Bouwdetail - binnenmuur-doorvoering

Afdichting van doorvoeringen van onbrandbare leidingen in brandwerende massieve muren met een brandwerende coating

Referentie: 3042
Publicatiedatum: 01-03-2015

TV 254 Fiche 12.3
3042_DET1_1.svg
Afb. 67 Afdichting van een doorvoering van een onbrandbare leiding in een brandwerende massieve muur met een brandwerende coating.
 
1. Massieve muur
2. Onbrandbare leiding
3. Uitsparing en speling rond de leiding
4. Afdichting rond de leiding
5. Brandwerende coating
6. Ophangconstructie van de leiding
1. Massieve muur
Het gaat hier om een massieve muur die ofwel in overeenstemming is met de gestandaardiseerde massieve muur, ofwel met een gelijkaardige massieve muur. Andere massieve muren zijn toegelaten, op voorwaarde dat het gebruik ervan toegestaan is door het proefverslag van de brandwerende voorziening die in de muur aangebracht wordt of door een gelijkaardig attest.
 
2. Onbrandbare leidingen
De karakteristieken van de onbrandbare leidingen moeten in overeenstemming zijn met het proefverslag. Zo moet in het proefverslag aangegeven worden uit welk materiaal de leidingen opgebouwd zijn (staal, koper ...) en wat hun minimale en maximale diameter is (gewoonlijk tot 60 mm). Verder moet het proefverslag de nodige informatie bevatten met betrekking tot de minimale en maximale wanddikte.
 
3. Uitsparing en speling
Het verschil tussen de diameter van de uitsparing en de diameter van de leiding mag niet groter zijn dan de waarde die vermeld staat in het proefverslag.
 
4. Afdichting
De afdichting van de ruimte tussen de leiding en de uitsparing in de massieve muur wordt gerealiseerd zoals aangegeven in het proefverslag (dichtpleisteren, opstoppen met rotswol ...). De te voorziene afdichting is afhankelijk van de speling tussen de leiding en de uitsparing. Tenzij het proefverslag andere bepalingen bevat (bv. speling = x mm), moet deze ruimte in principe altijd afgedicht worden.
 
5. Brandwerende coating
De brandwerende coating wordt over een bepaalde lengte uitgesmeerd op de onbrandbare leiding. Deze lengte is vooral afhankelijk van het type coating en loopt meestal over 200 tot 500 mm aan weerszijden van de muur (zie voorschriften van de fabrikant). Ook de brandwerende coating wordt over een voldoende afstand aangebracht (bv. 100 mm - zie de voorschriften van de fabrikant) op de massieve muur en op de naden tussen de onbrandbare leiding en de muur.
Soms moet er eveneens een isolatieschaal rond de onbrandbare leiding aangebracht worden. Meer informatie hieromtrent is terug te vinden in fiche 12.2 (TV 254 p. 98).
 
6. Ophangconstructie van de leidingen
De leidingen dienen ondersteund en bevestigd te worden volgens de regels van goed vakmanschap. De ophangingen moeten zo dicht mogelijk bij de massieve muur gelegen zijn (in principe op een maximale afstand van 500 mm).

Gerelateerde publicaties

Technische voorlichtingen

254: Brandveilig afdichten van doorvoeringen in brandwerende wanden. Voorschriften en plaatsing (vervangt de reeks Infofiches nr. 39). Cover
Brandveilig afdichten van doorvoeringen in brandwerende wanden. Voorschriften en plaatsing (vervangt de reeks Infofiches nr. 39).
Om de brandweerstand van een bouwelement te verzekeren, is het belangrijk dat alle onvermijdelijke doorboringen die erin aanwezig zijn, correct afgedicht worden. Deze Technische Voorlichting geeft de plaatsingsvoorschriften van diverse afdichtingsmiddelen voor leidingen, luchtkanalen, lineaire voegen en voor andere verzwakkingen. Dit document beschrijft ook uitvoerig de plaatsingsvoorschriften voor type-oplossingen voor de afdichting van bepaalde leidingdoorvoeringen. In de laatste hoofdstukken worden enkele bijzondere uitvoeringsdetails, het onderhoud en een aantal foutieve plaatsingen besproken.
Auteurs:
  • Eeckhout (S.)
  • Martin (Y.)
Prijzen voor papieren versie:
  • Aannemers en het onderwijs: €29,40
  • Andere bouwprofessionelen en de administraties: €39,20
  • Andere organisaties, particulieren en het buitenland: €49,00
Download in PDF-formaat