Akoestische isolatie

Akoestische isolatie

Het akoestische-isolatieniveau wordt steeds door verschillende bouwdetails tegelijkertijd bepaald. Een zorgvuldig ontwerp en een correcte uitvoering van de bouwdetails is dan ook van groot belang om te kunnen beantwoorden aan de eisen die opgelegd worden door de Belgische norm NBN S 01-400-1 (2008) ‘Akoestische criteria voor woongebouwen’.

Er dient een onderscheid gemaakt te worden al naargelang de geluidsbronnen zich buiten of binnen het gebouw bevinden.

Akoestische isolatie tussen ruimten binnen eenzelfde woning

Er wordt een onderscheid gemaakt tussen twee types geluiden:
  • luchtgeluiden (stemgeluid, televisie, radio ...) die zich voortplanten via luchttrillingen
  • contactgeluiden (bv. loopgeluiden, het geluid van vallende voorwerpen) die zich voortplanten via een trilling van de gebouwstructuur.
De trillingen die in de bouwelementen opgewekt worden door de lucht- en contactgeluiden worden doorgegeven aan de structuur, die ze vervolgens onder de vorm van geluid afstraalt naar de aangrenzende ruimten. Anderzijds kunnen ze ook aan de andere bouwelementen doorgegeven worden via de elementenverbindingen, die de trillingen wederom naar de andere ruimten van het gebouw kunnen afstralen. Dit is de reden waarom er in bepaalde ruimten geluiden hoorbaar kunnen zijn, die afkomstig zijn van bronnen uit een veel verder afgelegen ruimte. Vanuit een akoestisch oogpunt kunnen de lineaire bouwdetails – waarin er doorgaans twee tot vier verschillende elementen samenkomen – met andere woorden beschouwd worden als ‘verkeerswisselaars’ voor de voortplanting van trillingen doorheen de gebouwstructuur.

Wat de akoestische isolatie tussen ruimten binnen eenzelfde woning betreft, dient men bijgevolg verschillende geluidstransmissiewegen in beschouwing te nemen. De akoestische isolatie is immers niet afhankelijk van één enkele vloer of wand, maar moet beschouwd worden in haar geheel, met bijzondere aandacht voor de bouwdetails.

Isolatie tegen geluiden van buitenaf

De akoestische isolatie tussen een ruimte en de buitenomgeving wordt in de regel bepaald door de ‘akoestisch zwakkere’ gevelelementen (bv. vensters, ventilatieroosters, daken). De desbetreffende eisen zijn onder meer afhankelijk van de vier buitenlawaaiklassen die beschreven worden in de norm NBN S 01-400-1 (zie onderstaande tabel).

Toepassingsgebied van de bouwdetails in functie van de in situ te behalen gevelgeluidsisolatie om in een woonkamer, die slechts aan één zijde blootgesteld wordt aan buitenlawaai, te kunnen voldoen aan een normaal akoestisch comfort (NBN S 01-400-1).
Buiten-lawaai-klasse Beschrijving Minimale gevel­geluidsisolatie (NAC)
1 Rustige landelijke wegen, rustige verkavelingen met plaatselijk verkeer of stadsstraten met beperkt plaatselijk verkeer DAtr ≥ 26 dB
2 Geasfalteerde stadsstraten met normaal verkeer, met één rijstrook per rijrichting DAtr ≥ 31 dB
3 Druk traagrijdend verkeer DAtr ≥ 36 dB
4 Stadsstraten met zeer intens verkeer, drukke wegen met een betonnen wegdek, nationale wegen, invalswegen naar grotere steden en verbindingswegen met regelmatig zwaar verkeer naar industrieterreinen DAtr ≥ 43 dB

Voor meer informatie verwijzen we naar: