Informatie en ondersteuning

Onderzoek, ontwikkeling en innovatie

Bouwdetail - plat dak-buitenmuur

Binnengoot naast een buitenmuur, omkeerdak. Plastomere afdichting

Referentie: 1172
Publicatiedatum: 31-03-2014

1172_DET1_1.svg
  1. Thermische onderbreking om de koude brug te vermijden
  2. Hellingslaag
  3. Dakafdichting
  4. Afdichting van de opstand
  5. Geprofileerde metaalfolieplaat (voor de eventuele noodzaak van de kimfixatie, zie TV 244, § 5.4.3)
  6. Thermische isolatie in XPS (waarvan de dikte afgestemd dient te worden op de geldende thermische regelgeving)
  7. Scheidingslaag
  8. Ballastlaag
1172_DET2_1.svg
  1. Gecacheerde dakafdichting
  2. Gecacheerde gootafdichting
  3. Naakte afdichtingsstrook
De noodzaak van een kimfixatie bij een plastomere afdichting is afhankelijk van de drie volgende factoren:
- de plaatsingswijze van de afdichting
- de afwerking van de dakopstanden
- het feit of de afdichting al dan niet gewapend is.
 
Dit onderwerp komt uitgebreid aan bod in TV 244, hoofdstuk 5 "Opstanden".
 
In aanwezigheid van een dakopstand met een ruwe ondergrond dient men een scheidingslaag (niet-geweven polyester) aan te brengen.
 
Bij bepaalde types plastomeren dient men tussen de afdichting en de XPS-dakisolatie een scheidingslaag aan te brengen om een migratie van weekmakers uit de dakafdichting te vermijden (zie hiervoor de technische specificaties van de fabrikanten). Tussen de omkeerdakisolatie en de ballastlaag dient men een aangepaste scheidingslaag te voorzien (bv. een niet-geweven polyesterdoek van minimaal 300 g/m², zie ATG's) om te vermijden dat er stof of keitjes in de eventuele voegen tussen de isolatieplaten zou kunnen terechtkomen.
 
De goot dient in de hellingslaag gevormd te worden en kan niet gecreëerd worden door een kleinere isolatiedikte nabij de buitenmuur te voorzien. In dit laatste geval kan men ter hoogte van de afdichting immers geen langshelling in de goot realiseren om een snelle waterafvoer te bekomen en extra warmteverliezen doorheen de isolatie te vermijden.
 
Om het aantal naden in de goot te beperken, dient men gebruik te maken van stroken met een zo groot mogelijke lengte en dit, volgens de langsrichting van de goot.
 
Wanneer zowel de goot- als de dakafdichting onderaan afgewerkt zijn met een textieldoek, dient hun naadverbinding te geschieden met behulp van een afzonderlijke niet-gecacheerde afdichtingsstrook.

Gerelateerde publicaties

Technische voorlichtingen

Aansluitingsdetails bij platte daken : algemene principes (vervangt de TV 191) (+ correcties van februari 2015).
TV 244 is een herziening van de TV 191, die gewijd was aan de aansluitingsdetails bij platte daken. In voorliggende TV komen de volgende onderwerpen aan bod : dakgoten, dakwaterafvoeren, nooduitlaten, opstanden, dakranden, bewegingsvoegen, dakdoorbrekingen en sokkels en de onderlinge verbinding van verschillende types afdichtingen.
Auteur: Mahieu (E.)
Prijzen: Enkel on-line beschikbaar
Download in PDF-formaat