Vlaams Gewest

Integraal waterbeleid

De Europese Kaderrichtlijn Water is omgezet naar het Decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid Download in PDF formaat dat gewijzigd werd door het Decreet van 16 juli 2010 Download in PDF formaat en het Decreet van 19 juli 2013 Download in PDF formaat. Vlaanderen wordt opgedeeld in 4 stroomgebieden: het stroomgebied van de Schelde, de Maas, de Ijzer en de Brugse Polders. De stroomgebieden worden onderverdeeld in 11 bekkens die verder onderverdeeld worden in deelbekkens. De Vlaamse Regering is verantwoordelijk voor de opmaak van de beheersplannen voor de stroomgebieden, de bekkens en de deelbekkens. Meer informatie kan bekomen worden bij de Coördinatiecommissie Integraal Waterbeheer (CIW) die instaat voor de coördinatie van het waterbeleid op gewestelijk niveau of bij de Vlaamse Milieumaatschappij (VMM) die instaat voor het voorzitterschap en het secretariaat van het CIW. Vol van water informeert over de inspraakmogelijkheden bij het integraal waterbeleid in Vlaanderen.

Een belangrijk instrument van het integraal waterbeleid in Vlaanderen is de Watertoets. De watertoets werd geïntroduceerd in het Decreet betreffende het integraal waterbeleid en uitgewerkt in het Besluit van 20 juli 2006 van de Vlaamse Regering tot vaststelling van nadere regels voor de toepassing van de watertoets, tot aanwijzing van de adviesinstantie en tot vaststelling van nadere regels voor de adviesprocedure bij de watertoets, vermeld in artikel 8 van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid Download in PDF formaat en het Besluit van 14 oktober 2011. Download in PDF formaat

De Vlaamse Regering keurde in het Besluit van 12 december 2014 Download in PDF formaat een aantal technische aanpassingen aan het uitvoeringsbesluit van de Watertoets goed.

Om te kunnen beslissen over het afleveren van een bouwvergunning of andere goedkeuring is iedere overheidsinstelling binnen het Vlaamse Gewest verplicht om met behulp van de watertoets na te gaan of de doelstellingen van het Decreet betreffende het integraal waterbeleid bereikt worden.

De milieukwaliteitsdoelstellingen voor grondwater en oppervlaktewaters zijn terug te vinden in het Vlaams Reglement betreffende de Milieuvergunning (VLAREM). VLAREM bestaat uit 3 delen. In VLAREM I staan de verschillende types van gebouwen opgesomd die moeten voldoen aan algemene en/of specifieke milieudoelstellingen. In VLAREM II worden deze milieudoelstellingen omschreven. Vlaanderen wordt in VLAREM II opgedeeld in 4 zuiveringszones: een centraal gebied, een collectief geoptimaliseerd buitengebied, een collectief te optimaliseren buitengebied en een individueel te optimaliseren buitengebied. In dit laatste gebied dient het perceel uitgerust te zijn met een individuele zuiveringsinstallatie, ook Individuele Behandelingsinstallatie voor Afvalwater of IBA genoemd. VLAREM II geeft de algemene bepalingen die van toepassing zijn op de lozingen in deze verschillende zuiveringszones. VLAREM III geeft bijkomende algemene en sectorale voorwaarden voor installaties met een mogelijke grote impact op het milieu.

De beleidsvisie van VLAREM II is uitgewerkt in een Code van goede praktijk voor het ontwerp, de aanleg en het onderhoud van rioleringssystemen.

Drinkwaterbeleid

De Europese Kaderrichtlijn Drinkwater is omgezet naar de volgende wetgeving: De milieukwaliteitsdoelstellingen voor drinkwater zijn terug te vinden in deze wetgeving.

Sinds 1 juli 2011 is het ‘Algemeen Waterverkoopreglement’ van kracht. De inhoud van dit reglement is vastgelegd in het Besluit van 8 april 2011 van de Vlaamse Regering houdende bepalingen van rechten en plichten van de exploitanten van een openbaar waterdistributienetwerk en hun klanten met betrekking tot de levering van water bestemd voor menselijke consumptie, de uitvoering van de saneringsverplichting en het algemeen waterverkoopreglement. Download in PDF formaat De Vlaamse Regering wijzigde een aantal bepalingen in dit reglement op 6 december 2013. Download in PDF formaat

Alle rechten en plichten van het drinkwaterbedrijf, de rioolbeheerder en de klant worden in dit reglement beschreven: oude en nieuwe rechten en plichten werden gebundeld. De volgende punten kenmerken het reglement:
  1. Regeling voor lekken
    Het drinkwaterbedrijf moet een klant op de hoogte brengen indien zijn waterverbruik op jaarbasis met 50 % gestegen is, met een minimum van 100 m³, ten opzichte van de voorgaande verbruiksperiode. De klant kan gratis beroep doen op een eerste verkennend controleonderzoek. Onder bepaalde voorwaarden (verborgen lek) is een minnelijke schikking mogelijk.
  2. Waarborg tegen afsluiting
    Het drinkwaterbedrijf moet een strikte procedure volgen vooraleer overgegaan mag worden tot de stopzetting van de waterlevering aan een klant.
  3. Verplichte keuring
    In geval van nieuwbouw of grote werken aan het eigen afvoerleidingnet van afvalwater en/of hemelwater of bij de aanleg van een gescheiden riolering op het openbaar domein moet door de rioolbeheerder verplicht een keuring uitgevoerd worden. Ook bij de aanleg van een drinkwaterinstallatie, is een keuring verplicht. Het Ministerieel Besluit betreffende de keuring van de binneninstallatie en de privéwaterafvoer Download in PDF formaat van 28 juni 2011 maakt de uitvoering van deze keuringen duidelijker. Klik hier voor meer praktische informatie over de keuring.
  4. Watermeter per wooneenheid
    Elke nieuwbouw moet per wooneenheid een watermeter krijgen. Voor bestaande gebouwen is een gemeenschappelijk watermeter nog toegestaan maar bij renovatie moet iedere wooneenheid van het gebouw van een aparte watermeter voorzien worden.
Alle informatie over het waterverkoopreglement is terug te vinden in een informatiebrochure. In deel II van deze brochure (Duiding bij het Algemeen Waterverkoopreglement) wordt toelichting gegeven bij de verschillende artikels uit het reglement.

Legionella

  • Het Besluit van de Vlaamse regering van 9 februari 2007 Download in PDF formaat geeft verschillende maatregelen voor de volgende inrichtingen:
    1. Watervoorzieningen in hoogrisico-instellingen (publiek toegankelijke inrichtingen die gericht zijn op de behandeling, verzorging of huisvesting van gevoelige personen)
    2. Watervoorzieningen in matigrisico-instellingen (publiek toegankelijke inrichtingen met een collectieve warmwatervoorziening)
    3. Koeltorens
    4. Klimaatregelingssystemen met luchtvochtigheidsbehandeling
    5. Tandheelkundige units
    6. Exposities

    Alle nieuwe koeltorens en de watervoorzieningen in alle nieuwe hoogrisico- en matigrisico-instellingen moeten gebouwd en geëxploiteerd worden volgens de "Best Beschikbare Technieken (BBT)" en Addendum BBT (2016). Download in PDF formaat

    Dit addendum maakt integraal deel uit van het handboek Beste Beschikbare Technieken (BBT) voor legionellabeheersing in nieuwe sanitaire systemen. De technieken beschreven in het addendum zijn onmiddellijk van toepassing voor het ontwerpen of aanpassen van sanitaire installaties in hoog- en matigrisico-inrichtingen zoals bedoeld in het besluit van de Vlaamse Regering van 9 februari 2007 betreffende de preventie van de veteranenziekte op publiek toegankelijke plaatsen.

  • Verder worden in VLAREM II in afdeling 5.32.9 een aantal vereisten opgenomen die betrekking hebben op de warmwatertemperatuur en de waterkwaliteit. De temperatuur van het warm water in de warmwaterinstallatie voor de douches van een openbaar zwembad moet steeds minstens 65°C bedragen en het mengen van warm en koud water moet zo dicht mogelijk voor de waterverdeling voor de douches gebeuren. Exploitanten van whirlpools (subafdeling 5.32.9.4) zijn verplicht om het water jaarlijks op Legionella pneumophila te laten controleren. De maximale grenswaarde ligt hier op 0 per 100 ml.

Stedenbouwkundig beleid

De minimale stedenbouwkundige voorschriften voor de lozing van hemelwater dat afkomstig is van dakvlakken en verharde grondoppervlakken worden gegeven door het Besluit van 5 juli 2013 van de Vlaamse Regering houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater. Download in PDF formaat Het uitgangspunt van het besluit is:
  1. dat het hemelwater in eerste instantie zoveel mogelijk gebruikt moet worden
  2. in tweede instantie zoveel mogelijk infiltreert in de bodem en
  3. als dit niet mogelijk is met een vertraagd debiet afgevoerd wordt van het perceel.
Verdere toelichting bij de wet is terug te vinden in deze brochure Download in PDF formaat en in het ‘Technisch achtergronddocument bij de gewestelijke stedenbouwkundige verordening hemelwaterDownload in PDF formaat

Indien hemelwater afgevoerd wordt van het perceel moet in alle gevallen een gescheiden afvoer van hemelwater en afvalwater aangelegd worden tot aan het lozingspunt op de openbare rioleringen. Provinciale en gemeentelijke verordeningen kunnen de voorschriften van dit besluit verder aanvullen of strenger maken.

Op 15 juli 2016 heeft de Vlaamse Regering de stedenbouwkundige verordening hemelwater gewijzigd: een verharding kan enkel vrijgesteld worden van de stedenbouwkundige vergunningsplicht indien de richtlijnen van de stedenbouwkundige verordening hemelwater nageleefd worden. Hierdoor blijft een correcte omzetting van de Europese kaderrichtlijn water gewaarborgd. De aangepaste stedenbouwkundige verordening hemelwater is in werking getreden op 15 juli 2016.