Richtlijn betreffende radioapparatuur en telecommunicatie-eindapparatuur

Inleiding

Tegenwoordig is de Europese richtlijn "1999/5/EG betreffende radioapparatuur en telecommunicatie-eindapparatuur en wederzijdse erkenning van conformiteit" van kracht voor telecommunicatie-eindapparatuur, radio-ontvangers en radiozenders. Deze richtlijn wordt meestal de "R&TTE-richtlijn" genoemd.

Deze richtlijn is van kracht sinds 8 april 2000 met een overgangsperiode van één jaar. Dit wil zeggen dat vanaf 8 april 2001 alleen apparatuur die voldoet aan de essentiële eisen en bijkomende bepalingen van de R&TTE-richtlijn mag worden geproduceerd en op de Europese markt gebracht. Dit wil eveneens zeggen dat alle goedkeuringscertificaten verleend onder het pre-R&TTE-regime sinds 8 april 2001 vervallen zijn. Bijgevolg mogen geen apparaten meer die voldoen aan de eisen van het pre-R&TTE-regime op de Europese markt gebracht worden sinds 8 april 2001.

De R&TTE-richtlijn vervangt zowel de TTE-richtlijn (98/13/EEG) als de nationale regelgeving met betrekking tot de goedkeuring van radioapparatuur. De R&TTE-richtlijn verandert echter niets aan de verplichting voor bepaalde radioapparatuur over een nationale vergunning te beschikking, dit is nog steeds een nationale bevoegdheid.

Praktisch betekent bovenstaande dat de fabrikant, in tegenstelling tot het pre-R&TTE-regime, de volle verantwoordelijkheid draagt voor de conformiteit of overeenstemming van zijn product aan de essentiële eisen en bijkomende bepalingen van de R&TTE-richtlijn. Daarnaast wordt ook de "gebruiker" verantwoordelijk gesteld voor het "juiste" gebruik van de apparatuur. Deze verantwoordelijkheid houdt in dat hij (de gebruiker) kennis moet nemen van de door de fabrikant toegevoegde informatie bij het product en het product volgens de opgegeven bestemming en binnen de eventuele vermelde beperkingen dient te gebruiken. Doet de gebruiker dit niet dan kunnen er maatregelen (vervolging, in beslagname, ...) getroffen worden.

Essentiële eisen en "andere relevante bepalingen"

De fabrikant van radioapparatuur en telecommunicatie-eindapparatuur is verplicht ervoor te zorgen dat ze enkel apparatuur op de markt brengt die voldoet aan de essentiële eisen in de R&TTE-richtlijn.

Deze essentiële eisen zijn terug te vinden onder artikel 3 van de R&TTE-richtlijn. De eisen onder lid 1 van artikel 3 zijn van toepassing op "alle" apparaten die binnen de scope van de richtlijn vallen. Deze hebben betrekking op:
  • de bescherming van de gezondheid en de veiligheid van de gebruiker of anderen, met inbegrip van de doelstellingen met betrekking tot de veiligheidsvoorschriften van de laagspanningsrichtlijn 73/23/EEG, echter zonder toepassing van de spanningsgrens.

  • de bescherming met betrekking tot elektromagnetische compatibiliteit van de EMC richtlijn 89/336/EEG
Hoewel de bepalingen van de laagspanningsrichtlijn (73/23/EEG) en van de EMC-richtlijn (89/336/EEG) sinds 8 april 2000 niet meer van toepassing zijn op R&TTE-apparatuur, kan de fabrikant voor de essentiële eisen van artikel 3 lid 1, de conformiteitprocedures vastgelegd in de LVD-richtlijn en de EMC-richtlijn volgen als alternatief voor de conformiteitprocedures van de R&TTE-richtlijn.

Hierbij dient wel rekening gehouden te worden met volgende opmerkingen:

  • De EMC-richtlijn 2004/108/EG is op 20 juli 2007 van toepassing geworden. Tevens werd op deze datum de oude EMC-richtlijn 89/336/EEG ingetrokken. In de nieuwe EMC-richtlijn is de mogelijkheid om gebruik te maken van de conformiteitprocedure van de EMC-richtlijn op R&TTE-apparatuur niet meer voorzien. Bijgevolg moet sinds 20 juli 2007 enkel de conformiteitprocedures van de R&TTE-richtlijn gevolgd worden voor wat de EMC-eisen betreft.

  • Er dient opgemerkt te worden dat de essentiële eis van arikel 3 lid 1a bijkomend verwijst naar de "gezondheid van de gebruiker of anderen" wat verder gaat dan de essentiële eisen van de LVD-richtlijn. Hierbij dient rekening gehouden te worden bij conformiteitevaluatie.
De essentiële eisen onder artikel 3 lid 2 zijn bijkomend van toepassing op "radioapparatuur".

Ten slotte bevat de richtlijn nog bijkomende essentiële eisen onder artikel 3 lid 3. Deze eisen zijn enkel verplicht voor welbepaalde categorieën van apparatuur en indien de Europese Commissie oordeelt dat dit nodig is.

Apparatuur binnen de scope van de R&TTE-richtlijn dient niet alleen te voldoen aan de essentiële eisen, maar daarnaast ook nog aan "andere relevante bepalingen" die men in artikel 6 van de richtlijn kan terugvinden. Een aantal van deze bijkomende bepalingen zijn eerder van administratieve aard.

De conformiteitprocedures of overeenstemmingprocedures

Onder de R&TTE-richtlijn is de fabrikant verplicht zijn producten te onderwerpen aan een toegestane en geschikte overeenstemmingbeoordelingsprocedure om de conformiteit van het product aan te tonen met de essentiële eisen in de R&TTE-richtlijn.

Bij bepaalde overeenstemmingprocedures wordt verwezen naar geharmoniseerde normen. Indien een fabrikant zijn producten fabriceert zodanig dat deze voldoen aan de eisen van een dergelijke geharmoniseerde norm, dan geldt voor zijn product het "vermoeden van overeenstemming" met de essentiële eisen waarop deze geharmoniseerde norm betrekking heeft. Het toepassen van een geharmoniseerde norm heeft dus belangrijke voordelen voor de fabrikant. Zo wordt de fabrikant onder andere een zwaardere overeenstemmingprocedure opgelegd voor radiozenders indien de geharmoniseerde normen niet gevolgd werden.

Geharmoniseerde normen hebben onder de R&TTE-richtlijn geen verplicht karakter. De fabrikant kan afwijken van de bepalingen van de geharmoniseerde norm, maar dan moet de fabrikant via het technische dossier aantonen dat aan de essentiële eisen is voldaan. Dit is ook het geval indien er (nog) geen van toepassing zijnde geharmoniseerde normen bestaan.

Het technische dossier moet door de fabrikant of diens gemachtigde in de Europese Gemeenschap 10 jaar nadat het laatste product de fabriek heeft verlaten voor inspectiedoeleinden bijgehouden en ter beschikking gehouden te worden van de bevoegde nationale instanties van elke lidstaat.

De toegestane overeenstemmingprocedures zijn terug te vinden in de Bijlagen II, III, IV en V van de richtlijn. Deze keuze van de geschikte overeenstemmingprocedure wordt bepaald door het type R&TTE-apparatuur en het wel of niet gebruiken van geharmoniseerde normen. Tabel 1 geeft een overzicht van de toegestane keuzemogelijkheden.


Tabel 1 Keuzemogelijkheden aan overeenstemmingprocedures in de R&TTE richtlijn
Type R&TTE-apparatuur Geschikte overeenstemmingprocedures
Telecommunicatie-eindapparatuur zonder radiozender en radio-ontvangers Bijlagen II, IV of V
Radiozenders bij gebruik van geharmoniseerde normen Bijlagen III, IV of V
Radiozenders zonder gebruik van geharmoniseerde normen Bijlagen IV of V

De notificatieverplichting

De notificatieverplichting geldt enkel voor producten die frequentiebanden gebruiken waarvan het "gebruik" niet geharmoniseerd is in de Europese Gemeenschap.

De notificatieverplichting houdt in dat de fabrikant de voor het spectrumbeheer verantwoordelijke nationale autoriteit in de betrokken lidstaat in kennis stelt van zijn voornemen apparatuur op de markt van die lidstaat te brengen. De nationale autoriteit voor België is het Belgisch Instituut voor postdiensten en telecommunicatie (BIPT).

De kennisgeving dient ten laatste vier weken voordat begonnen wordt met het op de markt brengen plaats te vinden. De kennisgeving moet informatie bevatten over de radiokenmerken van de apparatuur (de gebruikte frequentiebanden, type modulatie, de kanaalscheiding, radiozendvermogen, ...).

Op de website van The European Radiocommunications Office (ERO) wordt een lijst gepubliceerd van radioapparatuur die gebruik maakt van frequentiebanden waarvan het gebruik in de gehele Gemeenschap is geharmoniseerd. Deze apparatuur dient niet te worden genotificeerd.

Voor radioapparatuur die gebruik maakt van frequentiebanden waarvan het gebruik niet geharmoniseerd is in de Gemeenschap, doet de fabrikant er steeds goed aan rekening te houden met het frequentieplan van de betrokken lidstaat of lidstaten bij het ontwerp van de radioapparatuur. Op de ERO Frequecy Information System (EFIS) website kan de fabrikant per lidstaat het frequentieplan raadplegen.

De CE-markering onder de R&TTE-richtlijn

Om aan te tonen dat R&TTE-apparatuur aan al de van toepassing zijnde essentiële eisen van de R&TTE richtlijn voldoet moet de fabrikant een CE-markering aanbrengen volgens de bepalingen in de Bijlage VII van de richtlijn. Deze markering bestaat uit:
  • De initialen "CE" in de vorm mini-CE.gif.

  • Het identificatienummer van de aangemelde instantie indien er tijdens de overeenstemmingprocedure een aangemelde instantie betrokken is geweest.

  • Een merkteken ter aanduiding van de apparatuurcategorie indien er voor de betreffende apparatuur een bijzonder merkteken is aangenomen. Radioapparatuur werd opgesplitst in twee grote categorieën vastgelegd in Beschikking 2000/299/EG:

  • Klasse-1 apparatuur: radioapparatuur die zonder beperking "gebruikt" kan worden in de hele Gemeenschap. Voor deze apparatuurcategorie is geen identificatiemerkteken toegekend. Er is dus buiten het CE-merkteken geen bijkomend merkteken vereist.

  • Klasse-2 apparatuur: radioapparatuur waarvoor één of andere vorm van beperking op het gebruik van toepassing is. Voor deze categorie radioapparatuur is een bijzonder merkteken toegekend en deze dient bijkomend met het CE-merkteken te worden aangebracht. Het grafische symbool mini-uitroepteken.gif werd aangenomen voor dit bijzondere merkteken. De exacte lay-out voor dit informatieteken werd vastgelegd in de Beschikking 2000/299/EG.
De CE-markering moet zichtbaar, onuitwisbaar en leesbaar zowel op het product zelf, op de verpakking en op de begeleidende documenten worden aangebracht.

Marktoezicht

Marktbewaking is een nationale bevoegdheid. Dit wil zeggen dat de lidstaten verantwoordelijk zijn voor de marktbewaking met de bedoeling erop toe te zien dat enkel conforme apparatuur op de markt wordt gebracht. Voor België is het BITP verantwoordelijk voor markttoezicht in het kader van R&TTE-richtlijn.

Achtergrondinformatie

De website van de Europese Commissie over de R&TTE-richtlijn bevat onder andere de tekst van de R&TTE-richtlijn (1999/5/EG), de lijst van geharmoniseerde normen, de Beschikking 2000/299/EG en informatie over de categorieën radioapparatuur en een samenvattende leidraad met betrekking tot verplichtingen van fabrikant in het kader van de R&TTE-richtlijn.

Op de website van het BITP zijn een reeks toelichtingdocumenten terug te vinden waaronder een verklarend document "Toelichtingen bij de R&TTE-richtlijn".