Bouwdetail - binnenmuur-doorvoering

Afdichting van doorvoeringen van onbrandbare leidingen met brandbare isolatie in brandwerende massieve muren met brandwerende manchetten

Referentie: 3044
Publicatiedatum: 01-03-2015

TV 254 Fiche 13.2
3044_DET1_1.svg
Afb. 69 Afdichting van doorvoeringen van onbrandbare leidingen met brandbare isolatie in brandwerende massieve muren met brandwerende manchetten.
 
A. Opbouwmanchet
 
1. Massieve muur
2. Onbrandbare leiding met brandbare isolatie
3. Uitsparing en speling rond de leiding
4. Afdichting rond de leiding
5. Brandwerende manchet
6. Ophangconstructie van de leiding
3044_DET2_1.svg
Afb. 69 Afdichting van doorvoeringen van onbrandbare leidingen met brandbare isolatie in brandwerende massieve muren met brandwerende manchetten.
 
B. Inbouwmanchet
 
1. Massieve muur
2. Onbrandbare leiding met brandbare isolatie
3. Uitsparing en speling rond de leiding
4. Afdichting rond de leiding
5. Brandwerende manchet
6. Ophangconstructie van de leiding
1. Massieve muur
Het gaat hier om een massieve muur die ofwel in overeenstemming is met de gestandaardiseerde massieve muur, ofwel met een gelijkaardige massieve muur. Andere massieve muren zijn toegelaten, op voorwaarde dat het gebruik ervan toegestaan is door het proefverslag van de brandwerende voorziening die in de muur aangebracht wordt of door een gelijkaardig attest.
 
2. Onbrandbare leidingen met brandbare isolatie
De karakteristieken van de onbrandbare leidingen met brandbare isolatie moeten in overeenstemming zijn met het proefverslag. Zo moet in de voorschriften van de fabrikant, die gebaseerd zijn op classificatierapport(en) of proefverslag(en), het volgende aangegeven worden:
 - onbrandbare leiding:
    - het materiaal (bv. staal of koper)
    - de maximale diameter (bv. 60 mm)
    - de minimale en maximale wanddikte (gewoonlijk 0,5 tot 5 mm)
 - brandbare isolatie:
    - het type
    - de maximale dikte.
 
3. Uitsparing en speling
De grootte van de uitsparing en de overmaat van de uitsparing ten opzichte van de geïsoleerde leiding mogen niet groter zijn dan de waarden die vermeld staan in de voorschriften van de fabrikant, die gebaseerd zijn op classificatierapporten of proefverslagen.
 
4. Afdichting
De afdichting van de ruimte tussen de geïsoleerde leiding en de uitsparing in de massieve muur wordt gerealiseerd zoals aangegeven in het proefverslag: dichtpleisteren, opstoppen met rotswol … (zie afbeelding 69 A). De te voorziene afdichting is afhankelijk van de speling tussen de geïsoleerde leiding en de uitsparing. Tenzij het proefverslag andere bepalingen bevat (bv. speling = x mm), moet deze ruimte in principe altijd afgedicht worden.
 
5. Brandwerende manchetten en de bevestiging ervan
 
A. Opbouwmanchetten
Een opbouwmanchet moet altijd aan de rechtstreeks verhitte zijde(n) van de massieve muur geplaatst worden. Tenzij het tegendeel bewezen werd, wordt er uitgegaan van de veronderstelling dat de brand kan aangrijpen aan beide zijden van de muur. In principe zou er dus aan de twee zijden van de massieve muur een brandwerende manchet voorzien moeten worden. Indien er slechts één enkele manchet gebruikt wordt, die geplaatst wordt aan de niet rechtstreeks verhitte zijde van de muur, zal deze minder snel opwarmen dan de leiding aan de vuurzijde. Hierdoor zou deze laatste kunnen beginnen smelten voordat de manchet in werking treedt, zodat er een opening ontstaat waarlangs een eventuele branddoorslag kan optreden. Indien één manchet voldoende zou zijn, moet dit door het proefverslag bevestigd worden. Vandaar dat er een eerste proef uitgevoerd wordt waarbij de manchet zich aan de vuurzijde bevindt en een tweede proef waarbij de manchet geïnstalleerd wordt aan de niet rechtstreeks aan de brand blootgestelde zijde. Voor het toepassingsgebied van deze proeven (leidingdiameter, muurtype, minimale en maximale wanddikte …) dient men het proefverslag en de voorschriften van de fabrikanten te consulteren. Tenzij het proefverslag andere bepalingen bevat, wordt de brandwerende manchet niet afgewerkt met een cement- of pleisterlaag.
De brandwerende manchet wordt rond de leiding aangebracht en moet goed aansluiten op de diameter van de leiding. De exacte speling is terug te vinden in het proefverslag.
De bevestigingsmiddelen die gebruikt worden voor de montage van de opbouwmanchetten moeten in overeenstemming zijn met het proefverslag. Dit impliceert dat ze bestand moeten zijn tegen hoge temperaturen en dat ze bij brand niet mogen smelten. Daarom worden ze bij voorkeur uitgevoerd in staal (bv. schroeven, doorgaande draadstangen ...). Ook kunststof pluggen zijn toegelaten voor zover dit bevestigd werd door een brandproefverslag. Tijdens de brand is het noodzakelijk dat de opbouwmanchet op zijn plaats blijft zitten.
 
B. Inbouwmanchetten
Inbouwmanchetten worden in de uitsparing van de muur aangebracht en hebben als voordeel dat één manchet meestal volstaat. Ze worden immers niet aan weerszijde van de muur geplaatst, maar gewoonlijk in het midden van de muur. Het nadeel van inbouwmanchetten is dat men de uitsparing groter dient te maken dan bij opbouwmanchetten. In sommige gevallen kunnen de inbouwmanchetten ook langsheen de randen van de muur voorzien worden, dit dient aangetoond te worden door het classificatierapport en/of proefverslag.
 
6. Ophangconstructie van de leidingen
De leidingen dienen ondersteund en bevestigd te worden volgens de regels van goed vakmanschap. De ophangingen moeten zo dicht mogelijk bij de massieve muur gelegen zijn (in principe op een maximale afstand van 500 mm).

Gerelateerde publicaties

Technische voorlichtingen

254: Brandveilig afdichten van doorvoeringen in brandwerende wanden. Voorschriften en plaatsing (vervangt de reeks Infofiches nr. 39). Cover
Brandveilig afdichten van doorvoeringen in brandwerende wanden. Voorschriften en plaatsing (vervangt de reeks Infofiches nr. 39).
Om de brandweerstand van een bouwelement te verzekeren, is het belangrijk dat alle onvermijdelijke doorboringen die erin aanwezig zijn, correct afgedicht worden. Deze Technische Voorlichting geeft de plaatsingsvoorschriften van diverse afdichtingsmiddelen voor leidingen, luchtkanalen, lineaire voegen en voor andere verzwakkingen. Dit document beschrijft ook uitvoerig de plaatsingsvoorschriften voor type-oplossingen voor de afdichting van bepaalde leidingdoorvoeringen. In de laatste hoofdstukken worden enkele bijzondere uitvoeringsdetails, het onderhoud en een aantal foutieve plaatsingen besproken.
Auteurs:
  • Eeckhout (S.)
  • Martin (Y.)
Prijzen voor papieren versie:
  • Aannemers en het onderwijs: €29,40
  • Andere bouwprofessionelen en de administraties: €39,20
  • Andere organisaties, particulieren en het buitenland: €49,00
Download in PDF-formaat