Nieuwe classificatie voor de brandreactie van bouwproducten: de eisen in België

In het kader van de Europese harmonisatie en de verwezenlijking van een Europese arbeidsmarkt worden steeds meer technische specificaties uitgewerkt die van toepassing zijn op een groot aantal bouwproducten en bouwsystemen.

Deze aanpak streeft naar een prestatiegerichte formulering van de reglementaire eisen in alle EU-lidstaten en naar een beoordeling van de overeenstemming met deze eisen op basis van geharmoniseerde testmethoden. (zie Beoordeling van de brandreactie in België).

De lidstaten blijven bevoegd voor het bepalen van het vereiste prestatieniveau. Ze moeten dit echter doen op basis van een Europese classificatie die gebaseerd is op Europese methoden.

De Belgische classificatie voor brandreactie wordt op die manier vervangen door een Europese classificatie.
Daartoe heeft men binnen de Hoge Raad voor beveiliging tegen brand en ontploffing een werkgroep opgericht. Deze heeft zich gebogen over een herziening van KB Basisnormen brandpreventie (KB van 7/7/1994 inclusief de verschillende aanpassingen), meer bepaald voor Bijlage 5 die de vereisten inzake de reactie bij brand van bouwproducten vastlegt. Het doel van de werkgroep bestond erin het vereiste prestatieniveau vast te leggen, nu niet langer op basis van de Belgische classificatie maar wel op basis van de Europese classificatie voor de brandreactie.
Vermits de Belgische en de Europese classificatie en testmethoden sterk verschillen was het niet mogelijk een uniforme, eenvoudige conversietabel op te stellen tussen de oude Belgische klassen en de nieuwe Europese klassen, geldig voor alle materialen.


De oude Belgische klassen:

De oude Belgische reglementering is gebaseerd op de Belgische norm (NBN S 21-203) die slechts één uitdrukking voor ontvlambaarheid en verspreidingssnelheid hanteert: de materialen zijn ingedeeld in 5 klassen: A0, A1, A2, A3 of A4 (A0 = niet-brandbaar materiaal).

De nieuwe Europese klassering:

Voor de nieuwe Europese classificatie worden, op basis van drie brandscenario's (of drie niveaus van thermische aanval) en vijf proefmethoden, in totaal 7 hoofdklassen onderscheiden volgens NBN EN 13501-1:

  • De klassen A1 en A2 voor de onbrandbare producten
  • De klassen B, C, D & E voor de brandbare producten
  • De klasse F voor de niet-geklasseerde producten of producten die faalden bij de minst strenge proef.

Naast deze 7 hoofdklassen zijn enkele bijkomende klasseringen gedefinieerd ter indicatie van volgende aspecten:

  • De rookontwikkeling (s-klasse) van vloerbedekkingen (s1 en s2) en andere bouwproducten (s1, s2 en s3). Hierbij zal voor s1 beperkte rookontwikkeling en voor s3 onbeperkte rookontwikkeling optreden.
  • De vorming van brandende druppels en deeltjes (d-klasse) voor alle bouwproducten (d0, d1 en d2), behalve vloerbedekkingen. Hierbij zullen voor d0 geen druppels gevormd worden, voor d2 zal onbeperkte druppelvorming kunnen optreden.

Hieronder vindt u een overzicht van de verschillende mogelijke combinaties van de Europese klasseringen.

Bouwproducten uitgezonderd de vloerbedekkingen Vloerbedekkingen
A1 A1FL
A2 s1 d0 A2 s1 d1 A2 s1 d2  A2FL s1
A2 s2 d0 A2 s2 d1 A2 s2 d2 A2FL s2
A2 s3 d0 A2 s3 d1 A2 s3 d2  
B s1 d0 B s1 d1  B s1 d2 BFL s1
B s2 d0 B s2 d1 B s2 d2 BFL s2
B s3 d0 B s3 d1 B s3 d2  
C s1 d0 C s1 d1 C s1 d2 CFL s1
C s2 d0 C s2 d1 C s2 d2 CFL s2
C s3 d0 C s3 d1 C s3 d2  
D s1 d0 D s1 d1 D s1 d2 DFL s1
D s2 d0 D s2 d1 D s2 d2 DFL s2
D s3 d0 D s3 d1 D s3 d2  
E     EFL
E d2      
F     FFL


Daarnaast heeft de Europese Commissie tevens een beslissing genomen omtrent de producten waarvan men mag veronderstellen dat ze steeds als niet-brandbaar (klasse A1) mogen beschouwd worden en dus niet aan de proefmethoden moeten onderworpen worden.

De lijst met producten waarvan men mag veronderstellen dat ze steeds als niet-brandbaar (klasse A1) mogen beschouwd worden is terug te vinden in de beschikking van de commissie 96/603/EG van 4 oktober 1996.
Hier vindt u een lijst van producten 'Deemed to satisfy', behorende tot de brandreactie klasse A1.

Bovendien kunnen voor bepaalde voor de bouw bestemde producten de brandreactie karakteristieken worden bepaald zonder dat proeven dienen uitgevoerd te worden.
Hier vindt u een lijst van beschikkingen voor bouwproducten die vallen onder 'Classified without further test'.

De bijlage 5/1 van het Koninklijk Besluit:


Bijlage 5/1 bespreekt de vereisten die van toepassing zijn inzake reactie bij brand en het gedrag bij een brand vanaf de buitenzijde. Deze vereisten zijn van toepassing op de gebouwen bedoeld in de bijlagen 2/1, 3/1 en 4/1 van diezelfde basisnormen.

Een belangrijke wijziging hierbij is de noodzakelijke karakterisering van de eindgebruiker voor de bepaling van de vereiste brandreactie van de gebruikte bouwproducten:

  • Type 1: Niet zelfredzame(1) bezetters
  • Type 2: Zelfredzame(2) en slapende(3) bezetters
  • Type 3: Zelfredzame(2) en wakende(4) bezetters
(1) Niet zelfredzaam: niet in de mogelijkheid zich fysisch en/of psychisch onmiddellijk in veiligheid te brengen zonder fysieke hulp van derden.

*Nota van toelichting: "De niet-zelfredzaamheid mag niet verward worden met de beperkte mobiliteit van personen." ... ..." Algemeen kunnen niet-zelfredzame personen verwacht worden in gevangenissen, gesloten centra, de verpleegeenheden van de ziekenhuizen, revalidatiecentra en rust- en verzorgingstehuizen, de dementenafdelingen van rustoorden en de afdeling voor baby's en kruipers in de kinderdagverblijven."

(2) Zelfredzaam: met fysisch en/of psychische mogelijkheid om zichzelf onmiddellijk in veiligheid te brengen zonder fysieke hulp van derden.

(3) Slapend: niet in staat om een begin van brand of een alarm onmiddellijk op te merken of navenant te reageren.

(4) Wakend: in staat om een begin van brand of een alarm onmiddellijk op te merken en navenant te reageren.


De eisen die gelden voor de brandreactie van gebruikte bouwmaterialen zijn in onderstaande tabellen weergegeven:

Tabel 1: Voor ruimten met verhoogd brandrisico ingevolge het gebruik

  Lage Gebouwen (LG) Middelhoge Gebouwen (MG) Hoge Gebouwen (HG)
Technische ruimten, parkeerruimten, machinekamers en technische schachten Verticale wanden A2 s3 d2 A2 s3 d2 A2 s3 d2
Plafonds en valse plafonds A2 s3 d0** A2 s3 d0** A2 s3 d0**
Vloeren A2FL s2 A2FL s2 A2FL s2
Thermische isolatie leidingen* C s3 d2*** C s3 d2*** C s3 d2***
Liftkooien Verticale wanden E d2 C s2 d2 C s2 d2
Plafonds E d2 C s2 d2 C s2 d2
Vloeren EFL CFL s2 CFL s2
Keukens Verticale wanden A2 s3 d2 A2 s3 d2 A2 s3 d2
Plafonds A2 s3 d0 A2 s3 d0 A2 s3 d0
Vloeren BFL s2 BFL s2 BFL s2
Thermische isolatie leidingen* C s3 d2*** C s3 d2*** C s3 d2***
* Behalve luchtkanalen
** d2 in lokalen <= 30m²
*** voor kanalen > 300 mm


Tabel 2: Voor andere lokalen speelt ook de karakterisering van de eindgebruiker een rol bij de bepaling van de noodzakelijke classificatie:

  Type 1 Type 2 & 3
LG MG HG LG MG HG
Zalen Verticale wanden B s1 d2 B s1 d2 B s1 d2 C s2 d2 C s2 d2 C s2 d2
Plafonds en Valse plafonds B s1 d0 B s1 d0 B s1 d0 C s2 d0 C s2 d0 C s2 d0
Vloeren BFL s1 BFL s1 BFL s1 CFL s2 CFL s2 CFL s2
Overige lokalen Verticale wanden C s2 d2 C s2 d2  C s2 d2 E d2 E d2 D s3 d2
Plafonds en Valse plafonds C s2 d1 C s2 d1 C s2 d1 E** E** D s3 d1**
Vloeren CFL s1 CFL s1 CFL s1 EFL EFL DFL s2
** d2 in lokalen < 30 m²


Tabel 3 & 4: Voor evacuatiewegen en trappenhuizen is eveneens karakterisering van de eindgebruiker alsook de aanwezigheid van een branddetectie Type Totale Bewaking die al dan niet voorzien is in het gebouw, die bepalend zijn voor de noodzakelijke classificatie van de gebruikte materialen

  Type 1 Type 2 Type 3
LG MG HG LG MG HG
Hor Vert Hor Vert Hor Vert
Zonder detectie Type Totale Bewaking in het gebouw
Verticale wanden A2 s1 d1 C s2 d2 B s1 d2 B s1 d2 B s1 d2 D s3 d2 C s3 d2 C s2 d2 B s2 d2 B s1 d2
Plafonds en Valse plafonds A2 s1 d0 C s2 d0 B s1 d0 B s1 d0 B s1 d0 D s3 d0 C s3 d0 C s2 d0  B s2 d0 B s1 d0
Vloeren A2FL s1 CFL s1 BFL s1 BFL s1 BFL s1 DFL s2 CFL s2 CFL s1 BFL s1 BFL s1
Met detectie Type Totale Bewaking aanwezig in het gebouw zoals beschreven in artikel 4.2 van bijlage 5 van de basisnormen
Verticale wanden B s1 d2 D s2 d2 C s1 d2 C s1 d2 B s1 d2 D s3 d2 D s3 d2 C s2 d2 C s2 d2 B s1 d2
Plafonds en Valse plafonds B s1 d0 D s2 d0 C s1 d0 C s1 d0 B s1 d0 D s3 d0 D s3 d0 C s2 d0 C s2 d0 B s1 d0
Vloeren BFL s1 DFL s1 CFL s1 CFL s1 BFL s1 DFL s2 DFL s2 CFL s1 CFL s1 BFL s1
"Hor": Horizontale vluchtwegen met uitzondering van die op het gelijkvloers
"Vert": Verticale vluchtwegen (d.w.z.: de trapzalen met inbegrip van de sassen, de overlopen en de trappen zelf) en het horizontale deel van de evacuatieweg op het gelijkvloers vanaf de trapzalen tot buiten het gebouw