STS 53.1

Deze STS heeft als onderwerp de algemene voorschriften voor binnen- en buitendeuren.

Een deur is een bouwelement dat in een wandopening geplaatst wordt om een afsluitbare doorgang te verwezenlijken. Een deur is samengesteld uit één of meer deurvleugels, hun omlijsting, hun verbinding met de ruwbouw, eventuele bovenramen of andere vaste gedeelten, alsook de ophangings-, sluitings- en werkingsonderdelen.

Onder deuren worden bijgevolg de geplaatste bouwelementen bedoeld. Dit impliceert dat wanneer men eist dat een deur een bepaald prestatieniveau moet hebben (bij voorbeeld een bepaalde brandweerstand), het de geplaatste deur is, met omlijsting, hang- en sluitwerk en eventuele toebehoren die, in de voorwaarden van gelijkaardigheid en beoordeling voorzien in de Europese en Belgische normen, aan deze vereiste moet voldoen.

Met gewone "deuren" worden doorgaans afsluitbare doorgangen voor niet-industriële toepassingen bedoeld, die hoofdzakelijk doorgang verlenen aan personen.

Als richtlijn voor deze deuren gelden de volgende maximum afmetingen per deurvleugel:

  • hoogte max. 2400 mm, en
  • breedte max. 1400 mm

In bepaalde gevallen kunnen grotere afmetingen als "deuren" geklasseerd worden. De afmetingen van de deuren die moeten beproefd worden dienen dan evenwel te worden aangepast.

Indien de deur geplaatst is tussen 2 woonruimten dewelke ten opzichte van elkaar geen noemenswaardige klimatologische verschillen (temperatuur- en luchtvochtigheid) vertonen wordt zij beschouwd als een "gewone binnendeur". De klassen vastgelegd voor "gewone binnendeuren", zijn minimum-eisen waaraan alle deuren minstens moeten voldoen.