Bouwdetail - binnenmuur-doorvoering

Afdichting van doorvoeringen van luchtkanalen in lichte brandwerende scheidingswanden met vlinderkleppen

Referentie: 3025
Publicatiedatum: 01-03-2015

TV 254 Fiche 7.3
3025_DET1_1.svg
Afb.44 Afdichting van doorvoeringen van luchtkanalen in lichte brandwerende scheidingswanden met vlinderkleppen
 
1. Lichte scheidingswand
2. Luchtkanaal
3. Uitsparing en speling rond het kanaal
4. Afdichting
5. Plaatsing van de vlinderklep
6. Ophangconstructie
1. Lichte scheidingswand
Het gaat hier om een lichte scheidingswand die ofwel in overeenstemming is met de gestandaardiseerde lichte scheidingswand, ofwel met een gelijkaardige lichte scheidingswand. Ook andere lichte scheidingswanden zijn toegelaten, voor zover dit bevestigd werd door een brandproefverslag of een gelijkwaardige beoordeling.
 
2. Luchtkanaal
De karakteristieken van de luchtkanalen moeten in overeenstemming zijn met het proefverslag. Zo moet in het proefverslag aangegeven zijn uit welk materiaal de luchtkanalen opgebouwd mogen zijn en hoeveel hun minimale en maximale diameter bedraagt.
 
3. Uitsparing en speling rond het kanaal
Het verschil tussen de diameter van de uitsparing en de diameter van het kanaal moet vermeld worden in het proefverslag. Voor vlinderkleppen is de diameter van de uitsparing doorgaans 50 mm groter dan de diameter van het kanaal. Ter hoogte van de opening worden er verstevigingen in de lichte scheidingswand ingewerkt.
 
4. Afdichting
De afdichting van de ruimte tussen het kanaal en de lichte scheidingswand wordt gerealiseerd zoals aangegeven in het proefverslag. Hiervoor wordt meestal gipsmortel gebruikt. Tenzij het proefverslag andere bepalingen zou bevatten, moet deze ruimte in principe altijd afgedicht worden.
 
5. Plaatsing van de vlinderklep
Vlinderkleppen kunnen geplaatst worden met een horizontale of verticale klepas. De vlinderklep wordt in het luchtkanaal geschoven tot circa 40 mm van de zichtzijde van de brandwerende lichte scheidingswand. Rond het kanaal worden afdekplaten aangebracht.
Het spreekt voor zich dat men er bij de plaatsing dient voor te zorgen dat de vlinderklep in het vlak van de brandwerende lichte scheidingswand gelegen is. Tevens dient men na te gaan in welke richting (luchtstroming) de vlinderklep geplaatst dient te worden. Er dienen twee proeven uitgevoerd te worden, waarbij de brand zich eerst aan de ene zijde van de klep bevindt en vervolgens aan de andere. De afstand tussen twee vlinderkleppen bedraagt minimaal 200 mm (zie afbeelding 45), tenzij een brandproefverslag anders aantoont. Bovendien dienen vlinderkleppen op minimaal 75 mm van wanden en plafonds aangebracht te worden.
 
Enkele bijzondere aandachtspunten:
  • een vervorming (doorbuiging) van de bovenliggende draagvloer mag de goede werking van de vlinderklep niet verhinderen
  • een vlinderklep zorgt voor een bijkomend ladingsverlies van de luchtkanalen. Hiermee dient bij de dimensionering van de installatie rekening gehouden te worden
  • eventueel een flexibele mouw aanbrengen aan beide zijden van het kanaal dat doorheen de lichte scheidingswand voert teneinde in geval van brand de thermische vervorming op te vangen zonder dat daarbij de stabiliteit van de klep en de lichte wand in het gedrang komt. Hiervoor verwijzen we naar het proefverslag en de richtlijnen van de fabrikant.
 
6. Ophangconstructie
De luchtkanalen dienen ondersteund en bevestigd te worden volgens de regels van goed vakmanschap.
3025_DET2_1.svg
Afb. 45 Te respecteren minimale afstanden tussen brandwerende
kleppen en tussen de klep en een bouwelement

Gerelateerde publicaties

Technische voorlichtingen

254: Brandveilig afdichten van doorvoeringen in brandwerende wanden. Voorschriften en plaatsing (vervangt de reeks Infofiches nr. 39). Cover
Brandveilig afdichten van doorvoeringen in brandwerende wanden. Voorschriften en plaatsing (vervangt de reeks Infofiches nr. 39).
Om de brandweerstand van een bouwelement te verzekeren, is het belangrijk dat alle onvermijdelijke doorboringen die erin aanwezig zijn, correct afgedicht worden. Deze Technische Voorlichting geeft de plaatsingsvoorschriften van diverse afdichtingsmiddelen voor leidingen, luchtkanalen, lineaire voegen en voor andere verzwakkingen. Dit document beschrijft ook uitvoerig de plaatsingsvoorschriften voor type-oplossingen voor de afdichting van bepaalde leidingdoorvoeringen. In de laatste hoofdstukken worden enkele bijzondere uitvoeringsdetails, het onderhoud en een aantal foutieve plaatsingen besproken.
Auteurs:
  • Eeckhout (S.)
  • Martin (Y.)
Prijzen voor papieren versie:
  • Aannemers en het onderwijs: €29,40
  • Andere bouwprofessionelen en de administraties: €39,20
  • Andere organisaties, particulieren en het buitenland: €49,00
Download in PDF-formaat