Bliksembeveiliging van fotovoltaïsche systemen

Bij het plaatsen van fotovoltaïsche systemen, dient men zich meestal af te vragen of een bliksembeveiliging al dan niet noodzakelijk is.

De bliksembeveiliging van fotovoltaïsche systemen valt onder het toepassingsgebied van de nieuwe norm aangaande bliksembeveiliging, nl. NBN EN 62305-1 tot 4, die van toepassing is in België sinds 1 februari 2009.

Volgens deze nieuwe reglementering volgt de noodzaak van een bliksembeveiliging uit een risicoanalyse van een blikseminslag (risico op verlies van mensenlevens, brand,...). Een bliksembeveiliging wordt dus niet systematisch geplaatst. Voor fotovoltaïsche systemen in België toont de risicoanalyse, voor eenvoudige en weinig blootgestelde constructies, zoals alleenstaande woningen, doorgaans aan dat er geen beveilging noodzakelijk is. Tevens is het ook belangrijk te benadrukken dat de installatie van dakpanelen het risico op blikseminslag van het gebouw niet verhoogt.

Indien een bliksembeveiliging noodzakelijk is, zal de risicoanalyse mede bepalen welke beveiliging het meest geschikt is, en dit zowel op technisch als economisch vlak. Voor fotovoltaïsche systemen onderscheidt men:

  • externe beveiligingssystemen tegen rechstreekse blikseminslagen, die de panelen kunnen beschadigen
  • interne beveiligingssystemen tegen overspanningen en invloeden van elektromagnetische velden, die schade kunnen veroorzaken aan de elektrische en elektronische apparatuur binnen het gebouw (omvormer,...).

Bij alleenstaande woningen worden de panelen zelden rechstreeks getroffen door blikseminslag en doet de schade zich voornamelijk voor op de elektronische apparatuur (omvormer,...)

Het bijgevoegde document geeft een korte samenvatting van de nieuwe reglementering. De verschillende beveiligingssystemen voor fotovoltaïsche systemen worden beschreven en enkele voorbeelden van realisaties worden gegeven.