Einde van de overgangsperiode en uitzondering voor de brandwerende deuren

Het koninklijk besluit van 7 december 2016 tot wijziging van het koninklijk besluit van 7 juli 1994 tot vaststelling van de basisnormen voor de preventie van brand en ontploffing waaraan de nieuwe gebouwen moeten voldoen werd op 18 januari 2017 in het Belgisch Staatsblad gepubliceerd.

De grote meerderheid van de aanpassingen die worden ingevoerd door dit besluit, zijn versoepelingen, verduidelijkingen en bijkomende mogelijkheden voor de huidige bepalingen van het koninklijk besluit van 7 juli 1994. Voor de enkele aanpassingen die strenger zijn dan de huidige bepalingen, zijn deze bepalingen alleen maar van toepassing op de gebouwen waarvoor de bouwaanvraag werd ingediend vanaf 1 april 2017 of werd voorzien in afwijkende bepalingen (zoals voor de liften).

 

De datum van inwerkingtreding van dit besluit werd vastgesteld op 1 april 2017 om de betrokkenen voldoende tijd ter beschikken te stellen om zich aan te passen aan deze nieuwe vereisten, met uitzondering van artikel 4. Voor artikel 4 wordt de datum voor inwerkingtreding op 1 december 2016 vastgesteld om te vermijden dat de huidige overgangsperiode die tot 1 december 2016 loopt, verstrijkt voor die bouwproducten waarvoor de co-existentieperiode voor CE-markering voor die datum is vastgesteld.

 

Ter herinnering, sinds de wijziging van het koninklijk besluit van 7 juli 1994 in 2012 wordt de brandweerstand van bouwproducten op basis van Europese normen, en niet meer op basis van Belgische normen, bepaald en geklasseerd. Hierdoor werd het vrij verkeer van de bouwproducten bevorderd. Om de producenten echter in staat te stellen om zich aan deze nieuwe Europese normen aan te passen werd tot 1 december 2016 een overgangsperiode voorzien.

De datum van 1 december 2016, zoals vermeld in artikel 6/1 van het koninklijk besluit van 7 juli 1994, is die van de plaatsing van het product is en niet die van de indiening van de aanvraag voor de bouw.

Aanvullend, heeft de Hoge Raad voor de beveiliging tegen brand en ontploffing geïnterpreteerd dat de datum van de plaatsing die in aanmerking genomen moet worden, die van het begin van de plaatsing van het lot op de werf is. Deze startdatum van de plaatsing kan teruggevonden worden of geschat worden op basis van de werfverslagen, of verkregen worden op basis van een verklaring op erewoord van de installateur.

 

Artikel 4 van dit besluit vult artikel 6/1 van het koninklijk besluit van 7 juli 1994 aan teneinde aan bouwproducten waarvoor een geharmoniseerde norm bestaat toe te laten, nog tot het einde van de co-existentieperiode gebruik kunnen maken van de overgangsbepalingen die toelaten om de oude Belgische klassen te gebruiken in plaats van de nieuwe Europese klassen.

 

Artikel 4 van dit besluit van 7 december 2016 vult artikel 6/1 van het koninklijk besluit van 7 juli 1994 aan op de volgende manier:

“De bouwelementen waarvan de brandweerstand wordt aangetoond volgens de norm NBN 713-020, respectievelijk de norm DIN 4102?6 voor luchtkanalen, en waarvoor een CE-markering nog niet verplicht is, zijn toegelaten tot 1 december 2016 of tot op het einde van de door de Europese Commissie vastgelegde co-existentieperiode indien ten laatste op 1 december 2016 de Europese Commissie voor de betrokken normen het einde van co-existentieperiode bekend gemaakt heeft in het Publicatieblad van de Europese Unie overeenkomstig artikel 17, 5, c) van de Verordening (EU) nr. 305/2011 van het Europees parlement en de Raad van 9 maart 2011 tot vaststelling van geharmoniseerde voorwaarden voor het verhandelen van bouwproducten en tot intrekking van Richtlijn 89/106/EEG van de Raad. Daarvoor wordt de tijdsduur van de brandweerstand vereist door de bijlagen bij dit besluit, omgezet in uren, voorafgegaan door ‘Rf’, respectievelijk ‘Ro’ voor luchtkanalen. Deze bouwelementen kunnen in de gebouwen behouden blijven nade vermelde overgangsperiode.”

 

Artikel 4 van dit besluit voegt een uitzondering toe voor elk bouwproduct waarvoor de co-existentieperiode voor CE-markering voor 1 december 2016 is vastgesteld. Op dat moment zal de overgangsperiode voor dat product op de door de Europese Commissie vastgelegde duur afgestemd worden. Deze bepaling heeft tot doel ervoor te zorgen dat voor bepaalde bouwproducten de Belgische en Europese overgangsperiode gelijk lopen.

 

Deze uitzondering beoogt met name de brandwerende deuren. De norm EN 16034 «Voetgangersdeuren, industrie-, bedrijfs- en garagedeuren, en ramen die open kunnen – Productnorm, prestatiekenmerken – Brandwerende en/of rookbeperkende kenmerken» is op 1 november 2016 in werking getreden als geharmoniseerde norm, waardoor voortaan de CE-markering van de brandwerende deuren mogelijk is. En het einde van de coëxistentieperiode werd door de Europese Commissie vastgesteld op 1 november 2019, datum waarna de CE-markering van de brandwerende deuren verplicht zal zijn. Bijgevolg mogen, krachtens artikel 4 van dit ontwerp, de brandwerende deuren waarvan de brandweerstand werd beoordeeld volgens de norm NBN 713-020 en die nog niet over een CE-markering beschikken, nog tot 1 november 2019 worden geplaatst, en zelfs later indien de Europese Commissie daarna beslist om de einddatum van de coëxistentieperiode uit te stellen.

 

Voor zover vandaag bekend, zijn er geen andere bouwproducten die onder de toepassing van dit nieuwe voorschrift vallen.

Bijgevolg mogen, met uitzondering van de brandwerende deuren, vanaf 1 december 2016 enkel nog de bouwproducten waarvan de brandweerstand volgens de Europese normen is aangetoond op de markt geplaatst worden. Diegene die enkel over een klassering volgens de Belgische normen beschikken zijn niet langer toegestaan.

En voor de brandwerende deuren, mogen vanaf 1 november 2019 enkel nog de deuren met een CE-markering op basis van de geharmoniseerde norm EN 16034 op de werven geplaatst worden.

(Bron: FOD BZ - 30/11/2016)