Nieuws

  • Gelet op het aantal gevallen van delaminatie in de toplaag van betonvloeren waarmee men de laatste jaren geconfronteerd wordt, hebben Europese deskundigen binnen RILEM zich gegroepeerd om het probleem te analyseren en aanbevelingen te doen om de duurzaamheid van betonvloeren te waarborgen. Het document "Delamination of industrial floors and other related aspects" werd in mei 2017 gepubliceerd.

  • Om de kwaliteit van diepwanden te waarborgen, hebben ABEF, het WTCB, de FABE en Fedebeton de krachten gebundeld om een fiche te schrijven met de juiste specificatie voor betonnen diepwanden. Deze fiche kan gedownload worden in de rubriek "andere publicaties".

  • In het kader van de Normen-Antenne ‘Beton-mortel-granulaten’ zijn er eind 2016 studiedagen georganiseerd geweest in samenwerking met Faba over de nieuwe normen voor beton. Deze themadagen waren het moment om de veranderingen door de toekomstige NBN B15-001 en door de recente prNBN B15 007 en NBN B15 400 in de kijker te zetten. De nieuwe toekomstige TV’s die de verschillende normen zullen toelichten, werden eveneens voorgesteld. Alle presentaties zijn terug te vinden via de volgende link: http://www.betonica.be/index.cfm?n01=elearning&n02=presentaties&n03=TCruwbouw&lang=nl.



  • Een nieuwe Europese norm EN 206 betreffende de specificatie, de vervaardiging en de conformiteit van beton is verschenen in 2014.  Zij is momenteel niet volledig van toepassing wegens het ontbreken van een Belgische nationaal toepassingsdocument momenteel in ontwikkeling.  De belangrijkste veranderingen ten opzichte van de huidige versie van de norm zijn de volgende:

    1. Toevoeging van toepassingsregels voor vezelbeton en beton met gerecycleerde granulaten
    2. Herziening van het k-waarde concept voor vliegas, microsilica en nieuwe regels voor gemalen hoogovenslakken
    3. Invoering van principes voor prestatiegericht ontwerp bij gebruik van toevoegsels, onder andere het concept voor gelijkwaardige prestatie van betoneigenschappen.
    4. Herziening en toevoeging van nieuwe concepten voor conformiteitcontrole.
    5. De NBN EN 206-9 “Aanvullende regels voor zelfverdichtend beton » is bijgevoegd aan de norm.
    6. Aanvullende regels voor beton voor bijzondere geotechnische werken zijn toegevoegd.


  • Veel bestekken verwijzen naar  HSR-cement (High Sulfate Resistance).  Alsgevolg veranderingen op normatief vlak, vindt men op de markt echter zowel “SR” als “HSR” cementsoorten terug.  Dit verschil in benamingen verwijst echter niet naar een verschil in bestandheid tegen sulfaten, maar volgt uit het al dan niet opgenomen zijn in de Europese norm als sulfaatbestendig.  Om verwarring te voorkomen, is het raadzaam in het bestek, de volgende naam ‘Cement met hoge bestandheid tegen sulfaten' te gebruiken volgens NBN B12-108: 2015. U vindt meer informatie in een artikel gepubliceerd in 2015 in WTCB-Contact. Dit artikel is opgenomen onder de rubriek 'Publicaties' van deze Normen-Antennes.

  • Weldra is het zomer en krijgen we aangename temperaturen!  Maar bij het betonstorten verhoogt het risico op vroegtijdige uitdroging en scheurvorming.  Om dit te voorkomen is een geschikte nabehandeling van het beton essentieel.  Voor wat betreft stortklaar beton, geeft de voornorm prNBN B15-400, de Belgische aanvulling bij de Europese norm NBN EN 13670, de minimaal vereiste tijdsduur voor de nabehandeling.  In het artikel “Uitvoeringsklassen, ontkisting en nabehandeling van beton: nieuwe regels” worden deze eisen opgesomd.  Het artikel kan gedownload worden onder de rubriek “Publicaties”.

  • De norm NBN B15-100 betreffende de evaluatie van de gebruiksgeschiktheid van cement en toevoegsels van type II wordt momenteel herzien.  De belangrijkste verwachte veranderingen zijn:

    • de uitbreiding van de norm voor toevoegsels van type I,
    • de conformiteit van de mechanische kenmerken moet aangetoond worden voor 2 representatieve sterkteklassen,
    • de evaluatie van de duurzaamheidscriteria werd herzien op basis van de Nederlandse CUR-aanbeveling 48 uit 2010,
    • steeds hetzelfde cement moet gebruikt worden in het referentiebeton voor het geheel van de duurzaamheidsproeven,
    • de proef ter bepaling van de weerstand tegen zeewater werd geschrapt.

    Het WTCB voert het merendeel van de proeven uit deze norm uit.  Voor meer informatie kan u terecht bij Bram Dooms (bdo@bbri.be).

  • Een handboek van goede praktijk betreffende Heruitgraafbare Zelfverdichtende Materialen (‘Matériaux Autocompactants Réexcavables’ – M.A.R.).  Deze materialen resulteren uit een mengsel van water, cement en/of kalk, hulpstoffen en natuurlijke en/of gerecycleerde granulaten.  Het is eveneens mogelijk om hydraulische bindmiddelen uit de wegenbouw (LHR) toe te voegen.

    Deze producten kunnen een oplossing  bieden voor de moeilijkheden en de complexiteit om een kwaliteutsvolle verdichting te verzekeren met de traditioneel gebruikte materialen voor de ophoging van sleuven.  Deze materialen worden zelfverdichtend genoemd omdat ze op een natuurlijke manier een sleuf opvullen door storting, zonder verdichting noch vibraties.  Binnen enkele uren wordt voldoende draagvermogen ontwikkeld om een snelle ingebruikname te verzekeren en ook op lange termijn vertonen ze een voldoende hoge mechanische sterkte.

    Het heruitgraafbare karakter van deze materialen volgt uit een beperking van de ontwikkelde sterkte.  Elke ophoging, uitgevoerd met deze producten, blijft heruitgraafbaar en dit ongeacht de tijd tussen de uitvoering en de eventuele uitgraving.

    Het Technisch Comité van het Sectoraal Akkoord, ondertekend tussen de Regering van het Waals Gewest en de Confederatie Bouw Wallonië, heeft een specifieke werkgroep opgericht, de ‘GT M.A.R.’.  Deze werkgroep heeft als doel het opstellen van een Handboek voor Goede Praktijk, waarin de punten van hoofdstuk E.3.7 van Qualiroutes 2012, dat deze materialen behandelt, uitdrukkelijk worden geformuleerd.

    Dit Handboek van Goede Praktijk is bestemd voor de verschillende spelers van de markt, nl. producenten, ondernemers en bouwheren en dit zowel voor de openbare als de private sector.  Het handboek is downloadbaar via de rubriek Publicaties.  Deze is enkel beschikbaar in het Frans.

  • De norm NBN EN 13369, betreffende de algemene bepalingen voor vooraf vervaardigde betonproducten, werd herzien in 2013.  De belangrijkste veranderingen zijn de volgende:
    • Het toepassingsgebied: geprefabriceerd zwaar, licht en normaal beton – ook vezelbeton wordt behandeld.
    • Nieuwe paragraaf voor gebroken gerecycleerde granulaten:
      1. tot 10% vervanging toegelaten voor granulaten afkomstig van dezelfde fabriek of van erkende kwaliteit en afkomst,
      2. men kan tot 20% vervangen indien de relevante eigenschappen op verhard beton proefondervindelijk geëvalueerd worden (de variante door berekening is toegelaten voor wat betreft de mechanische sterkte van het beton).
    • Bij voorkeur zullen er geen gerecycleerde granulaten gebruikt worden in beton onderworpen aan strengere kwaliteitseisen.  Dit geldt niet voor de milieuklassen X0, XC1, XC2.
    • Nieuwe productietoleranties.
    • Nieuwe voorschriften voor de trekweerstand, krimp en droge dichtheid.
    • Nabehandeling: de norm wordt als volgt gewijzigd.

    Met uitzondering van het geval waarin gebruik wordt gemaakt van een uithardingsmiddel, moet de bescherming tegen de uitdroging gelden totdat de druksterkte van het monster na afloop van de behandeling (fc, behandeling) gelijk is aan of groter is dan de laagste waarde van de parameters Dd x fck et fc,L (cylinder of kubus).

    fc, behandeling ≥ MIN (Dd x fck; fc,L)

    De parameters Dd en fc,L (cylinders of kubussen) worden gedefinieerd in de volgende tabel:

    Omgevingsfactoren van het product op de plaats van gebruik (milieuklassen van de NBN EN 206)

    Noot: een omzetting naar de omgevingsklassen van de NBN 15-001 wordt gemaakt

    Verhardingsgraad Dd % Weerstand op cylinder/kubus fc,L
    X0, XC1
    Noot: in geval van de omgevingsklassen EI, EE1 (BNA)
    Enkel de voorschriften op fc,Lzijn van toepassing 12/15
    XC2, XC3, XC4, XD1, XD2, XF1
    Noot: in geval van de omgevingsklassen EE1 (BA), EE2, EE3, ES2 (BNA)
    35 12/15 of 0.25 fck indien
    0.25 fck ≥ 15 MPa (kubus)
    Andere omgevingsfactoren
    Noot: in geval van de omgevingsklassen EE4, ES1, ES2 (BA), ES4, EA1, EA2, EA3
    50 16/20 of 0.35fck indien
    0.35 fck ≥ 20 MPa (kubus)
    Minimale weerstand van beton aan het eind van de bescherming tegen uitdroging

  • Het WTCB heeft een reeks aanbevelingen voor de bescherming van vers beton tegen vorst samengebracht in de Digest 12.  Wij nodigen u uit om dit artikel hieromtrent te raadplegen door op de volgende link te klikken: Beton storten tijdens de winterperiode.  Vers beton beschermen tegen vorst.

  • Naar aanleiding van Batibouw 2012 stelt de FOD Economie de brochure “Een gewijzigd kader voor het verhandelen van bouwproducten?” voor. Deze is beschikbaar via: http://economie.fgov.be/nl/modules/publications/general/quoi_de_neuf_pour_la_commercialisation_des_produits_de_construction_.jsp

  • Sinds mei 2010 zijn er bijkomende regels voor zelfverdichtend beton gepubliceerd in de norm NBN EN 206-9.  Deze norm moet gelezen worden met de norm NBN EN 206-1 die reeds het voorwerp uitgemaakt heeft van publicaties (zie rubriek publicaties – nieuwe normen voor beton – delen 1 en 2).  De norm NBN EN 206-9 herneemt de klassen voor de slump flow, de viscositeit (t 500 en de V-funnel), de segregratieweerstand en de mobiliteit in een afgesloten omgeving.  Deze klassen werden bepaald door middel van nieuwe proeven die het voorwerp uitmaakten van nieuwe normen in 2010.  De normenfiches die de nieuwe proefnormen beschrijven, zijn hernomen onder de rubriek “Normen” van deze Normen-Antenne.