dient men te zorgen voor een goede organisatie. Hiertoe dient men zich vier belangrijke vragen te stellen :
B/ Opstelling van een hiërarchie
Het is slechts weinig zinvol om een muur aan de binnenkant van het gebouw te bepleisteren, indien duidelijk blijkt dat de gevel een probleem van regendoorslag kent. In dit geval dient men de geschikte behandeling van de muur (bv. herstelling + waterwerende behandeling, plaatsing van een bebording) als prioritair te beschouwen.

6. Besluit

Een renovatie kan enkel duurzaam zijn als ze het voorwerp uitmaakt van een integrale benadering. Indien men goed weet wat men precies wil bereiken en men hiervoor een doordacht werkschema opstelt, is het immers mogelijk met een minimum aan middelen en materialen een optimaal en onderhoudsvriendelijk renovatieresultaat te bereiken.


Volledig artikel


J. Jacobs, ir., projectleider, laboratorium 'Betontechnologie', WTCB
A. Pien, ir., laboratoriumhoofd, laboratorium 'Renovatie', WTCB
Y. Vanhellemont, ir., projectleider, laboratorium 'Renovatie', WTCB
L. Vandaele, ir., afdelingshoofd, afdeling 'Energie en Klimaat', WTCB
 
duurzaam bouwen, energiedrager, functionele organisatie, project, renovatie, voorstudie, werkorganisatie