Bouwdetail - binnenvloer-doorvoering

Afdichting van doorvoeringen van kabelgoten in brandwerende massieve vloeren met brandwerende manchetten op rol

Referentie: 3081
Publicatiedatum: 01-03-2015

TV 254 Fiche 22.4
3081_DET1_1.svg
Afb. 113 Afdichting van een doorvoering van een kabelgoot in een brandwerende massieve vloer met behulp van een manchet op rol.
 
1. Massieve vloer
2. Kabelgoot
3. Uitsparing en speling rond de kabelgoot
4. Afdichting rond de kabelgoot
5. Manchet op rol
1. Massieve vloer
Het gaat hier om een massieve vloer die ofwel in overeenstemming is met de gestandaardiseerde massieve vloer, ofwel met een gelijkaardige massieve vloer. Andere massieve vloeren zijn toegelaten, op voorwaarde dat het gebruik ervan toegestaan is door het proefverslag van de brandwerende voorziening die in de vloer aangebracht wordt of door een gelijkaardig attest.
 
2. Kabels, kabelbundels of kabelgoten
De karakteristieken van de kabels, kabelbundels of kabelgoten moeten in overeenstemming zijn met de voorschriften van de fabrikanten, gebaseerd op classificatierapporten en proefverslagen. Zo moet in de voorschriften van de fabrikanten het volgende aangegeven zijn:
* het kabeltype (op basis van de uitgevoerde testen op koperen of aluminium kabels kunnen de resultaten van de proeven naar alle courante kabels geëxtrapoleerd worden)
* de maximaal toegelaten buitendiameter en diameter van de geleider. Voor kabelbundels wordt het maximaal aantal kabels aangegeven alsook de maximale diameter van de kabels
* de afmetingen (b x l x h) en de dikte voor kabelgoten (bv. 60 x 500 x 60 - 1,5 mm) (8).
 
(8) In de standaard configuratie opgenomen in NBN EN 1366-3 worden kabelgoten (geperforeerde en niet-geperforeerde) met afmetingen 60 x 500 x 30 - 1,5 mm gebruikt.
 
3. Uitsparing en speling
Het verschil tussen de diameter van de uitsparing en de diameter van de kabels, kabelbundels of kabelgoten moet vermeld worden in de voorschriften van de fabrikanten, gebaseerd op classificatierapporten en proefverslagen. De afmeting van de uitsparing in de vloer moet kleiner zijn dan de geteste afmetingen van de uitsparing tijdens de brandproef. Bovendien moet de afstand tussen de kabels, kabelbundels en kabelgoten en de randen van de uitsparing groter zijn dan de geteste afstand, teneinde een correcte en voldoende opvulling te kunnen uitvoeren.
 
4. Afdichting
De afdichting van de ruimte tussen de kabels, kabelbundels of kabelgoten en de uitsparing in de vloer wordt gerealiseerd zoals aangegeven in het proefverslag (opstoppen met rotswol, afdichten met schuim ...). Het is ook mogelijk dat er geen afdichting vereist is.
 
5. Brandwerende voorziening
 
Plaatsing
De brandweerstand van een vloer wordt beoordeeld aan de hand van een brand onder de vloer ('brand van onder naar boven'). Langs de onderzijde van de vloer dient dan ook steeds een opbouwmanchet geplaatst te worden. In sommige gevallen kan een dergelijke manchet ook langs de bovenzijde of langs beide zijden voorzien worden (zie proefverslag van de fabrikant).
Voor het toepassingsgebied van deze proeven (aantal kabels, afmetingen kabelgoot ...) dient men het proefverslag en de voorschriften van de fabrikant te raadplegen. Tenzij het proefverslag andere bepalingen bevat, wordt de brandwerende manchet niet afgewerkt met een cement- of pleisterlaag. De brandwerende manchet wordt rond de leiding aangebracht en moet goed aansluiten op de diameter van de kabels, kabelbundels of kabelgoten. De juiste speling is terug te vinden in het proefverslag.
 
Bevestiging
Tijdens de brand moet de manchet op zijn plaats blijven.De bevestigingsmiddelen die gebruikt worden voor de montage van manchetten op rol moeten in overeenstemming zijn met het proefverslag. Ze moeten met andere woorden bestand zijn tegen hoge temperaturen en mogen niet smelten bij brand. Daarom worden ze bij voorkeur uitgevoerd in staal (bv. schroeven, doorgaande draadstangen ...). Ook kunststof pluggen kunnen toegelaten worden, voor zover dit bevestigd werd door een brandproefverslag.
 
6. Ophangconstructie van de kabels, kabelbundels en kabelgoten (niet zichtbaar op afbeelding 113, p. 170)
De kabels, kabelbundels of kabelgoten dienen ondersteund en bevestigd te worden volgens de regels van goed vakmanschap.

Gerelateerde publicaties

Technische voorlichtingen

254: Brandveilig afdichten van doorvoeringen in brandwerende wanden. Voorschriften en plaatsing (vervangt de reeks Infofiches nr. 39). Cover
Brandveilig afdichten van doorvoeringen in brandwerende wanden. Voorschriften en plaatsing (vervangt de reeks Infofiches nr. 39).
Om de brandweerstand van een bouwelement te verzekeren, is het belangrijk dat alle onvermijdelijke doorboringen die erin aanwezig zijn, correct afgedicht worden. Deze Technische Voorlichting geeft de plaatsingsvoorschriften van diverse afdichtingsmiddelen voor leidingen, luchtkanalen, lineaire voegen en voor andere verzwakkingen. Dit document beschrijft ook uitvoerig de plaatsingsvoorschriften voor type-oplossingen voor de afdichting van bepaalde leidingdoorvoeringen. In de laatste hoofdstukken worden enkele bijzondere uitvoeringsdetails, het onderhoud en een aantal foutieve plaatsingen besproken.
Auteurs:
  • Eeckhout (S.)
  • Martin (Y.)
Prijzen voor papieren versie:
  • Aannemers en het onderwijs: €29,40
  • Andere bouwprofessionelen en de administraties: €39,20
  • Andere organisaties, particulieren en het buitenland: €49,00
Download in PDF-formaat