Richtlijn Electromagnetische compatibiliteit

Elektromagnetische Compatibiliteit (EMC) is het vermogen van uitrusting om in haar elektromagnetische omgeving bevredigend te kunnen functioneren, zonder zelf ontoelaatbare elektromagnetische storingen te veroorzaken voor andere uitrusting in die omgeving.

De richtlijn Electromagnetische compatibiliteit is van toepassing op uitrustingen die elektromagnetische storingen kunnen veroorzaken of waarvan de werking door dergelijke storingen kan worden aangetast. De richtlijn stelt dat de opwekking van elektromagnetische storingen door een uitrusting beperkt dient te blijven tot een zodanig niveau dat andere uitrustingen overeenkomstig hun bestemming kunnen functioneren en anderzijds dat uitrustingen over een passend niveau van intrinsieke ongevoeligheid dienen te beschikken ten aanzien van elektromagnetische storingen.

Onder uitrusting verstaat men elk apparaat of vaste installatie die elektrische en/of elektronische componenten bevatten.

Producten die onder deze definitie vallen dienen te voldoen aan de essentiële eisen van de richtlijn betreffende elektromagnetische compatibiliteit. Dit wil zeggen dat apparaten enkel op de Europese markt mogen worden gebracht als de fabrikant ervan heeft aangetoond dat de apparaten zijn ontworpen en vervaardigd in overeenstemming met de eisen van de richtlijn.

Deze essentiële eisen krijgen technisch gestalte door geharmoniseerde Europese normen.

Om aan te tonen dat de apparaten in overeenstemming zijn met de essentiële eisen van de richtlijn is de fabrikant verplicht een conformiteitbeoordeling van de apparaten uit te voeren. De fabrikant kan dit doen zonder dat een onafhankelijke conformiteitbeoordelingsinstantie hierbij betrokken behoeft te worden, maar de fabrikant is vrij gebruik te maken van de diensten van dergelijke instantie. In beide gevallen blijft de fabrikant verantwoordelijk voor de conformiteitbeoordeling.

De conformiteitbeoordelingsprocedures worden uiteengezet in de bijlagen II en III van de richtlijn. De procedure in bijlage II heeft betrekking op een conformiteitbeoordeling zonder betrekking van een aangemelde instantie terwijl bijlage III de conformiteitbeoordelingsprocedure uiteenzet ingeval een aangemelde instantie door de fabrikant betrokken wordt.

Algemeen stelt de richtlijn dat de conformiteitbeoordelingsprocedure verplicht:

  1. De fabrikant onderwerpt zijn apparaten aan een elektromagnetische compatibiliteitsbeoordeling. Indien de fabrikant al de relevante geharmoniseerde normen juist heeft toegepast dan wordt dit gelijkwaardig beschouwd aan het uitvoeren van een elektromagnetische compatibiliteitsbeoordeling. Indien de fabrikant geen geharmoniseerde normen heeft toegepast, of deze gedeeltelijk toegepast heeft, dient deze een beschrijving en uitleg op te stellen van de genomen maatregelen om aan de essentiële eisen van de richtlijn te voldoen. Bijkomende dient de fabrikant een beschrijving op te stellen van de uitgevoerde elektromagnetische compatibiliteitsbeoordeling, van gemaakte ontwerpberekeningen, uitgevoerde onderzoeken, testverslagen, etc. Deze informatie wordt bij de technische documentatie gevoegd.
  2. De fabrikant of zijn gevolmachtigde in de Europese Gemeenschap stelt een technische documentatie op. Deze dient de bewijzen te bevatten van het beantwoorden van het apparaat aan de essentiële eisen van de richtlijn. De technische documentatie moet door de fabrikant of zijn gevolmachtigde in de Europese Gemeenschap gedurende minstens 10 jaar bijgehouden worden na de datum waarop het laatste apparaat is vervaardigd, ter beschikking van de bevoegde autoriteiten.
  3. De fabrikant of zijn gevolmachtigde in de Europese Gemeenschap stelt een EG-verklaring van overeenstemming op. Deze moet door de fabrikant of zijn gevolmachtigde in de Europese Gemeenschap gedurende minstens tien jaar bijgehouden worden, na de datum waarop het laatste apparaat is vervaardigd, ter beschikking van de bevoegde autoriteiten. Bijlage IV van de richtlijn bevat de bepalingen volgens welke de technische documentatie en de EG-verklaring van overeenstemming moet worden opgesteld. Is noch de fabrikant of zijn gevolmachtigde gevestigd in de Europese Gemeenschap, dan is degene die het apparaat op de Europese markt brengt verplicht de EG-verklaring van overeenstemming en de technische documentatie ter beschikking te houden van de bevoegde autoriteiten.

Vervolgens dienen de apparaten die op de Europese markt worden gebracht voorzien te zijn van een CE-markering door de fabrikant of zijn gevolmachtigde gevestigd in de Europese Gemeenschap waaruit de overeenstemming met deze richtlijn blijkt. De wijze waarop de CE-markering moet worden aangebracht wordt uiteengezet in bijlage V van de richtlijn.

De EMC-richtlijn 2004/108/EG is op 20 juli 2007 van toepassing geworden. Tevens werd op deze datum de oude EMC-richtlijn 89/336/EEG ingetrokken. Producten die vanaf 20 juli 2007 voor het eerst op de markt worden ingebracht, moeten aan alle bepalingen van richtlijn 2004/108/EG voldoen. Meer informatie over de EMC-richtlijn kan u terugvinden op de Sirris Normenantenne "Elektrotechniek".