Bouwdetail - binnenvloer-doorvoering

Afdichting met Gips- of Cementmortel in brandwerende massieve vloeren

Referentie: 3005
Publicatiedatum: 01-03-2015

TV 254 Fiche 1.5
3005_DET1_1.svg
Afb. 21 Afdichting met gips- of cementmortel van een leiding of kabel in een brandwerende massieve vloer.
 
A. Opbouw om te beantwoorden aan de criteria E 30 en E 60
 
  1. Massieve vloer
  2. Leiding of kabel
  3. Uitsparing en speling rond de leiding of kabel
  4. Afdichting rond de leiding of kabel
3005_DET2_1.svg
Afb. 21 Afdichting met gips- of cementmortel van een leiding of kabel in een brandwerende massieve vloer.
 
B. Opbouw om te beantwoorden aan de criterium E 120
 
  1. Massieve vloer
  2. Leiding of kabel
  3. Uitsparing en speling rond de leiding of kabel
  4. Afdichting rond de leiding of kabel
Afbeelding 21 geeft een schematische voorstelling van de plaatsingsvoorschriften voor de afdichting met mortel van een doorvoering van een brandbare of onbrandbare leiding of een elektrische kabel doorheen een brandwerende massieve vloer. Volgens bijlage 7 van het KB 'Basisnormen' volstaat de afdichting die weergegeven wordt in afbeelding 21 A, voor een vereiste brandweerstand van E 30 of E 60, terwijl de afdichting in afbeelding 12 B volstaat voor een eis van E 120.
 
1. Massieve vloer
De massieve vloer moet ofwel in overeenstemming zijn met een gestandaardiseerde massieve vloer, ofwel met een gelijkaardige massieve vloer.
 
2. Leidingen of kabels
Het betreft de enkelvoudige doorvoering van alle mogelijke types brandbare (PVC, PE, PP …) of onbrandbare leidingen voor fluïda en vaste stoffen en om elektriciteitskabels of gelijkaardige kabels. Tabel 6 uit TV 254 (p. 27) bevat de maximale toegelaten diameter voor leidingen en elektrische kabels. Deze eenvoudige afdichtingsoplossing is niet van toepassing op meervoudige doorvoeringen en lucht- en rookkanalen.
Hoewel meerlagige buizen (die bestaan uit een kunststof laag met daarop een aluminium laag met geringe laagdikte en opnieuw een kunststof laag) niet expliciet onder het toepassingsgebied van bijlage 7 van het KB 'Basisnormen' vallen, kunnen deze beschouwd worden als brandbare leidingen door de geringe dikte van de aluminium laag en het smeltpunt van aluminium (rond 660 °C).
 
3. Uitsparing en speling
Bijlage 7 van het KB 'Basisnormen' geeft geen specifieke informatie omtrent de toegelaten speling rondom de leiding. We raden aan dat het verschil tussen de diameter van de uitsparing en de diameter van de leiding niet groter mag zijn dan 50 mm. De speling tussen de leiding en de vloer zou ten minste 10 mm moeten bedragen om een correcte afdichting te waarborgen.
 
4. Afdichting met gips- of cementmortel
De afdichting van de speling tussen de leiding en de uitsparing in de vloer wordt gerealiseerd door middel van mortel. Dit moet gebeuren over de volledige omtrek van de leiding tot op een diepte van minstens 25 mm langs weerszijden van de massieve vloer. Indien men wenst te beantwoorden aan de criteria E 30 of E 60, moet de totale diepte minstens 50 mm bedragen. Om te voldoen aan het criterium E 120 is een totale diepte van 70 mm vereist. De afdichting gebeurt bij voorkeur langs beide zijden van de vloerplaat. Als de afdichting maar langs één zijde gerealiseerd kan worden, moet de totale diepte (50 of 70 mm) langs deze zijde gerealiseerd worden.
 
5. Ophangconstructie (niet zichtbaar op afbeelding 21)
Om in geval van brand de brandweerstand van de massieve vloer te garanderen, dienen de leidingen ondersteund en bevestigd te worden volgens de regels van goed vakmanschap.

Gerelateerde publicaties

Technische voorlichtingen

254: Brandveilig afdichten van doorvoeringen in brandwerende wanden. Voorschriften en plaatsing (vervangt de reeks Infofiches nr. 39). Cover
Brandveilig afdichten van doorvoeringen in brandwerende wanden. Voorschriften en plaatsing (vervangt de reeks Infofiches nr. 39).
Om de brandweerstand van een bouwelement te verzekeren, is het belangrijk dat alle onvermijdelijke doorboringen die erin aanwezig zijn, correct afgedicht worden. Deze Technische Voorlichting geeft de plaatsingsvoorschriften van diverse afdichtingsmiddelen voor leidingen, luchtkanalen, lineaire voegen en voor andere verzwakkingen. Dit document beschrijft ook uitvoerig de plaatsingsvoorschriften voor type-oplossingen voor de afdichting van bepaalde leidingdoorvoeringen. In de laatste hoofdstukken worden enkele bijzondere uitvoeringsdetails, het onderhoud en een aantal foutieve plaatsingen besproken.
Auteurs:
  • Eeckhout (S.)
  • Martin (Y.)
Prijzen voor papieren versie:
  • Aannemers en het onderwijs: €29,40
  • Andere bouwprofessionelen en de administraties: €39,20
  • Andere organisaties, particulieren en het buitenland: €49,00
Download in PDF-formaat