Informatie en ondersteuning

Onderzoek, ontwikkeling en innovatie

Bouwdetail - doorvoering-binnenmuur

Afdichting van doorvoeringen van brandbare leidingen in brandwerende lichte scheidingswanden met brandwerende opbouwmanchetten

Referentie: 3000
Publicatiedatum: 01-03-2015

TV 254 Fiche 3.1
3000_DET1_1.svg
  1. Lichte scheidingswand
  2. Brandbare leiding
  3. Uitsparing en speling rond de leiding
  4. Afdichting rond de leiding
  5. Bevestiging van de brandwerende manchet
  6. Brandwerende manchetten
  7. Ophangconstructie van de leiding
1. Lichte scheidingswand
Het gaat hier om een lichte scheidingswand die ofwel in overeenstemming is met de gestandaardiseerde lichte scheidingswand, ofwel met een gelijkaardige lichte scheidingswand. Ook andere lichte scheidingswanden zijn toegelaten, voor zover dit bevestigd werd door een proefverslag of een gelijkaardige beoordeling van de brandwerende voorziening in dit type scheidingswand.
 
2. Brandbare leidingen
De karakteristieken van de brandbare leidingen moeten in overeenstemming zijn met het classificatierapport en/of proefverslag. Zo moet in het proefverslag aangegeven zijn uit welk materiaal de leidingen opgebouwd zijn (PVC, PE, PP …) en wat hun minimale en maximale diameter is (gewoonlijk 25 tot 250 mm). Verder moet het proefverslag de nodige aanduidingen bevatten met betrekking tot de minimale en maximale wanddikte van de leiding (gewoonlijk 1 tot 15 mm). Indien de leidingen een aanzienlijke wanddikte vertonen, zal het noodzakelijk zijn een brandwerende manchet met een groter drukopbouwend vermogen te gebruiken.
 
3. Uitsparing en speling
De uitsparing in de wand wordt bij voorkeur uitgevoerd met behulp van een boor. Het verschil tussen de diameter van de uitsparing en de diameter van de leiding moet vermeld worden in het proefverslag. In principe is de speling tussen de uitsparing en de leiding niet groter dan 40 mm. Indien door omstandigheden de leiding van zijn oorspronkelijke plaats zou afwijken, kan de speling variëren tussen de 0 en 40 mm. Voor meer informatie hieromtrent dient men het proefverslag en de voorschriften van de fabrikanten te raadplegen.
 
4. Afdichting
De afdichting van de ruimte tussen de leiding en de uitsparing in de wand wordt gerealiseerd zoals aangegeven in het proefverslag (dichtpleisteren, opstoppen met rotswol …). De te voorziene afdichting is afhankelijk van de speling tussen de leiding en de uitsparing. Tenzij het proefverslag andere bepalingen bevat (bv. speling < x mm), moet deze ruimte in principe altijd afgedicht worden.
 
5. Bevestiging van de brandwerende voorziening
Tijdens de brand moet de opbouwmanchet op zijn plaats blijven (d.w.z. tegen de scheidingswand). De bevestigingsmiddelen die gebruikt worden voor de montage van opbouwmanchetten moeten in overeenstemming zijn met het proefverslag. Dit impliceert gewoonlijk dat ze bestand moeten zijn tegen hoge temperaturen en dat ze bij brand niet mogen smelten. Daarom worden ze bij voorkeur uitgevoerd in staal (bv. schroeven, doorgaande draadstangen …). Kunststof pluggen kunnen enkel toegelaten worden, indien ze opgenomen zijn in een classificatierapport en/of proefverslag.
 
6. Plaatsing van de brandwerende voorziening
Een opbouwmanchet moet altijd aan de rechtstreeks verhitte zijde(n) van de lichte scheidingswand geplaatst worden. Tenzij het tegendeel bewezen werd, wordt er normaalgesproken uitgegaan van de veronderstelling dat de brand kan aangrijpen aan elke zijde van de wand. In principe zou er dus aan beide zijden van de lichte scheidingswand een brandwerende manchet voorzien moeten worden. Indien er slechts één enkele manchet geplaatst wordt aan de niet rechtstreeks verhitte zijde van de wand, zal deze minder snel opwarmen dan de leiding aan de vuurzijde. Hierdoor zou deze laatste kunnen beginnen smelten voordat de manchet in werking treedt, zodat er een opening ontstaat waarlangs een eventuele branddoorslag kan optreden. Indien één manchet voldoende zou zijn, moet dit door het proefverslag bevestigd worden. Hiertoe wordt een eerste proef uitgevoerd waarbij de manchet zich aan de vuurzijde bevindt en een tweede proef waarbij de manchet geïnstalleerd wordt aan de niet rechtstreeks aan de brand blootgestelde zijde. Voor het toepassingsgebied van deze proeven (leidingdiameter, wandtype, minimale en maximale wanddikte  ...) dient men het proefverslag en de voorschriften van de fabrikanten te raadplegen.
 
De brandwerende manchet wordt rond de leiding aangebracht en moet goed aansluiten op de diameter van de leiding (de exacte speling staat vermeld in het proefverslag). Tenzij het proefverslag andere bepalingen bevat, wordt de brandwerende manchet niet afgewerkt met een cement- of pleisterlaag.
 
7. Ophangconstructie van de leidingen
De leidingen dienen ondersteund en bevestigd te worden volgens de regels van goed vakmanschap. De ophangingen moeten zo dicht mogelijk bij de lichte scheidingswand gelegen zijn (in principe op een maximale afstand van 500 mm - zie proefverslag).
 
Opmerking : de plaatsingsvoorschriften voor opbouwmanchetten gelden eveneens voor manchetten op rol.
3000_JPG1_1.jpg
Afb. 25 Plaatsing van een opbouwmanchet

Gerelateerde publicaties

Technische voorlichtingen

254: Brandveilig afdichten van doorvoeringen in brandwerende wanden. Voorschriften en plaatsing (vervangt de reeks Infofiches nr. 39). Cover
Brandveilig afdichten van doorvoeringen in brandwerende wanden. Voorschriften en plaatsing (vervangt de reeks Infofiches nr. 39).
Om de brandweerstand van een bouwelement te verzekeren, is het belangrijk dat alle onvermijdelijke doorboringen die erin aanwezig zijn, correct afgedicht worden. Deze Technische Voorlichting geeft de plaatsingsvoorschriften van diverse afdichtingsmiddelen voor leidingen, luchtkanalen, lineaire voegen en voor andere verzwakkingen. Dit document beschrijft ook uitvoerig de plaatsingsvoorschriften voor type-oplossingen voor de afdichting van bepaalde leidingdoorvoeringen. In de laatste hoofdstukken worden enkele bijzondere uitvoeringsdetails, het onderhoud en een aantal foutieve plaatsingen besproken.
Auteurs:
  • Eeckhout (S.)
  • Martin (Y.)
Prijzen voor papieren versie:
  • Aannemers en het onderwijs: €29,40
  • Andere bouwprofessionelen en de administraties: €39,20
  • Andere organisaties, particulieren en het buitenland: €49,00
Download in PDF-formaat