8 - Schuifpasser

Beschrijving

Instrument (al dan niet digitaal) bestaande uit een vast en een verschuifbaar deel, waarbij het verschuifbare gedeelte langs een schaalverdeling wordt geschoven waarop men met een index of nonius de afstand tussen de twee bekken kan aflezen.

De gebruikelijke schuifpassers hebben een meetnauwkeurigheid van 1/10 of 1/20 mm en elektronische schuifpassers kunnen zelfs een nauwkeurigheid van 1/100 mm hebben.

Meetbereik

Schuifpassers met een lengte tot 1 meter komen courant voor.

Toepassing

Een schuifpasser wordt hoofdzakelijk gebruikt voor de volgende meetmethoden:

Literatuur

NBN ISO 7976-1:1992 – Meetafwijkingen voor gebouwen – Meetwijzen voor gebouwen en bouwwaren – Deel 1: Werkwijzen en instrumenten, blzn. 69 (§15.2)

Opmerkingen

Men moet zich vertrouwen met de manier waarop een meting met de schuifmaat afgelezen wordt.

Bij het aflezen van een schuifpasser kijkt men altijd eerst naar de nullijn van de nonius. Als de nullijn van de nonius samenvalt met een streepje op het liniaal, is de aflezing een hele millimeter. Als de nullijn op de nonius niet samenvalt met een streepje op het liniaal, leest men het liniaal eerst af tot op een hele millimeter (links van de nullijn van de nonius). Daarna gaat men na welk deelstreepje op de liniaal samenvalt met een deelstreepje op de nonius en telt de waarde van deze deelstreep op bij het aantal hele millimeters.

Door een digitale schuifmaat te gebruiken verminderd men de kans op afleesfouten.

 

Last update: 27/09/2016